Zakelijke brief (handgeschreven).
Origineel
Zakelijke brief (handgeschreven). 16 juni 1941. A.P. Bakker, Koogerstraat 42, den Burg - Texel. De Gemeentelijke Vischafslag, De Ruyterkade, Amsterdam. [Linkerbovenhoek, handgeschreven aantekeningen:]
Inschrijven
en beantwoorden
Zie opmerking Hr. Stam.
Spoed
19-6-’41 detHoen [?]
[Rechterbovenhoek, stempel:]
Nº 46 A/ 29/ I M. 1941 20/6
[Adresregels:]
Aan de Gemeentelijke Vischafslag
De Ruyterkade Amsterdam.
[Brieftekst:]
den Burg - Texel, 16 Juni 1941,
Mijne Heeren,
Ondergeteekende deelt U
beleefd mede, dat hij van den heer A Boon,
te Oudeschild - Texel, heeft gekocht de erken-
de rechten als handelaar in visch en garnalen.
Daar het in zijn bedoeling ligt
om, evenals zijn voorganger, ook via de Gemeen-
telijke Vischafslag te Amsterdam zaken te gaan
doen, verzoekt ondergeteekende U beleefd hem te
laten weten, onder welke voorwaarden dat zal
kunnen geschieden.
Met belangstelling Uw ant-
woord tegemoet ziende teekent,
Hoogachtend,
[Handtekening: APBakker]
A.P. Bakker
Koogerstraat 42
Telefoon 123. Postrek. 419178.
den Burg - Texel. In deze brief informeert A.P. Bakker de directie van de Gemeentelijke Vischafslag in Amsterdam over een bedrijfsovername. Hij heeft de erkende rechten als handelaar in vis en garnalen overgenomen van de heer A. Boon uit Oudeschild (Texel).
De schrijver geeft aan dat hij de handelsrelatie met de Amsterdamse afslag, zoals zijn voorganger die had, wil voortzetten. Hij verzoekt om informatie over de geldende voorwaarden om daar zaken te kunnen doen. Uit de ambtelijke aantekeningen blijkt dat de brief op 20 juni is binnengekomen en met enige spoed behandeld diende te worden ("Spoed", "19-6-'41"). Het document dateert uit juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogstijd ging de voedselvoorziening en de handel in vis door, al was dit strikt gereguleerd door de bezetter en de Nederlandse distributieorganen.
De Gemeentelijke Vischafslag in Amsterdam (gevestigd aan de De Ruyterkade, achter het Centraal Station) speelde een centrale rol in de distributie van vis naar het achterland. Voor vissers en handelaren van Texel was de verbinding met Amsterdam cruciaal voor hun afzetmarkt. De brief illustreert de formele, bureaucratische weg die een ondernemer destijds moest bewandelen om erkend te worden als handelaar bij een dergelijke instantie. De verwijzing naar "erken de rechten" duidt op het gesloten systeem van vergunningen dat in die tijd (mede door de bezettingsomstandigheden) extra strikt was. A. Boon A.P. Bakker