Dienstverslag/Rapport van de inspectie.
Origineel
Dienstverslag/Rapport van de inspectie. 22 oktober 1941. Heden 22 October 1941 rapporteerde mij contrôleur Bekkering, dat hij op de stal van J. Wijnschenk, plaatshouder Albert Cuypstraat een kist snoekbaars aantrof. Aangezien Wijnschenk op dezen datum geen verdeelvisch in ontvangst heeft genomen, ~~heeft~~^is hij derhalve buiten de verdeeling om in het bezit van visch gekomen.
Voorstel: uitsluiting verdeeling.
De Inspecteur,
[Handtekening: de Boer (?)]
Amsterdam, 22 October 1941. Dit document is een kort zakelijk rapport waarin een overtreding van de geldende distributiewetten wordt vastgelegd. Controleur Bekkering heeft bij een kraamhouder op de Albert Cuypmarkt (J. Wijnschenk) een kist snoekbaars gevonden die niet via de officiële kanalen was verkregen. Omdat de marktkoopman die dag geen vis toegewezen had gekregen via de centrale distributie ("verdeelvisch"), wordt geconcludeerd dat de vis illegaal (op de zwarte markt) is verkregen.
De voorgestelde straf is zwaar: uitsluiting van verdere visdistributie. Dit zou voor een visboer betekenen dat hij zijn nering niet langer legaal kan uitoefenen. Het document stamt uit oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en stond de voedselvoorziening onder strikte controle van de overheid via het distributiestelsel. Snoekbaars was een gewilde en relatief luxe vissoort.
De Albert Cuypmarkt was (en is) een centraal punt voor handel in Amsterdam. Toezichthouders en controleurs waren constant aanwezig om de naleving van de distributieregels te controleren en de 'zwarte handel' te bestrijden. Dergelijke rapporten zijn typerend voor de bureaucratische manier waarop de bezetter en het Nederlandse overheidsapparaat grip probeerden te houden op de schaarse middelen. De naam 'Wijnschenk' duidt mogelijk op een Joodse achtergrond van de koopman, wat in 1941 in Amsterdam betekende dat hij extra kwetsbaar was voor vervolging en uitsluiting van economische activiteit door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter.