Afschrift van een beknopt verslag van een vergadering.
Origineel
Afschrift van een beknopt verslag van een vergadering. No. 46A/27/3 M.1941 23/6 AFSCHRIFT.
No. 626 L.M. 1941.
BEKNOPT VERSLAG betreffende het agendapunt "MOEILIJKHEDEN VISCHVERVOER PER TRAM" van de vergadering v.d. Vischventersvereeniging "ST. ANTHONIUS" te Volendam, gehouden (met vergunning v.d. Gouverneur Generaal) op 16 Juni 1941.
Ter vergadering waren een 120 tal belanghebbenden aanwezig, omvattende de Groot en Kleinhandel in visch te Volendam, alsmede een delegatie van de Rijksverkeersinspectie te Amsterdam en van de Nederlandsche Organisatie Beroepsgoederenvervoerders langs den weg, district Amsterdam. Van de Nederl. Visscherij Centrale te Den Haag was telefonisch bericht ontvangen, dat zij, door werkzaamheden overbezet, niet in de gelegenheid was aan de uitnoodiging, om zich ter vergadering te doen vertegenwoordigen, gevolg te geven, terwijl van het Bureau Beuman op de uitnoodiging geen bericht is ontvangen.
Na opening der vergadering gaf de Voorzitter het woord aan den heer Sterk ter inleiding.
Spreker betoogde, dat de belangen van den vischhandel te Volendam en van de vischvoorziening te Amsterdam ernstig dreigde geschaad te worden door het feit, dat de kwaliteit van de versche visch (in hoofdzaak van aal en paling) door het vervoer per tram naar Amsterdam zoodanig sterk in kwaliteit achtergaat, dat algemeene en bijzondere belangen daardoor ernstig gedupeerd worden.
Toen in April 1941 in het Gebouw v.d. Rijksverkeersinspectie een bespreking plaats vond tusschen de R.V.I. – N.V.C. – N.Z.H.T. – en vischhandelaren, teneinde te onderzoeken hoe het mogelijk zou kunnen blijken, het vischvervoer tusschen Volendam en Amsterdam zoo te organiseeren, dat daaruit een aanmerkelijke besparing aan motorbrandstof enz. zou kunnen volgen, werd daar na veelzijdige overwegingen besloten, gedurende de maand Mei 1941 (op advies van den vischhandel bij wijze van proef) het vervoer per N.Z.H.T. te doen plaatsen, waartoe deze vervoerder op gezette uren goederenvervoer zou mogelijk maken.
De vischhandel had nl. geen ervaring hieromtrent met betrekking tot vischvervoer, daar vooral versche levende visch nimmer naar Amsterdam per tram was vervoerd.
De maand Mei is gepasseerd onder weersomstandigheden, die ten aanzien van de vangsten ongunstig en ten aanzien van de houdbaarheid van levende visch meer gunstig was. Deze verschijnselen hebben zich tot heden vrijwel geregeld bestendigd. Door het vrij koude weer waren namelijk de vangsten klein en kon de tram het weinige met KOEL vervoeren, waardoor de kwaliteit niet onrustbarend geschaad werd.
De vischhandel stond eenigszins onwennig tegenover dit vervoer, doch heeft zich desondanks vele offers getroost, overtuigd zijnde, dat de bijzondere omstandigheden aller medewerking noodig maakte. Dit kon echter niet verhinderen, dat zich reeds, naarmate op dagen met zachter temperatuur ook de vangsten vermeerderden, herhaaldelijk moeilijkheden voordeden van min of meer ernstigen aard, zich uitende in gebrek aan voor visch noodige vervoers-accommodaties – gebrek aan voldoende tijdruimte voor verpakking en transport naar het station – beduidende achteruitgang van kwaliteit der visch.
Kon nog lang gebruik worden gemaakt van autotractie (A-vervoerders) sedert 13 dezer was ook dit door een totaal verbod, geheel onmogelijk en kon alleen per tram worden vervoerd.
Plotseling traden daarbij op 14 dezer bovendien nog andere factoren op. Een en ander veroorzaakte een zoodanige situatie, dat practisch van een debacle gesproken kon worden.
Alle visch moest per tram vervoerd worden. Om op tijd de verkoopplaats in Amsterdam te kunnen bereiken, werd daardoor een groote hoeveelheid tegelijk ten vervoer aangeboden.
Door windstilte kwam bovendien de visschersvloot laat binnen. Dit verschijnsel doet zich gedurende het seizoen practisch bij herhaling voor. Hierdoor is het onmogelijk de visch op tijd te verpakken en ten vervoer te kunnen aanbieden om met de eerste goederendienst van 5.40 uur te kunnen doen vertrekken.
Voor den dienst van 5.40 uur kon slechts een zeer klein deel van de eerste aanvoeren klaar komen. Een groote partij arriveerde op het station direct daarna om ingeladen te worden (dit moet door den vischhandel zelf geschieden) in den anderen op het emplacement aanwezigen goederenwagen om met den volgenden dienst van 6.30 uur verzonden te worden. Dit werd echter niet toegestaan, omdat die dienst door personenwagens reeds vol belast was. ~~xxx~~ Dientengevolge heeft de visch tot 9.30 uur op vervoer moeten wachten en arriveerde om 12 uur op de verkoopplaats te Amsterdam, toen het voor veel consumenten reeds te laat was.
Uit dit feit moge te meer blijken, dat de tram niet op goederenvervoer is ingesteld, terwijl de vischvoorziening van Amsterdam, waar de consument nu meer dan ooit feitelijk op visch zit te wachten, teleurgesteld en mede gedupeerd wordt. Het document beschrijft de logistieke crisis in de Volendamse vissector tijdens de zomer van 1941. De kernpunten zijn:
- Gedwongen Modal Shift: Door brandstofschaarste (bezettingstijd) werd het wegtransport per vrachtauto (autotractie) verboden. Vanaf 13 juni 1941 was men volledig aangewezen op de tram (N.Z.H.T., de "Blauwe Tram").
- Kwaliteitsverlies: De tram was niet ingericht op het vervoer van kwetsbare, levende vis (met name aal en paling). Bij stijgende temperaturen leidde het trage transport tot bederf en kwaliteitsvermindering.
- Infrastructuurtekort: Er was een gebrek aan koelfaciliteiten en ruimte op het spoor. De prioriteit lag bij personenvervoer, waardoor de vis bleef staan.
- Logistieke mismatch: De vissersschepen waren afhankelijk van de wind. Bij windstilte kwamen zij te laat binnen voor de vroege goederentram. De daaropvolgende vertraging (van 6:30 tot 9:30 uur) zorgde ervoor dat de vis pas om 12:00 uur in Amsterdam was, wat te laat was voor de markt. Dit verslag is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De verwijzing naar de "vergunning v.d. Gouverneur Generaal" (waarschijnlijk een vergissing van de notulist voor de Rijkscommissaris of een lokale autoriteit, daar Nederland geen Gouverneur-Generaal had, maar een Rijkscommissaris) duidt op de strenge controle op vergaderingen en verenigingen.
De brandstofdistributie dwong ondernemers tot creatieve, maar vaak inefficiënte oplossingen. De N.Z.H.T. (Noord-Zuid-Hollandsche Vervoer Maatschappij) exploiteerde de tramlijn Volendam-Amsterdam. Dit document illustreert de dagelijkse overlevingsstrijd van de lokale economie en de voedselvoorziening onder druk van oorlogsmaatregelen. De nadruk op "aal en paling" onderstreept het belang van deze specifieke exportproducten voor de Volendamse gemeenschap.