Getypt rapport/begeleidende brief (pagina 2 van een groter geheel).
Origineel
Getypt rapport/begeleidende brief (pagina 2 van een groter geheel). 17 juni 1941. De Commissie uit belanghebbenden (voorzitter J.G. Sterk, firma Joh. Sterk). -2-
Zooals gezegd, is dit alles nog gebeurd onder zeer gunstige weersomstandigheden van tamelijk koel weer. Niettegenstaande echter deze gunstige factor, was de visch bij aankomst te Amsterdam reeds grootendeels dood om geen werkelijker omschrijving te gebruiken.
Toevallig brachten de schepen dien dag geen groote vangsten mee, zooals in het seizoen bij warmte het geval is. Ware dit anders geweest, dan zou een groot deel van de aanvoer niet meer op tijd in Amsterdam hebben kunnen komen met het gevolg, dat Amsterdam daarvan verstoken was gebleven en voor de visch langs alle wegen snel de gunstigst bereikbare bestemming had moeten worden gezocht. Het resultaat daarvan zal dan zijn, dat kostelijk voedsel haar bestemming niet bereikt en schier ~~onverk~~ onoverkoombare stroppen voor den handel ontstaan.
Hoe evenwel zou de ontwikkeling geweest zijn bij warm, ja drukkend heet weer, als behalve het nadeel van den langen duur der voorbehandeling, ook nog de hevige hitte in de goederenwagons, door de daarop brandende zon, de visch zelfs zeer snel doet bederven? Immers bij een vlot verloop van alles, duurt het nog altijd on. 5 tot 6 uur voordat de visch van aanvoershaven tot verkoopplaats komt. Per autotactie (a-vervoerders) wordt dit echter tot hoogstens 1 - ~~1~~ tot 1 ½ uur teruggebracht, maar dan ook onder alle omstandigheden. De visch heeft dan allerminst de hevige hitte, die juist het snelle, bijna onmiddellijke bederf veroorzaakt, te doorstaan. Daarom juist, mag levende visch nooit het lijdend voorwerp van langdurig vervoer en voorbereiding worden.
Het moge dan theoretisch goed bedoeld zijn, dat volgens telefonische mededeeling van de N.V.C., bij noodzakelijke gevallen, na overleg tusschen vischhandel - N.V.C. - R.V.I. de autotractie kan worden ingeschakeld, doch het op Zaterdag jl. gebeurde toont aan, dat dit overleg niet op elk voorkomend moment mogelijk is en bovendien, hoe kort ook, altijd te lang zou duren, om catastrophen te voorkomen.
Op grond van deze onmogelijke toestanden, rijst dan ook reeds bij diverse handelaren het voornemen, elders zich te vestigen op aanvoerplaatsen, waar zulke toestanden niet heerschen.
Nu liggen te Volendam de omstandigheden zoo, dat daar a-vervoerders gevestigd zijn, die toch dagelijks met meerdere auto's naar Amsterdam rijden met een totale vervoerscapaciteit van ca. 25.000 kilo's brutogewicht. Die auto's rijden toch en gebruiken dus toch brandstof enz. Deze a-vervoerders kunnen ook het vischvervoer van Monnikendam verzorgen.
In het algemeen belang en in het bijzonder belang van den vischhandel en dat van het kostelijk IJselmeerproduct, hetwelk alles levend volwaardig is en niet vergeleken mag en kan worden met zeevisch, die veel sterker is, is het zoozeer en dringend noodig, dat het vervoerverbod voor visch door a-vervoerders Volendam-Amsterdam onverwijld wordt opgeheven. Ieder tijdverlies hierbij, maakt de kans op ernstige catastrophen grooter, daar iederen dag de warmte kan intreden.
Tot dit doel werd uit de vergadering een commissie benoemd bestaande uit de H.H. J.G. Sterk (in firma Joh. Sterk, Volendam) als voorzitter en de HH. Tuyp en Koning als leden, met opdracht om onmiddellijk de noodige stappen te ondernemen.
No. 626 L.M. 1941.
Aan het Gemeentebestuur Amsterdam.
Hiermede hebben wij de eer Uw geacht College een rapport te doen toekomen omtrent moeilijkheden bij het vischvervoer per tram Volendam-Amsterdam.
De Commissie moge hierbij verwijzen naar het U op 16 dezer toegezonden telegrafisch verzoek, adhesie te willen betuigen aan ons telegrafisch verzoek om opheffing van het verbod voor A-vervoerders, gericht aan de in het telegram vermelde instanties.
De Commissie vertrouwt gaarne, dat U aanleiding heeft kunnen vinden, aan dat verzoek gevolg te geven.
Met hoogachting,
De Commissie uit belanghebbenden,
J.G. Sterk (in firma Joh. Sterk Volendam).
voorzitter.
Volendam, 17 Juni 1941. * Kernbetoog: De commissie klaagt over de gedwongen verschuiving van visvervoer van de weg (vrachtwagens) naar het spoor/tram. Dit veroorzaakt enorme vertragingen (5-6 uur i.p.v. 1,5 uur), waardoor de verse IJsselmeervis bederft voordat deze de Amsterdamse markt bereikt.
* Argumentatie:
1. Voedselverspilling: Zelfs bij koel weer sterft de vis; bij hitte is het een catastrofe.
2. Economische dreiging: Handelaren dreigen Volendam te verlaten als de logistiek niet verbetert.
3. Efficiëntie: De vrachtwagens (A-vervoerders) rijden toch al naar Amsterdam, dus het verbod bespaart in de praktijk geen brandstof.
4. Bureaucratie: Het proces om toestemming te vragen bij instanties als de N.V.C. en R.V.I. is te traag voor de dynamiek van de vismarkt.
* Toon: Formeel, dringend en lichtelijk verontwaardigd over de "onmogelijke toestanden". * Historische periode: Juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland.
* Schaarsche en distributie: Tijdens de bezetting werden vervoersbeperkingen opgelegd om brandstof te besparen en de controle op goederenstromen te vergroten. Vrachtwagens mochten vaak niet rijden als er een alternatief per spoor (zoals de 'Waterlandse Tram') beschikbaar was.
* Visserij: De visserij op het IJsselmeer was essentieel voor de voedselvoorziening van Amsterdam. De commissie benadrukt dat IJsselmeervis kwetsbaarder is dan zeevis, wat een specifieke logistieke aanpak vereist.
* Instanties: De genoemde N.V.C. (Nederlandsche Vereeniging van Conservenfabrikanten of een gerelateerd distributie-orgaan) en R.V.I. (Rijksverkeersinspectie) waren de instanties die tijdens de oorlog de transportvergunningen beheerden.