Handgeschreven ambtelijke brief (waarschijnlijk een concept of doorslag).
Origineel
Handgeschreven ambtelijke brief (waarschijnlijk een concept of doorslag). 7 juli 1942. Onbekend (ondertekend met initialen, mogelijk een functionaris van de Centrale Markt). Directie van de N.G.C. (waarschijnlijk de Nederlandsche Grossiers Combinatie). Opmerking: Doorgestreepte tekstgedeelten in het origineel zijn hieronder tussen [ ] geplaatst met een streep erdoor.
A’dam, 7/7 1942
Dir. N.G.C.
In bijlage dezes heb ik de eer U
een opgave te doen toekomen van de
op de C.M. gevestigde Joodsche grossiers-
zaken, onder vermelding van de namen
[~~voor wie door de Duitsche~~] van de
[~~autoriteiten~~] welke Verwalters of Treu-
händer-liquidateurs door de Duitsche
autoriteiten voor deze zaken zijn
benoemd. Ik heb met een rood streepje
doen aangeven, welke grossierszaken voor
zoover mij bekend, geen Verwalter of Treuhänder
hebben toegewezen gekregen en welke dus
zonder meer zijn geliquideerd op het
moment, dat de Joden geen toegang meer
tot de C.M. is verleend (12 Juni j.l.).
Ik verzoek U beleefd te doen nagaan
of de punten van deze v. zaken op de
[~~namen verblijven~~] in het land op naam
van de Verwalters of Treuhänder zijn
overgeschreven of in [~~de~~] gevallen dat
[~~deze personen voor enkele grossierszaken~~] dergelijke functionarissen
[~~niet zijn benoemd, voor deze personen~~]
tot nu toe niet zijn aangewezen, op naam
van andere Amsterdamsche grossiers zijn
overgeschreven. Van het resultaat van uw
onderzoek zou ik gaarne op de
hoogte worden gesteld.
[Onderschrift/Initialen, mogelijk D.W.]
acc p De brief is een illustratie van de bureaucratische uitvoering van de Jodenvervolging in bezet Nederland, specifiek gericht op de 'arisering' van de economie. De tekst beschrijft de nasleep van 12 juni 1942, de dag waarop Joden de toegang tot de Amsterdamse Centrale Markt (C.M.) werd ontzegd.
De kern van het document is de inventarisatie van Joodse groothandelsbedrijven. De schrijver maakt onderscheid tussen bedrijven die onder toezicht van een door de Duitsers aangestelde Verwalter (bewindvoerder) of Treuhänder (beheerder/liquidateur) zijn geplaatst, en bedrijven die direct zijn opgeheven ("zonder meer zijn geliquideerd").
De afzender vraagt de N.G.C. om te controleren of de "punten" (waarmee zeer waarschijnlijk standplaatsrechten of distributiequota binnen het marktstelsel worden bedoeld) officieel zijn overgedragen aan de Duitse bewindvoerders of aan andere, niet-Joodse Amsterdamse grossiers. Dit proces zorgde ervoor dat Joods bezit en economische posities definitief uit hun handen verdwenen en werden verdeeld onder de bezetter en concurrerende Nederlandse handelaren. Dit document is geschreven in een kritieke fase van de bezetting. Op 7 juli 1942 was de uitsluiting van Joden uit het openbare en economische leven nagenoeg voltooid. Slechts een week na het schrijven van deze brief, op 15 juli 1942, vertrok de eerste grootschalige deportatietrein uit kamp Westerbork naar Auschwitz.
De Centrale Markt was het vitale centrum voor de voedselvoorziening van Amsterdam. De verwijdering van Joodse handelaren daaruit was niet alleen een ideologische maatregel, maar ook een strategische overname van de voedseldistributie. De termen Verwalter en Treuhänder verwijzen naar de Duitse verordeningen (zoals VO 148/1941) die de wettelijke basis vormden voor de grootschalige onteigening en plundering van Joodse ondernemingen.