Brief (kopie of doorslag), Bladzijde 2.
Origineel
Brief (kopie of doorslag), Bladzijde 2. 13 juni 1941. Directeur van het Marktwezen (Amsterdam). Bladzijde 2 van brief No. 46A/23/2 M. d.d. 13 Juni 1941 aan
den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur
van het Marktwezen.
aanvoer van zeevisch, welke gedurende de eerstgenoemde perio-
de 1.261.977 kg. bedroeg is teruggeloopen tot 172.746 kg. in
de laatstgenoemde periode, dus tot ongeveer 1/7 gedeelte. De
opbrengst daarentegen verminderde van $f$ 197.227,97 in de
eerste periode tot $f$ 59.432,18 in de laatstgenoemde periode,
dus tot ongeveer 1/3 gedeelte. Ik kan dan ook niet ontkennen,
dat door een procentsgewijze heffing van den omzet, deze hef-
fing thans zwaarder drukt per gewichtseenheid, dan in normale
jaren. Ik moet echter tegenspreken, dat als gevolg hiervan
de prijs voor den consument ook maar in vrij belangrijke
mate zou stijgen, hetgeen ik hieronder zal aantoonen. De ge-
middelde prijs van de zeevisch over de periode van 1 Mei
1936 - 30 April 1937 bedraagt rond 0,15 per kg. ($f$ 197.227,97
: 1.261.977); de gemiddelde prijs over de periode van 1 Mei
1940 - 30 April 1941 bedraagt rond $f$ 0,35 per kg.
($f$ 59.432,18 : 172.746). De heffing ad 5%, die de Gemeente
Amsterdam op den Vischafslag krachtens Verordening toepast,
heeft derhalve voor eerstgenoemd jaar gemiddeld bedragen 5%
van 0,15 = 3/4 cent per kg.; voor laatstgenoemd jaar zijn
deze cijfers 5% van 0,35 = 1 3/4 cent per kg. De zwaardere
belasting in het laatste jaar beloopt dus per gewichtseenheid
een bedrag van $f$ 0,01 per kg. of een halve cent per pond zee-
visch. Terwijl derhalve de gemiddelde prijs per kg. zeevisch
in vergelijking met een normaal jaar is gestegen van $f$ 0,15
tot $f$ 0,35, zou een herziening van de heffing op den afslag
in den vorm van een heffing per gewichtseenheid, gebasseerd
op den toestand vóór 9 Mei 1940 beteekenen, dat deze heffing
per kg. zeevisch slechts met $f$ 0,01 zou worden verlaagd. In
vergelijking met de sterke stijging van de zeevischprijzen
zinkt het voordeel van een dergelijke tariefsverlaging geheel
in het niet. Ik ben dan ook van meening, dat een verlaging
van de belastingheffing, gelet ophet bovenstaande, prac-
tisch vrijwel geen invloed op den prijs, die de consument
uiteindelijk voor de zeevisch moet betalen, zal hebben.
Nog daargelaten de overige bezwaren, die tegen de
door den Gemachtigde voor de Prijzen voorgestelde heffing per
gewichtseenheid zijn aan te voeren (ik noem bijvoorbeeld
slechts het bezwaar, dat men, ook bij een heffing per ge-
wichtseenheid, een gedifferentieerd tarief zal moeten toe-
passen, omdat, wanneer men één tarief voor alle soorten zee-
visch zou heffen, de goedkoope soorten te zwaar en de duur-
dere soorten te licht zouden worden belast, zoodat dan langs
een omweg en met veel administratieve bemoeiingen toch naar
de waarde zou worden geheven) meen ik te mogen vaststellen,
dat een herziening van de heffing op den afslag in den door
den Gemachtigde voor de Prijzen bedoelden zin voor den consu-
ment vrijwel geen voordeel zal opleveren, doch uitsluitend
zal bewerkstelligen, dat de winst van de grossier-inzender
veilig wordt gesteld ten koste van het bedrijf der Visch-
markt. Dit bedrijf werkt reeds sedert jaren met verlies,
welk verlies, bij invoering van een gewijzigd stelsel van
heffing, stellig nog zal stijgen. Hieronder laat ik de ver-
liescijfers van het bedrijf, sedert het jaar 1930, volgen. Dit document betreft een ambtelijk weerwoord tegen een voorgestelde wijziging in het belastingstelsel voor de visafslag in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kernpunten zijn:
- Schaarsheid: De aanvoer van zeevis is door de oorlogsomstandigheden dramatisch gedaald naar 1/7e van het vooroorlogse niveau (van 1,2 miljoen kg naar 172.000 kg).
- Prijsstijging: De gemiddelde prijs per kilo is meer dan verdubbeld, van 15 cent naar 35 cent.
- Heffingsmethodiek: De gemeente heft 5% over de omzet (waarde). Door de prijsstijging is de feitelijke belastingdruk per kilo toegenomen van 0,75 cent naar 1,75 cent.
- Het Geschil: De 'Gemachtigde voor de Prijzen' stelt voor om de heffing vast te stellen op basis van gewicht in plaats van waarde. De Directeur van het Marktwezen bestrijdt dit. Hij stelt dat een verlaging van 1 cent per kilo verwaarloosbaar is voor de consument gezien de totale prijsstijging.
- Bedrijfseconomisch Belang: De directeur vreest dat een wijziging de winstmarges van groothandelaren (grossiers) beschermt, terwijl de toch al verlieslijdende gemeentelijke vismarkt hierdoor nog dieper in de rode cijfers zou raken. De brief is gedateerd op 13 juni 1941, ruim een jaar na de Duitse inval. De visserijsector werd zwaar getroffen door de bezetting: schepen werden gevorderd, mijnenvelden maakten de zee onveilig en brandstof was schaars. Dit verklaart de enorme daling in aanvoer.
De figuur van de "Gemachtigde voor de Prijzen" (onderdeel van het Rijkscommissariaat) was in het leven geroepen om de inflatie te beheersen. Dit leidde vaak tot spanningen tussen lokale marktinstellingen, die hun inkomsten wilden behouden, en de centrale prijsbeheersing die probeerde de kosten voor de burger te drukken. De directeur van het Amsterdamse Marktwezen voert hier een strijd om de gemeentelijke financiën te beschermen in een tijd van extreme economische krapte.