Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen. 5 juli 1941. Onbekend (vermoedelijk een afdelingshoofd of adviseur binnen de gemeente Amsterdam). VD/HG.
46A/30/2 M.
5 Juli 1941.
Voorziening van de bevolking van Amsterdam met visch uit de gemeentevischwateren.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 20 Juni jl. om spoedig advies ontvangen stukken no. 636 L.M. 1941 heb ik de eer U te berichten, dat ik mij met den zich onder de stukken bevindenden brief van den Inspecteur der Visscherijen 4e, 6e en 7e District d.d. 16 Juni jl. kan vereenigen. Ik merk ten aanzien van de onderhavige aangelegenheid echter nog het volgende op.
De beroepsvisschers, die de gemeentewateren bevischen, zijn ingevolge voorschrift van de Visscherijcentrale te Den Haag verplicht, om zoowel aal en paling als de zoogenaamde schubvischsoorten, welke door hen worden gevangen, te leveren aan hun vaste afnemers - grossiers en commissionnairs - of in te zenden op de vischafslagen, waar zij dit voorheen ook plachten te doen. Indien men derhalve wil bereiken, dat de betreffende visch ook werkelijk ten goede komt aan de Amsterdamsche bevolking, zal, wanneer de onderhavige wateren uitsluitend door beroepsvisschers zullen mogen worden bevischt, mijns inziens uitdrukkelijk moeten worden bepaald, dat deze beroepsvisschers de door hen gevangen visch moeten inzenden aan den gemeentelijken vischafslag te Amsterdam. Indien men de visschers de vrijheid zou laten de in de onderhavige wateren gevangen visch ook te leveren aan Amsterdamsche grossiers, dan acht ik het niet uitgesloten, dat deze visch naar andere steden wordt verkocht, zoodat ze dan niet uitsluitend in handen zou komen van de Amsterdamsche winkeliers en venters.
Ook ter voorkoming van het knoeien met de prijzen, acht ik het gewenscht, dat de in de Amsterdamsche vischwateren gevangen visch op den vischafslag wordt ingezonden.
Ik moet er echter op wijzen, dat door de Visscherijcentrale, voor wat betreft de toewijzing en verdeeling van zoetwatervisch, allerlei regelingen zijn getroffen; het is mij ook bekend, dat voornoemde Centrale thans bezig is nieuwe regelen voor te bereiden, waardoor men wil bereiken, dat de gevangen visch zoo gelijk mogelijk over geheel Nederland wordt verdeeld. Het is derhalve niet uitgesloten te... [tekst breekt af]
--- Dit document is een ambtelijk advies aan de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van het advies is een pleidooi voor strikte regulering van de lokale visvangst. De schrijver adviseert om beroepsvissers die in Amsterdamse gemeentewateren vissen, te verplichten hun vangst direct aan de gemeentelijke visafslag te leveren.
De argumentatie hiervoor is tweeledig:
1. Behoud voor de lokale bevolking: Men is bang dat grossiers de vis naar andere steden verkopen als er geen verplichte levering aan de lokale afslag is.
2. Prijsbeheersing: Door de vis via de officiële afslag te laten lopen, wil men "knoeien met de prijzen" (zwarte handel of prijsopdrijving) tegengaan.
Het document eindigt met een waarschuwing dat de centrale overheid (de Visscherijcentrale in Den Haag) werkt aan een landelijk verdeelsysteem, wat de lokale autonomie over deze voedselbron zou kunnen inperken.
--- Het document dateert van juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening werd in deze periode een steeds nijpender probleem.
- Schaarste en distributie: Door de oorlogsomstandigheden en de export naar Duitsland ontstonden tekorten. De "Visscherijcentrale" was een orgaan dat door de bezetter en de Nederlandse bureaucreatie werd gebruikt om de markt volledig te beheersen (geleide economie).
- Gemeentelijke autonomie: De brief toont de poging van het Amsterdamse gemeentebestuur om lokale voedselbronnen (zoals vis uit de eigen wateren) veilig te stellen voor de eigen inwoners, in een tijd waarin centrale distributieregels de lokale voorraden vaak opeisten voor andere doelen.
- Taalgebruik: Het gebruik van de "visch"-spelling en termen als "commissionnairs" en "kantbrief" is typerend voor de formele correspondentie van die tijd. De term "venters" verwijst naar de vele straathandelaren die Amsterdam rijk was en die essentieel waren voor de voedseldistributie in de wijken.