Handgeschreven brief (zakelijke correspondentie).
Origineel
Handgeschreven brief (zakelijke correspondentie). 18 juli 1941. J.J. Gorter. "Heer Directeur" (vermoedelijk van een visafslag of distributiecentrum). [Koptekst/Annotaties]
No 46A/35 / M. 1941 21/7
[In ander handschrift:] Insp. spoed uitvoerig rapport s.v.p.
[Brieftekst]
Hoorn 18 Juli 1941
Zeer Geachte Heer Directeur.
Tot mijn leedwezen ontving ik van de boekhouder een afkeuringsbewijs van 38 k groote voorn, deze voorn waren van vrij, zaterdagen maandag en hebben dus ongeveer 4 dagen in de koelcel gestaan, ik heb ze Woensdagavond gehaald en direct verzonden en tevens heb ik er circa 20 k, n,l, de aller slechtste, in mijn oog, en deze staan nu nog tot u beschikking in het hout en zijn nog goed, gisteren heb ik er een beambte van de Warenwet van Alkmaar er bij gehaald, en deze kon er niets aan bespeuren, Wil u ze echter ook nog zien dan staan zij tot Woensdag tot u dienst. Als de bewuste visch wat slap is, daarom is zij in deze tijd, nog niet ongeschikt voor de consumptie. Hopende dat u mij, voor deze visch enigszints te gemoet wil komen.
Tevens verzoek ik u beleefd, om voor mijne kisten deksels en zakken te zorgen, aangezien ik over de maanden Maart April en Mei van de 23 kisten en deksels, enkelt 13 kisten terug heb gekregen, dus 10 kisten en 23 deksels waren er weg. Nogmaals hopende dat u mij ter wille wilt zijn, want het kost alle bij telken zending nog geld, van deze laatste zending ongeveer 10 Gulden.
[Linkermarge, verticaal geschreven]
Ik had de visch met 5 staven ijs verzonden. Anders moet ik mede ook op houten te rekenen, net als zooveel anderen.
Hoogachtend uw, dr, sr, J. J. Gorter. De brief is een formeel bezwaarschrift van visexporteur of -handelaar J.J. Gorter. De kern van het geschil is de afkeuring van een partij van 38 kilo grote voorn. Gorter voert de volgende argumenten aan ter verdediging van de kwaliteit:
1. De vis heeft weliswaar vier dagen in de koelcel gestaan, maar is direct na ophalen verzonden.
2. Gorter heeft zelf een monster van de "slechtste" vissen achtergehouden ter controle; deze zijn volgens hem nog prima.
3. Een inspecteur van de Warenwet uit Alkmaar heeft de vis beoordeeld en geen gebreken geconstateerd.
4. Eventuele "slapte" van de vis is inherent aan het seizoen/de tijd en maakt de vis niet ongeschikt voor consumptie.
Daarnaast klaagt de afzender over logistieke verliezen: een aanzienlijk deel van zijn emballage (kisten en deksels) is niet geretourneerd, wat hem financieel dupeert (10 gulden was in 1941 een aanzienlijk bedrag voor een kleine handelaar). De brief dateert uit juli 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Deze context is cruciaal voor het begrijpen van de urgentie van de brief:
* Voedselschaarste: Tijdens de bezetting was de voedselvoorziening streng gereguleerd. De keuring door de "Warenwet" was streng om de volksgezondheid te waarborgen, maar handelaren vochten afkeuringen hard aan vanwege de schaarste.
* Logistiek: Het tekort aan materialen (zoals hout voor kisten en ijs voor koeling) was een groeiend probleem. Dat Gorter specifiek "5 staven ijs" noemt, onderstreept zijn inspanning om de kwaliteit te waarborgen in een tijd waarin dergelijke middelen schaars werden.
* Bureaucreatie: De stempels en annotaties ("spoed", "uitvoerig rapport") wijzen op een ambtelijke afhandeling binnen een centraal orgaan dat de visdistributie controleerde. J. Gorter J.J. Gorter