Archief 745
Inventaris 745-377
Pagina 326
Dossier 92
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte pagina uit een historisch verslag of jaarverslag.

Origineel

Getypte pagina uit een historisch verslag of jaarverslag. Vervolg van blad 2 3.

Deze Vereeniging stichtte een veilinggebouw, waar, wat

naar Duitschland moest worden gezonden, werd geveild. Dit
was een groote verandering en verbetering voor de tuinders.
Deze vereeniging heeft echter niet lang haar werkelijke
stichting kunnen handhaven, daar men van Katholieke zijde,
de Land en Tuinbouwbouwbond ging oprichten en alle Katholieken
tuinders, moesten zich in hun eigen Kath. Vakbond vereenigen.
Het gevolg hiervan was een verdeeling van de tuinders, wat voor
de tuinders geen voordeel was.

In het jaar 1933 brak er een crisis uit met al zijn

gevolgen. In de Kath. Land en Tuinbouwbond werd gezocht naar
een nieuwe leider, die dan ook kwam, met directe gevolgen.
Een groote verandering vond plaats.

Een combinatie van de besturen der Vereenigingen werd

bijeengeroepen en besloten werd om alle belangrijke vakzaken
gecombineerd te bestudeeren om dan te besluiten wat er gedaan
moest worden.

Heel veel is er door de gecombineerde besturen in de

crisisjaren in het belang der tuinders gedaan.

Er is voor steun aan de tuinders gezorgd, ook vastelasten

steun, kleine tuinderssteun en steun voor de vernietiging
( denaturatie ). Van de tuinderssteun en vernietigingssteun
werd 7 1/2% ingehouden ter bestrijding der kosten, zooals kantoor-
personeel, kantoorhuur, administratiekosten en reis en verblijf-
kosten.

Het overgebleven saldo werd verdeeld onder de tuinders,

nadat de Regeeringaccoutantsdienst een en ander in orde had
bevonden.

Veel waren de beide Voorzitters der L.T.B. en A.M.T. in

den Haag om met de autoriteiten diverse zaken te bespreken,
zoo ook op het stadhuis en bij de verschillende directies, als,
van het Marktwezen, Gemeente Energiebedrijf, enz. enz. en met
de Rijkstuinbouwconsulenten.

Nu wij afscheid moesten nemen van het markten en de tuinders

hun producten moesten gaan veilen, kwam er stagnatie in de
tuindersgelederen. Geen wonder ook. Vier eeuwen gemarkt en dan
binnen de tijd van drie dagen deze groote overgang van een 360
tuinders.

Dat deden de bestuurderen wankelen, het vertrouwen werd

geschokt daar verschillende tuinders de meening waren toegedaan,
dat de vooraanstaande van de bestuurderen daar mede aan schuldig
waren aan deze groote verandering van markten en thans veilen.

Er werd besloten een veiling vereeniging te stichten en een

veilingbestuur te kiezen en wel, drie uit de L.T.B. met zijn
320 leden, twee uit de A.M.T. met zijn 140 leden en één uit de
C.B.T.B. met zijn 20 leden. De Voorzitter zou door de Algemeene
vergadering worden gekozen wat dan ook is geschiedt.

Voor de gestichte Tuinders Veiling Vereeniging voor

Amsterdam en Omstreken is het bestuur als volgt samengesteld:

Voorzitter N.J. Dinkgreve, was Algem. Voorz. der Gecomb.
Vereenigingen, Voorzitter der
Afd. A'dam der L.T.B. en Kringvoorz.
ook aangewezen als Veilingleider.

Vervolg op blad 4. *   **Organisatorische versnippering:** De tekst illustreert de effecten van de verzuiling. De oprichting van de katholieke Land- en Tuinbouwbond leidde tot een splitsing onder de tuinders, wat aanvankelijk als nadelig werd ervaren.
  • Economische druk: De crisis van 1933 dwong de verschillende bonden tot samenwerking ("gecombineerde besturen") om overleving van de sector te waarborgen.
  • Crisisbeheersing: Er wordt melding gemaakt van specifieke steunmaatregelen zoals "vastelasten steun" en "denaturatie" (vernietiging van overschotten om de prijs te stutten). Opvallend is de administratieve afwikkeling waarbij 7,5% van de steun werd ingehouden voor onkosten.
  • Sociaal-culturele impact: De overstap van het eeuwenoude systeem van directe marktverkoop naar een veilingmodel zorgde voor grote onrust en wantrouwen onder de 360 betrokken tuinders richting hun bestuurders.
  • Bestuurlijke verhoudingen: De verdeling van de bestuurszetels in de nieuwe vereniging weerspiegelt de toenmalige machtsverhoudingen tussen de L.T.B. (katholiek), A.M.T. (algemeen) en C.B.T.B. (protestants-christelijk). Dit document beschrijft een cruciaal kantelpunt in de geschiedenis van de Amsterdamse tuinbouw. Voorheen verkochten tuinders hun waren direct op markten (zoals de Centrale Markthallen), maar door de economische malaise van de jaren 30 en de behoefte aan betere prijsvorming en exportsturing (vooral naar Duitsland) werd het veilingwezen noodzakelijk. De "Tuinders Veiling Vereeniging voor Amsterdam en Omstreken" vormde de institutionele neerslag van deze transitie. De genoemde N.J. Dinkgreve was een centrale figuur in deze consolidatie.

Samenvatting

  • Organisatorische versnippering: De tekst illustreert de effecten van de verzuiling. De oprichting van de katholieke Land- en Tuinbouwbond leidde tot een splitsing onder de tuinders, wat aanvankelijk als nadelig werd ervaren.
  • Economische druk: De crisis van 1933 dwong de verschillende bonden tot samenwerking ("gecombineerde besturen") om overleving van de sector te waarborgen.
  • Crisisbeheersing: Er wordt melding gemaakt van specifieke steunmaatregelen zoals "vastelasten steun" en "denaturatie" (vernietiging van overschotten om de prijs te stutten). Opvallend is de administratieve afwikkeling waarbij 7,5% van de steun werd ingehouden voor onkosten.
  • Sociaal-culturele impact: De overstap van het eeuwenoude systeem van directe marktverkoop naar een veilingmodel zorgde voor grote onrust en wantrouwen onder de 360 betrokken tuinders richting hun bestuurders.
  • Bestuurlijke verhoudingen: De verdeling van de bestuurszetels in de nieuwe vereniging weerspiegelt de toenmalige machtsverhoudingen tussen de L.T.B. (katholiek), A.M.T. (algemeen) en C.B.T.B. (protestants-christelijk).

Historische Context

Dit document beschrijft een cruciaal kantelpunt in de geschiedenis van de Amsterdamse tuinbouw. Voorheen verkochten tuinders hun waren direct op markten (zoals de Centrale Markthallen), maar door de economische malaise van de jaren 30 en de behoefte aan betere prijsvorming en exportsturing (vooral naar Duitsland) werd het veilingwezen noodzakelijk. De "Tuinders Veiling Vereeniging voor Amsterdam en Omstreken" vormde de institutionele neerslag van deze transitie. De genoemde N.J. Dinkgreve was een centrale figuur in deze consolidatie.

Kooplieden in dit dossier 100

A.A.J. Ruha Waterlooplein 180
Abraham Cosman Waterlooplein Gebr. F.J. Beugel, Amsterdam
A. Cosman Waterlooplein Gebr.F.J.Beugel, Amsterdam
A.B. Kroes Waterlooplein 100
A. Rustenburg Waterlooplein H 27 zol.
A. Slijkoord Waterlooplein 330
A. Slinger Waterlooplein -
A. Slinger Waterlooplein 90.
A. Teunings Waterlooplein idem
A. Tas Waterlooplein zie v.d. Vlugt
A. van Velzen Uilenburg Gebr. F.J. Beugel, Amsterdam
A.v. Velzen Uilenburg Gebr.F.J.Beugel, Amsterdam
A. Wijnschenk J.J. Griffioen, Bilderdijkkade 31, Amsterdam
A. Wijnschenk Waterlooplein J.J.Griffioen, Bilderdijkkade 31, Amsterdam
A.W.M. Muhel Waterlooplein 180
B. Hoornhout Waterlooplein 100
B. Moffie Uilenburg id.
B. Moffie Uilenburg id.
Barend Polak Waterlooplein L.H. Buys, Monsterscheweg 22, Monster
B. Polak. Waterlooplein L.H.Buuijs, Monsterscheweg 22, Monster
B. van Thijn Waterlooplein
C.G. Mulder Waterlooplein 180
C.W. van Weerdenburg Waterlooplein 180
C.Kooy Pzn. Waterlooplein
C. Ooms Waterlooplein
D. Appelboom Gebr. F.J. Beugel, Amsterdam
D. Appelboom Waterlooplein Gebr.F.J.Beugel, Amsterdam
D. Hendrikse Waterlooplein zie v.d. Vlugt
D.J. Kost Waterlooplein
D. van Dijk Waterlooplein 200?
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6