Getypt verslag / Resumé van een bespreking.
Origineel
Getypt verslag / Resumé van een bespreking. 15 december 1941. Resumé van een bespreking op 15 December 1941 van den Directeur van het Marktwezen, den heer C.F. Sixma en de heeren J.J. Sieburgh, A.H. de Haer en H.A. van Duinhoven van het Marktwezen met eenige commissieleden voor de verdeeling van zoetwatervisch te Amsterdam, te weten de heeren Kl. Lammers, M. Gootjes en C. van Zanten.
-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-
De leden der verdeelingscommissie, tevens vertegenwoordigers van den kleinhandel memoreeren, dat tot nu toe de door de Nederlandsche Visscherijcentrale gegarandeerde, voor den straathandel van Amsterdam bestemde, minimum hoeveelheid zoetwatervisch van 30.000 pond per week nog geen enkele week is bereikt. Slechts wanneer ten minste deze hoeveelheid visch per week aan den afslag zou worden gezonden, zou de verdeeling een redelijke kans van slagen hebben. Zooals de zaak nu echter is, verkeert de straathandel in zeer moeilijke omstandigheden, omdat men slechts 1 maal in de 7 à 8 dagen voor een kwantum visch (van ten hoogste 40 kg.) in aanmerking kan komen.
De moeilijkheden worden, naar het oordeel der Commissie, in hoofdzaak veroorzaakt door het feit, dat den winkeliers is toegestaan, zich rechtstreeks van zoetwatervisch te voorzien bij hun grossiers. De winkeliers behoeven dus niet aan de verdeeling deel te nemen. Men is van meening, dat deze winkeliers, doordat zij den grossiers prijzen bieden, welke liggen boven de wettelijk vastgestelde maximumprijzen, de visch krijgen, die feitelijk is bestemd voor den straathandel, welke handel deze visch in normale tijden heeft verkocht. (Men deelde mede, dat op grond van terzake gepubliceerde cijfers is gebleken, dat de straathandel 85% der visch heeft verkocht, tegen 15%, die door de winkeliers werd verkocht en dan nog meer speciaal de fijnere soorten als tong, tarbot, griet e.d.).
De straathandel beklaagt er zich dan ook ernstig over, dat den winkeliers ten deze een privilege is verleend en dringt er met klem op aan te bevorderen, dat alle voor Amsterdam bestemde visch via de verdeeling onder de kleinhandelaren, waaronder dan ook begrepen de winkeliers, wordt gebracht. Hiertoe zou men desnoods een aparte verdeeling voor de winkeliers kunnen organiseeren met een Commissie van verdeeling uit de winkeliers, die de Gemeente van voorlichting dient; een en ander op dezelfde wijze als dit thans voor den straathandel geschiedt.
Men acht het hierbij echter een eerste vereischte, dat de figuur "grossier", zooals deze thans bestaat, wordt uitgeschakeld. Het staat namelijk vast, dat de visscher op de primaire veiling niet meer ontvangt, dan de maximumprijs; daarna krijgt echter de grossier de visch in handen en de practijk heeft wel bewezen (het afgeloopen aalseizoen en ook thans weer), dat er dan op allerlei wijzen met de visch en de prijzen wordt gemanipuleerd. Men acht dan ook een aanvoer van alle voor Amsterdam bestemde visch op den afslag te Amsterdam slechts mogelijk, wanneer de directeuren van de primaire afslagen door de Visscherijcentrale worden verplicht, het voor Amsterdam bestemde percentage naar deze stad door te zenden. Den grossier kan dan de hem toekomende winstmarge worden uitgekeerd, doch verder heeft hij geen enkele bemoeienis meer met de visch.
De Commissie was van oordeel, dat het voor den straathandel van zeer veel belang is – vooral met het oog op het aanstaande aalseizoen –, dat de verdeeling van visch te Amsterdam tot een volledig succes wordt, omdat anders voor den komenden zomer moet worden gevreesd, dat de aal weder "in den zwarten handel" verdwijnt, zoodat dit volksvoedsel dan opnieuw niet voor het groote publiek beschikbaar komt.
Zoolang het bovenomschreven plan niet zal zijn ingevoerd, acht de verdeelingscommissie het gewenscht, dat door de Visscherijcentrale wordt bepaald, dat de namen van alle winkeliers en grossiers/kleinhandelaren van de verdeelingslijst worden geschrapt. De verdeelvisch toch is uitsluitend bestemd voor den straathandel. Dan behooren ook bovengenoemde 2 groepen van handelaren niet op de verdeellijst te staan. Hiermede zou reeds worden bereikt, dat het aantal personen, dat aan de verdeeling deelneemt, kleiner wordt, waardoor de situatie voor den straathandel iets gunstiger wordt. Dit document schetst een scherp conflict binnen de Amsterdamse visdetailhandel tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van het probleem is de schaarste en de ongelijke toegang tot voorraad tussen twee groepen: de gevestigde winkeliers en de straathandelaren (marktkooplieden).
- Belangenconflict: De straathandel voelt zich benadeeld omdat winkeliers de mogelijkheid hebben om buiten de officiële verdelingssystemen om vis te kopen bij grossiers, vaak tegen prijzen die de officiële maxima overschrijden.
- Marktverstoring: De commissie stelt vast dat de "grossier" een schakel is die prijsmanipulatie en de zwarte handel in de hand werkt. Er wordt gepleit voor een verregaande centralisatie waarbij de Visscherijcentrale de vis direct naar de Amsterdamse afslag stuurt, om zo de tussenhandel uit te schakelen.
- Sociale aspecten: Vis (met name aal/paling) wordt aangeduid als "volksvoedsel". De vrees bestaat dat door de huidige gang van zaken de gewone burger ("het groote publiek") geen toegang meer heeft tot betaalbare vis.
- Statistiek: Interessant is de vermelding dat de straathandel historisch gezien verantwoordelijk was voor 85% van de visafzet in Amsterdam, wat hun claim op een groter deel van de huidige rantsoenen kracht bijzet. In december 1941 was Nederland ruim anderhalf jaar bezet door Nazi-Duitsland. De distributie van voedsel werd steeds strakker gereguleerd door de overheid (onder Duits toezicht) om tekorten te beheersen en de export naar Duitsland te garanderen.
De Visscherijcentrale was een van de crisisorganisaties die toezicht hield op de productie en distributie van vis. Zoetwatervis was in die tijd een essentieel onderdeel van het dieet, omdat vlees en andere proteïnebronnen schaars en op de bon waren. De "zwarte handel" die in het document wordt genoemd, was een wijdverspreid fenomeen: zodra de officiële prijzen te laag waren in verhouding tot de vraag, verdwenen producten van de legale markt naar handelaren die bereid waren meer te betalen onder de toonbank. Dit document toont de ambtelijke worsteling om via centralisatie en uitsluiting van tussenpersonen de grip op de voedselvoorziening te behouden.