Ambtsbericht / Rapportage.
Origineel
Ambtsbericht / Rapportage. 18 juni 1941. G. Stam, Chef Vischmarkt. [Header]
Amsterdam 18 Juni 1941.
Rapport.
Nº 46 A/34 / M. 19 41 13/7
[Inhoud]
Vorige week Vrijdag 13 Juni
heb ik een partij visch afgeslagen
waarbij Frans Offendorp door mij
werd achtergesteld, omdat hij ook
werkelijk achter was en L. Biel
was voor, die dan ook de visch
kreeg toegedeeld. Offendorp was
hier over gebelgd en riep, dat is
niet goed ik was voor. Maar ik
kan U eerlijk verklaren, dat
Offendorp niet voor was. Zelfs
waren er ten slotte ook verschillende
koopers, die achter mij stonden
en verklaarde dat Offendorp
achter was en L. Biel voor.
Hierover maakte hij zich erg
boos, waar ik mij natuurlijk niets
van aan trok.
Ik ben overtuigd, dat ik mijn werk
zeer eerlijk verricht, wat U bij
alle koopers kunt informeeren.
Ik laat mij daarom door
F. Offendorp, niet beleedigen, wat
ik erg leelijk vind.
[Afsluiting]
Hoogachtend:
[Signatuur: G. Stam]
Chef Vischmarkt.
[Adressering linksbeneden]
Den WelEdelHeer.
C. F. Sixma.
Dir: Marktwezen.
Amsterdam
[Annotaties/Marginalia]
* Links: 50 c/kg
* Midden: 13/7
* Omcirkeld: 40 c/kg
* Rechtsonder: F wonende Donselaar Str 41. Amsterdam.
* Diverse kleine aantekeningen: 14 cent (...), f 3.- (...), 25 v. Het document is een formeel verslag van een incident op de vismarkt in Amsterdam. De kern van het conflict draait om de 'afslag': bij een veiling per afslag is de volgorde van wie het eerst "mijn" roept (of op de knop drukt) cruciaal.
Chef Stam rapporteert dat hij een partij vis aan de heer L. Biel heeft toegewezen omdat deze sneller was dan Frans Offendorp. Offendorp betwistte dit ter plaatse en uitte beledigingen aan het adres van de ambtenaar. Stam verdedigt zijn integriteit door te wijzen op getuigenissen van andere aanwezige kopers.
De toon is formeel maar defensief ("ik laat mij niet beleedigen"). Opvallend is de spelling die nog deels de oude naamvals-n hanteert ("koopers", "visch", "beleedigen"), passend bij de tijdgeest van de vroege jaren '40. Het document dateert van juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en distributiemaatregelen. Vis was een essentieel voedselmiddel dat nog niet volledig op de bon was zoals vlees, waardoor de concurrentie en de emoties op de vismarkt hoog konden oplopen.
De geadresseerde, C.F. Sixma, was een belangrijk figuur binnen de Amsterdamse gemeentelijke administratie (Directeur van het Marktwezen). De annotatie rechtsonder bevat het adres van de beklaagde Offendorp (Donselaarstraat 41, Amsterdam-Oost), wat suggereert dat er mogelijk disciplinaire stappen of een onderzoek volgden naar aanleiding van dit rapport. De prijzen in de kantlijn (40 en 50 cent per kilo) geven een indicatie van de handelswaarde van de vis op dat moment.