Verslag/Notulen van een bespreking (pagina 2).
Origineel
Verslag/Notulen van een bespreking (pagina 2). -2-
De Inspecteur vult hierby nog aan, dat het quantum, dat door de grossiers aan den afslag wordt geleverd, bovendien nog van zeer slechte qualiteit is. De mooie visch gaat uitsluitend naar de winkeliers.
De Directeur deelt mede, dat hy van deze bespreking mededeeling zal doen aan de Nederlandsche Visschery-Centrale en er by deze Centrale opnieuw zal aandringen, dat het ten zeerste gewenscht is, dat alle voor Amsterdam bestemde visch via den afslag wordt geleverd.
De Inspecteur zegt hierby nog, dat de schuld ten deze geheel by de grossiers ligt; dit heeft de practyk nu wel bewezen. De visschery krygt namelyk niet meer dan de maximumprys op de primaire veilingen; de visch komt daarna in handel van de grossiers, waarna ze op alle mogelyke manieren verdwynt.
De heer Lammers zegt, dat dit inderdaad de kern van de zaak is. De grossiers moeten worden uitgeschakeld in het distributieapparaat. De Directeur van een primaire veiling moet zonder meer opdracht krygen van de Visschery-Centrale om de aangevoerde visch rechtstreeks te sturen aan den afslag van Amsterdam. De grossier kan dan evengoed de hem toekomende winstmarge krygen uitgekeerd, doch hy behoeft voor de verzending van de visch geen enkele medewerking te verleenen.
De heer Gootjes stelt de vraag, waarom de winkeliers thans het privilege hebben om hun visch rechtstreeks van de grossiers te betrekken.
De Directeur kan hierop geen positief antwoord geven, doch vermoedt, dat het komt, omdat deze winkeliers als regel niet op den Gemeentelyken afslag te Amsterdam hebben gekocht, omdat zy in het algemeen de betere soorten visch hebben gekocht. Hy verlaat daarop wegens bezigheden elders, de bespreking, waarna de heer Sieburgh de leiding overneemt.
De heer Lammers antwoordt hierop, dat dit onjuist is. Bovendien geeft dit den winkelier nog niet het recht om het aandeel visch, dat voor den straathandel bestemd is, aan zich te trekken.
De vertegenwoordigers van de toewyzingscommissie zyn van meening, dat indien de Visschery-Centrale niet kan voldoen aan het verzoek om alle visch aan den afslag in Amsterdam te zenden, men moet verzoeken te willen bevorderen, de thans bestaande verdeeling te staken en den kleinhandelaar de gelegenheid te geven om weder van hun oude leveranciers te betrekken. Wanneer dit gebeurt, kan de bona-fide handel toonen, wat zy waard is. Dan blyven er wellicht van de 400 personen, die thans op de verdeelingslyst staan, nog 150 bona-fide vischhandelaren over en de rest, dat zyn dus de scharrelaars, vallen af.
De heer Gootjes zegt nog, dat dringend noodig is, dat de Visschery-Centrale ten deze de noodige kracht kan ontwikkelen. Er moet een instantie komen, die de macht heeft om maatregelen te nemen. Er moeten contrôleurs worden aangesteld op de primaire veilingen, die erop toezien, dat de visschers hun visch ook werkelyk op den afslag leveren. De Directeuren van deze afslagen moeten worden verplicht om het percentage visch, dat voor Amsterdam is bestemd, ook werkelyk naar Amsterdam wordt gestuurd. Hierby moeten dus de grossiers worden uitgeschakeld. Wanneer dit stelsel wordt gevolgd, houdt het automatisch in, dat de winkeliers ook aan de verdeeling moeten deelnemen.
De Inspecteur deelt hierby nog mede, dat de Visschery-Centrale op grond van het Visschery-besluit thans de macht heeft om maatregelen te nemen. Spreker zegt nog, dat het door den heer Gootjes gepropageerde stelsel kan beteekenen in de practyk, dat Amsterdam minder visch krygt geleverd dan thans. Het staat thans immers vast, dat de winkelier visch koopt tegen te hooge pryzen, welke visch vermoedelyk bestemd was voor andere steden. Deze visch komt nu nog in Amsterdam, doch wanneer het door den heer Gootjes gepropageerde stelsel zal worden ingevoerd, krygt Amsterdam alleen zyn deel en niet meer. Het document beschrijft een conflict over de logistieke keten van de visaanvoer in Amsterdam. De kernpunten zijn:
* Kwaliteit en Fraude: Grossiers worden beschuldigd van het achterhouden van kwaliteitsvis voor directe verkoop aan winkeliers (waarschijnlijk tegen zwarte marktprijzen), terwijl de vis van slechte kwaliteit naar de officiële afslag gaat.
* Uitschakeling van de Tussenhandel: Er is een krachtig pleidooi van de heren Lammers en Gootjes om grossiers volledig uit te schakelen in het distributieproces om de controle op prijzen en hoeveelheden te herstellen.
* Sanering van de Handel: Men wil de "scharrelaars" (onbetrouwbare of kleine handelaren die profiteren van de chaos) scheiden van de "bona-fide" handel door de distributielijsten op te schonen.
* Centrale Regie: Er wordt aangedrongen op meer macht voor de Visschery-Centrale en de inzet van controleurs op primaire veilingen.
* Risico van Centralisatie: De Inspecteur waarschuwt aan het eind dat een strikt systeem Amsterdam weliswaar eerlijkheid brengt, maar mogelijk minder totale aanvoer, omdat de huidige "illegale" toevoer van vis (bestemd voor andere steden) dan zal stoppen. Dit verslag stamt uit de periode van de Nederlandse visdistributie onder centrale overheidsregie. Hoewel een exacte datum ontbreekt, wijst de term "Visschery-besluit" en de aanwezigheid van de "Nederlandsche Visschery-Centrale" (onderdeel van het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening) sterk op de periode van de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze tijd was er sprake van schaarste, maximumprijzen en een uitgebreid distributieapparaat om de voedselvoorziening in de steden te waarborgen. De discussie over "scharrelaars" en het omzeilen van de officiële afslag was in die tijd een veelvoorkomend probleem (zwarte handel). De strijd tussen centrale controle vanuit de overheid en de eigenbelangen van de tussenhandel (grossiers) staat hierin centraal.