Archief 745
Inventaris 745-358
Pagina 380
Dossier 44
Jaar 1941
Stadsarchief

Brief (pagina 2)

30 september 1941 Van: Directeur van het Marktwezen, Amsterdam

Origineel

Brief (pagina 2) 30 september 1941 Directeur van het Marktwezen, Amsterdam Bladzijde 2 van brief No. 46A/40/4 M. d.d. 30 September 1941 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.

Aangezien het artikel mosselen als een belangrijk volksvoedsel moet worden beschouwd, reden waarom in den komenden winter groote behoefte aan dit artikel zal blijken te bestaan, heb ik toegezegd na te gaan, welke de beste methode zou zijn om de mosselen te Amsterdam af te zetten.

Bij het terzake ingestelde onderzoek is het volgende gebleken.

Inderdaad bestaat er te Amsterdam geen gevestigde grossiersstand voor het artikel mosselen. De mosselen werden steeds in hoofdzaak door schippers van buiten aangevoerd, die dit product direct aan den kleinhandel op de Vischmarkt verkochten. Wel hebben den afgeloopen winter aanvankelijk enkele Amsterdamsche grossiers getracht den aanvoer van mosselen in handen te nemen, doch deze pogingen zijn spoedig gestaakt. In het afgeloopen mosselenseizoen is de aanvoer der Zeeuwsche mosselen voor verreweg het grootste gedeelte verzorgd door de Fa. Luyten te Rotterdam (vertegenwoordigster van den Zeeuwschen handelaar S.L. Schot & Co.), die haar mosselen liet verkoopen door de combinatie Lammers (dit is den Bond van Kleinhandelaren in het Vischbedrijf "De Eendracht") en door den Zeeuwschen handelaar Stoffels, die zijn mosselen liet verkoopen door de combinatie Van Zanten (eveneens een kleinhandelaar, die feitelijk optrad als betaalde verkooper van zijn opdrachtgever). Deze combinaties traden derhalve niet op als grossiers; zij ontvingen slechts een vergoeding voor de door hen verrichte werkzaamheden en de door hen gemaakte onkosten. Naar mij bleek heeft deze regeling in den afgeloopen winter voortreffelijk gewerkt en zijn klachten over de werkwijze der twee combinaties geheel achterwege gebleven. Integendeel, door hun toedoen is het verbruik van de gekweekte Zeeuwsche mosselen – die voordien vrijwel niet te Amsterdam werden verhandeld (de vroeger te dezer stede aangevoerde mosselen waren hoofdzakelijk Wieringer, dat wil zeggen wilde mosselen) – zeer belangrijk gestegen.

Ten aanzien van de voor het aanstaande seizoen te treffen regeling heb ik allereerst overwogen of het wenschelijk was, den gemeentelijken vischafslag voor de distributie der mosselen in te schakelen. Hiertegen bestaat echter het bezwaar, dat aan den verkoop van mosselen zeer vele werkzaamheden zijn verbonden, als sorteeren, opnieuw verpakken, uitwegen etc., welke deels minder op den weg van den Gemeentelijken afslag liggen, terwijl het bestaande personeel der Vischmarkt hiervoor stellig niet toereikend zou zijn. Dit klemt te meer, waar een regeling in voorbereiding is voor de verdeeling van aal en snoekbaars, met de uitvoering waarvan de afslag ook reeds zal worden belast (vide hieromtrent mijn brief d.d. 26 dezer No. 46A/39/4 M.)

Vervolgens heb ik nagegaan of het wenschelijk was, dat de levering van mosselen te laten loopen via een te vormen combinatie van groothandelaren in visch hier ter stede. De omstandigheid, dat deze groothandel zich vrijwel nimmer met den verkoop van mosselen heeft bemoeid, heeft, naast het feit, dat aan het inschakelen van deze groep geenerlei behoefte bestond, aanleiding gegeven deze oplossing verder buiten beschouwing te laten. In deze brief rapporteert de Directeur van het Marktwezen aan de wethouder over de logistieke uitdagingen rondom de mosselhandel in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kernpunten zijn:

  1. Voedselvoorziening: Mosselen worden aangemerkt als "volksvoedsel", wat impliceert dat door schaarste van andere producten (vlees/vis) de mossel essentieel is geworden voor de Amsterdamse bevolking.
  2. Marktstructuur: Er is in Amsterdam geen formele groothandel (grossiers) voor mosselen. De handel was traditioneel in handen van schippers die direct aan winkeliers verkochten.
  3. Verschuiving in Product: Er is een transitie gaande van "wilde" Wieringer mosselen naar gekweekte Zeeuwse mosselen, die via Rotterdamse tussenpersonen (Fa. Luyten) en Amsterdamse kleinhandel-combinaties (Lammers/De Eendracht en Van Zanten) op de markt komen.
  4. Capaciteitsproblemen: De overheid overweegt de distributie via de Gemeentelijke Vischafslag te laten lopen, maar wijst dit af vanwege het arbeidsintensieve karakter (sorteren/wegen) en een tekort aan personeel, dat al druk is met de distributie van aal en snoekbaars. Dit document stamt uit september 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De voedseldistributie werd in deze periode steeds strakker gereguleerd door de overheid om tekorten en zwarte handel te bestrijden.

De brief illustreert hoe lokale overheden moesten improviseren om de voedselketen draaiende te houden. Het feit dat mosselen als "volksvoedsel" worden aangeduid, tekent de tijdgeest: luxeproducten of voorheen minder populaire producten werden bittere noodzaak in het dieet van de burger. Ook de vermelding van de visafslag die belast wordt met de verdeling van zoetwatervis (aal en snoekbaars) wijst op de toenemende centrale regie over de voedselvoorraden. De brief toont de spanning tussen de gewenste centrale controle en de praktische beperkingen van mankracht en expertise op de werkvloer.

Samenvatting

In deze brief rapporteert de Directeur van het Marktwezen aan de wethouder over de logistieke uitdagingen rondom de mosselhandel in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kernpunten zijn:

  1. Voedselvoorziening: Mosselen worden aangemerkt als "volksvoedsel", wat impliceert dat door schaarste van andere producten (vlees/vis) de mossel essentieel is geworden voor de Amsterdamse bevolking.
  2. Marktstructuur: Er is in Amsterdam geen formele groothandel (grossiers) voor mosselen. De handel was traditioneel in handen van schippers die direct aan winkeliers verkochten.
  3. Verschuiving in Product: Er is een transitie gaande van "wilde" Wieringer mosselen naar gekweekte Zeeuwse mosselen, die via Rotterdamse tussenpersonen (Fa. Luyten) en Amsterdamse kleinhandel-combinaties (Lammers/De Eendracht en Van Zanten) op de markt komen.
  4. Capaciteitsproblemen: De overheid overweegt de distributie via de Gemeentelijke Vischafslag te laten lopen, maar wijst dit af vanwege het arbeidsintensieve karakter (sorteren/wegen) en een tekort aan personeel, dat al druk is met de distributie van aal en snoekbaars.

Historische Context

Dit document stamt uit september 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De voedseldistributie werd in deze periode steeds strakker gereguleerd door de overheid om tekorten en zwarte handel te bestrijden.

De brief illustreert hoe lokale overheden moesten improviseren om de voedselketen draaiende te houden. Het feit dat mosselen als "volksvoedsel" worden aangeduid, tekent de tijdgeest: luxeproducten of voorheen minder populaire producten werden bittere noodzaak in het dieet van de burger. Ook de vermelding van de visafslag die belast wordt met de verdeling van zoetwatervis (aal en snoekbaars) wijst op de toenemende centrale regie over de voedselvoorraden. De brief toont de spanning tussen de gewenste centrale controle en de praktische beperkingen van mankracht en expertise op de werkvloer.

Kooplieden in dit dossier 100

Aal en paling boven de 250 gram ƒ 2,44
Aal en paling tot 70 gram „ 1,04
Aal en paling van 125—250 gram „ 2,23
Aal en paling van 70—125 gram „ 1,78
As. v. Wygert.
Blei boven 1 pond en kroeskarper ........ ,, 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg. en kroeskarper 0,34
Alle 100 kooplieden →