Archief 745
Inventaris 745-358
Pagina 270
Dossier 44
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypt rapport of ambtelijke brief met handgeschreven correcties.

Vermoedelijk 1941 (gezien de cijfers in de tabel en de context van de bezettingsperiode).

Origineel

Getypt rapport of ambtelijke brief met handgeschreven correcties. Vermoedelijk 1941 (gezien de cijfers in de tabel en de context van de bezettingsperiode). -4-

alle soorten zeevisch zou heffen, de goedkoope soorten te zwaar en de duurdere soorten te licht zouden worden belast, zoodat dan langs een omweg en met veel administratieve bemoeiingen toch naar de waarde zou worden geheven) meen ik te mogen vaststellen, dat een herziening van de heffing op den afslag in den door de Gemachtigde voor de Prijzen bedoelden zin voor den consument vrijwel geen voordeel zal opleveren, doch uitsluitend zal bewerkstelligen, dat de winst van den grossier-inzender veilig wordt gesteld ten koste van het bedrijf der Vischmarkt. Dit bedrijf werkt reeds sedert jaren met verlies, welk verlies, bij invoering van een gewijzigd stelsel van heffing, stellig nog zal stijgen. Hieronder laat ik de verliescijfers van het bedrijf, sedert het jaar 1930, volgen.

1930 f 8.711,43
1931 " 15.266,73
1932 " 12.548,06
1933 " 9.207,12
1934 " 4.560,60
1935 " 5.879,94
1936 " 4.158,90
1937 " 4.821,67
1938 " 8.236,46
1939 " 8.212,04
1940 " 9.020,51
geraamd verlies
1941 de " 10.600,--
zal bij de huidige heffing stellig wel stijgen tot f 12.000,--.

Ten aanzien van de prijsbeheersching op het gebied van de zeevisch moge ik nog het volgende opmerken. Voor den visscher zijn geen maximumprijzen vastgesteld, zoodat er een vrije verkoop in den eersten hand plaatsvindt. Voor den grossier (c.q. secondaire veiling) en den detaillist zijn maximum winstmarges vastgesteld, waaruit tevens alle kosten moeten worden bestreden. Deze wijze van prijsbeheersching is zoodanig, dat de detailprijzen practisch niet contrôleerbaar zijn. Het staat naar mijn meening vast, dat het bedrag, dat de Gemeente van haar heffingen zou moeten laten vallen, uiteindelijk niet tot uitdrukking zou komen in de werkelijke kleinhandelsprijzen. Ik wijs er voorts op, dat van de winstmarges van den grossier, en ook van kleinhandelaar, ~~de omzetbelasting, welke sedert 1 Januari jl. als~~ moet worden voldaan. * Centrale stelling: De auteur betoogt dat een voorgestelde wijziging in de visheffing (gebaseerd op waarde in plaats van gewicht) nadelig is voor de gemeentelijke Vischmarkt, terwijl de consument er niets van merkt. De enige die ervan zou profiteren is de groothandelaar (grossier).
* Financiële onderbouwing: Een tabel toont aan dat de Vischmarkt al sinds 1930 elk jaar verlies draait. De verliezen schommelen tussen circa 4.000 en 15.000 gulden. Voor 1941 wordt een verdere stijging van het verlies voorspeld.
* Prijsmechanisme: De tekst legt de structuur van de vismarkt uit: vissers hebben vrije prijzen, maar voor tussenhandelaren en winkeliers gelden maximale winstmarges. De auteur is sceptisch over de effectiviteit van deze prijscontrole op het niveau van de consument.
* Correcties: De handgeschreven toevoegingen ("de", "maximum", "werkelijke") dienen om de tekst te preciseren. De doorhaling aan het eind wijst op een wijziging in de formulering over de omzetbelasting, die kennelijk ten laste van de winstmarges komt. * Tijdsgewricht: De term "Gemachtigde voor de Prijzen" duidt op de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Dit was een instituut dat door de bezetter was opgezet om de economie en inflatie te beheersen.
* Bestuurlijke strijd: Het document weerspiegelt de spanning tussen lokale belangen (een rendabele gemeentelijke visafslag) en centrale ordeningsmaatregelen vanuit de bezettingsmacht.
* Economie: Het document illustreert hoe de overheid tijdens de oorlogsjaren trachtte via complexe regelgeving en heffingen de prijzen van basislevensmiddelen zoals vis te sturen, vaak met onvoorziene of ongewenste neveneffecten voor de betrokken instanties.

Samenvatting

  • Centrale stelling: De auteur betoogt dat een voorgestelde wijziging in de visheffing (gebaseerd op waarde in plaats van gewicht) nadelig is voor de gemeentelijke Vischmarkt, terwijl de consument er niets van merkt. De enige die ervan zou profiteren is de groothandelaar (grossier).
  • Financiële onderbouwing: Een tabel toont aan dat de Vischmarkt al sinds 1930 elk jaar verlies draait. De verliezen schommelen tussen circa 4.000 en 15.000 gulden. Voor 1941 wordt een verdere stijging van het verlies voorspeld.
  • Prijsmechanisme: De tekst legt de structuur van de vismarkt uit: vissers hebben vrije prijzen, maar voor tussenhandelaren en winkeliers gelden maximale winstmarges. De auteur is sceptisch over de effectiviteit van deze prijscontrole op het niveau van de consument.
  • Correcties: De handgeschreven toevoegingen ("de", "maximum", "werkelijke") dienen om de tekst te preciseren. De doorhaling aan het eind wijst op een wijziging in de formulering over de omzetbelasting, die kennelijk ten laste van de winstmarges komt.

Historische Context

  • Tijdsgewricht: De term "Gemachtigde voor de Prijzen" duidt op de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Dit was een instituut dat door de bezetter was opgezet om de economie en inflatie te beheersen.
  • Bestuurlijke strijd: Het document weerspiegelt de spanning tussen lokale belangen (een rendabele gemeentelijke visafslag) en centrale ordeningsmaatregelen vanuit de bezettingsmacht.
  • Economie: Het document illustreert hoe de overheid tijdens de oorlogsjaren trachtte via complexe regelgeving en heffingen de prijzen van basislevensmiddelen zoals vis te sturen, vaak met onvoorziene of ongewenste neveneffecten voor de betrokken instanties.

Kooplieden in dit dossier 100

Aal en paling boven de 250 gram ƒ 2,44
Aal en paling tot 70 gram „ 1,04
Aal en paling van 125—250 gram „ 2,23
Aal en paling van 70—125 gram „ 1,78
As. v. Wygert.
Blei boven 1 pond en kroeskarper ........ ,, 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg. en kroeskarper 0,34
Alle 100 kooplieden →