Ambtsbrief/Memorandum (doorslag).
Origineel
Ambtsbrief/Memorandum (doorslag). 30 september 1941. Waarschijnlijk een ambtenaar van de gemeente Amsterdam (gezien de parafen W. de Boer en W. Müller). (Handgeschreven, rechtsboven:)
W. de Boer
gezien door W. Müller
(Middenboven:)
VD/HG.
(Linksboven:)
4GA/40/4 M.
(Handgeschreven, midden:)
Verzonden 30/9
(Rechtsmidden:)
30 September 1941.
(Linksmidden:)
Regeling afzet van
mosselen in Amsterdam.
(Rechts, adres:)
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer het volgende te Uwer kennis te brengen.
Op 29 Augustus jl. heb ik te mijnen kantore met den directeur der Nederlandsche Visscherijcentrale te Den Haag en den directeur van het Centraal Verkoopkantoor van Mosselen te Bergen op Zoom een bespreking gevoerd ontrent een regeling voor den aanvoer en afzet van mosselen te Amsterdam in het aanstaande winterseizoen. Genoemde directeuren wezen op de noodzakelijkheid van het tot stand brengen van een goed sluitende afzetorganisatie voor de mosselen, opdat niet door individueel optreden van enkele handelaren de risico's van den verkoop zoodanig zouden worden vergroot (zooals het vorig seizoen het geval is geweest als gevolg van scherpe concurrentie tusschen verschillende aanvoerders), dat de aanvoer daaronder zou moeten lijden. De kans bestaat namelijk, dat mosselen, waarvoor geen afzet zou zijn te vinden voor export zouden moeten worden bestemd.
Dezerzijds is daarop gesteld, dat voor het verkrijgen van een sluitende organisatie niet alleen de verkoop in de steden in één verband zou moeten worden gebracht, maar dat ook zooveel mogelijk de leveringen door de mosselkweekers en -visschers zouden moeten worden gecentraliseerd. Uit mededeelingen van den directeur van het Centraal Verkoopkantoor bleek, dat wat Zeeland betreft, reeds deze maatregel was getroffen. De directeur van het Centraal Verkoopkantoor deelde namelijk mede, dat zijn kantoor alle Zeeuwsche mosselen van de kweekers opkoopt, die verplicht zijn alle mosselen aan het Centraal Verkoopkantoor te leveren; het Centraal Verkoopkantoor wijst deze mosselen toe aan de Zeeuwsche groothandelaren, die deze op aanwijzing van het Verkoopkantoor moeten leveren aan de in de steden te vormen verkoopcombinaties. Een en ander geschiedt onder toezicht en goedkeuring van de Visscherijcentrale. De moeilijkheid in Amsterdam bleek echter te zijn, dat daar geen bona fide groothandel in mosselen, wien de verkoop kon worden opgedragen, bestond.
--- * Inhoud: De brief verslaat een overleg tussen Amsterdamse ambtenaren en directeuren van de Visscherijcentrale en het Centraal Verkoopkantoor van Mosselen. Het doel is de mosselhandel te reguleren om chaos en marktverstoring (zoals in het voorgaande jaar) te voorkomen.
* Kernprobleem: Er is een gebrek aan een betrouwbare ("bona fide") groothandel in Amsterdam die de gecentraliseerde distributie op zich kan nemen.
* Voorgestelde oplossing: Een systeem van gedwongen winkelnering waarbij alle Zeeuwse mosselen via één centraal punt (het Verkoopkantoor in Bergen op Zoom) naar stadscombinaties worden gesluisd.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands ("Hiermede heb ik de eer", "jl." [jongstleden], "dezerzijds").
--- * Tijdsbeeld: Het document dateert van september 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
* Voedselvoorziening: Tijdens de bezetting werd de voedselvoorziening steeds strakker van bovenaf gereguleerd (de "distributie"). Mosselen waren een belangrijke volksvoeding, zeker toen vlees schaarser werd. De overheid wilde controle over de prijs en de beschikbaarheid om zwarte handel en verspilling tegen te gaan.
* Centralisatie: De oprichting van "centrales" (zoals de Visscherijcentrale) was typerend voor de economische ordening onder het regime van de Rijkscommissaris, waarbij vrije marktconcurrentie werd vervangen door een strak geleide economie. De opmerking over "bona fide" handelaren kan in deze context ook slaan op politieke betrouwbaarheid of bereidheid tot samenwerking met de nieuwe ordening.