Archief 745
Inventaris 745-358
Pagina 259
Dossier 44
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambbtelijke brief/rapportage.

13 juni 1941 (verzonden op 17 juni 1941, blijkens het blauwe stempel/opschrift). Van: Onbekend (vermoedelijk een afdelingshoofd of directeur van een gemeentelijke dienst).

Origineel

Ambbtelijke brief/rapportage. 13 juni 1941 (verzonden op 17 juni 1941, blijkens het blauwe stempel/opschrift). Onbekend (vermoedelijk een afdelingshoofd of directeur van een gemeentelijke dienst). VD/HG.
464/23/2 M.
Verzonden 17/6 [in blauw potlood/inkt]
13 Juni 1941.

Afslaggelden
Gemeente Vischmarkt.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d.
30 Mei jl. om advies ontvangen stuk No.167 L.M.1941 heb ik
de eer U het volgende te berichten.

Ingevolge artikel 5 sub b juncto artikel 23 van de
Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en vent-
gelden wordt op de Vischmarkt wegens het gebruik maken van
den afslag een belasting van 5% van de bruto-opbrengst der
afgeslagen visch geheven. Voor den afslag van partijen visch,
welke aan de Vischhal in consignatie zijn gezonden, is door
de afzenders, behalve bovengenoemde 5%, 1% van de bruto-
opbrengst verschuldigd. Deze tarieven gelden reeds vanaf het
jaar 1928.

Een dergelijk stelsel geeft de meest eenvoudigen
vorm van heffing, omdat daardoor de administratieve bemoei-
ingen tot een minimum worden beperkt; het wordt dan ook, voor
zoover mij bekend, op alle vischafslagen in Nederland toege-
past.

Van de inkomsten, welke door heffingen op de Visch-
markt worden verkregen, zijn de afslaggelden de voornaamste
baten. In bijlage I dezes doe ik U een overzicht toekomen
van de vier belangrijkste heffingen op de Vischmarkt geduren-
de de jaren 1930 - 1940, waaruit zulks duidelijk blijkt.

Terwijl in normale omstandigheden de zeevisch vrij-
wel uitsluitend door Urker visschers rechtstreeks uit zee op
den afslag wordt aangevoerd, is deze aanvoer thans geheel
weggevallen, omdat de Urkers niet op zee visschen; de aan-
voer van zeevisch is dan ook sterk teruggeloopen en bepaalt
zich momenteel tot een geringen aanvoer van enkele grossiers-
inzenders.

In bijlage II dezes heb ik de eer U over te leggen
een vergelijkend overzicht van de in den afslag verkochte
zeevisch, benevens de bruto-opbrengst per soort over de
periode 1 Mei 1936 - 30 April 1937 (een normaal jaar); 1 Mei
1939 - 30 April 1940 (een jaar, waarin de gevolgen van den
oorlog reeds voor de visscherij voelbaar werden) en 1 Mei
1940 - 30 April 1941 (het jaar, waarin de zeevisscherij
vrijwel werd stilgelegd). Uit dit overzicht blijkt, dat de

--- * Kernboodschap: De brief licht de structuur van de visafslaggelden toe (5% standaardheffing, 1% extra voor consignatie) en rapporteert over de drastische terugloop van de visaanvoer als gevolg van de oorlogsomstandigheden.
* Juridische basis: De heffing is gebaseerd op een lokale verordening uit 1928, die landelijk als standaard wordt beschouwd vanwege de administratieve eenvoud.
* Economische impact: De afslaggelden vormen de belangrijkste inkomstenbron voor de vismarkt, maar deze staan onder druk. De brief maakt een expliciete vergelijking tussen een 'normaal jaar' (1936-1937) en het eerste oorlogsjaar (1940-1941), waarin de aanvoer nagenoeg tot stilstand is gekomen.
* Logistiek: Er wordt verwezen naar de rol van Urker vissers, die normaal de hoofdmoot van de aanvoer verzorgden, maar door de oorlog hun werkzaamheden op zee hebben moeten staken.

--- * Historische periode: Juni 1941, ruim een jaar na de Duitse inval in Nederland. De bezetting heeft grote gevolgen voor de voedselvoorziening en de economie.
* Visserij in oorlogstijd: De zeevisserij werd door de Duitse bezetter zwaar beperkt of verboden om te voorkomen dat vissers naar Engeland zouden uitwijken en vanwege de gevaren op zee (mijnen, gevechtshandelingen). Dit verklaart waarom de "Urker visschers" niet meer uitvaren.
* Bestuurlijke context: De brief is gericht aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen". Dit ambt was in oorlogstijd cruciaal vanwege de toenemende schaarste en de invoering van de distributie. De documentatie van de inkomsten van de vismarkt diende waarschijnlijk om de financiële schade van de gemeente in kaart te brengen of om beleid voor voedselvoorziening te onderbouwen.
* Lokalisering: Hoewel de specifieke stad niet in de tekst staat, wijst de term "Vischmarkt" en de referentie aan Urker vissers op een havenstad die verbonden was met de Zuiderzee/IJsselmeer-visserij of de Noordzee (zoals bijvoorbeeld Alkmaar, Enkhuizen of Amsterdam). De namen in de marge ("Muller", "de Leeser") zijn waarschijnlijk de behandelend ambtenaren of archivarissen uit die tijd.

Samenvatting

  • Kernboodschap: De brief licht de structuur van de visafslaggelden toe (5% standaardheffing, 1% extra voor consignatie) en rapporteert over de drastische terugloop van de visaanvoer als gevolg van de oorlogsomstandigheden.
  • Juridische basis: De heffing is gebaseerd op een lokale verordening uit 1928, die landelijk als standaard wordt beschouwd vanwege de administratieve eenvoud.
  • Economische impact: De afslaggelden vormen de belangrijkste inkomstenbron voor de vismarkt, maar deze staan onder druk. De brief maakt een expliciete vergelijking tussen een 'normaal jaar' (1936-1937) en het eerste oorlogsjaar (1940-1941), waarin de aanvoer nagenoeg tot stilstand is gekomen.
  • Logistiek: Er wordt verwezen naar de rol van Urker vissers, die normaal de hoofdmoot van de aanvoer verzorgden, maar door de oorlog hun werkzaamheden op zee hebben moeten staken.

Historische Context

  • Historische periode: Juni 1941, ruim een jaar na de Duitse inval in Nederland. De bezetting heeft grote gevolgen voor de voedselvoorziening en de economie.
  • Visserij in oorlogstijd: De zeevisserij werd door de Duitse bezetter zwaar beperkt of verboden om te voorkomen dat vissers naar Engeland zouden uitwijken en vanwege de gevaren op zee (mijnen, gevechtshandelingen). Dit verklaart waarom de "Urker visschers" niet meer uitvaren.
  • Bestuurlijke context: De brief is gericht aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen". Dit ambt was in oorlogstijd cruciaal vanwege de toenemende schaarste en de invoering van de distributie. De documentatie van de inkomsten van de vismarkt diende waarschijnlijk om de financiële schade van de gemeente in kaart te brengen of om beleid voor voedselvoorziening te onderbouwen.
  • Lokalisering: Hoewel de specifieke stad niet in de tekst staat, wijst de term "Vischmarkt" en de referentie aan Urker vissers op een havenstad die verbonden was met de Zuiderzee/IJsselmeer-visserij of de Noordzee (zoals bijvoorbeeld Alkmaar, Enkhuizen of Amsterdam). De namen in de marge ("Muller", "de Leeser") zijn waarschijnlijk de behandelend ambtenaren of archivarissen uit die tijd.

Kooplieden in dit dossier 100

Aal en paling boven de 250 gram ƒ 2,44
Aal en paling tot 70 gram „ 1,04
Aal en paling van 125—250 gram „ 2,23
Aal en paling van 70—125 gram „ 1,78
As. v. Wygert.
Blei boven 1 pond en kroeskarper ........ ,, 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg. en kroeskarper 0,34
Alle 100 kooplieden →