Zakelijke brief / correspondentie.
Origineel
Zakelijke brief / correspondentie. 7 augustus 1942. J.H. Ter Punt, gevestigd aan de Centrale Markthal 1, Amsterdam. Marktwezen Amsterdam, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam. [Briefhoofd]
J. H. TER PUNT
CENTRALE MARKTHAL 1
Woonplaats: MARNIXSTRAAT 210
Telefoon 81386
Posrgiro 54351
AMSTERDAM
[Datering en adressering]
AMSTERDAM, 7 Aug. 1942
Aan het
Marktwezen Amsterdam
Jan v Galenstraat 14
Alhier
[Stempels en kanttekeningen]
[Paarse stempel:] Nº 37/36/4 M. 1942/4
[Handgeschreven aantekeningen in potlood en rode inkt, o.a.:] m. [..] Müller [..]
[Inhoud]
Mijne Heeren,
Terugkomend op Uw schrijven Nº 037/36/311 van 6 dezer deel ik U mede, dat ik als Treuhänder van de f.a. [firma]:
S. Schelvis . Zn
Geb. Roosenburg
B. Koffie
J. Posener
J. A. de Rooij
geen gelden in mijn bezit heb zoodat ik aan de huur en plaatsgeld van deze f.a. niet kan voldoen.
Inmiddels teeken ik.
Hoogachtend,
[Handtekening: JHTer Punt] In deze brief reageert J.H. Ter Punt op een verzoek van het Amsterdamse Marktwezen (de instantie die de markten beheerde) tot betaling van openstaande huren en plaatsgelden. Ter Punt voert hierbij de titel van "Treuhänder" (beheerder of bewindvoerder).
Hij geeft aan dat hij de beheerder is van de firma's/handelsnamen van:
* S. Schelvis & Zn.
* Geb. [Gebroeders] Roosenburg
* B. Koffie
* J. Posener
* J.A. de Rooij
De kernboodschap van de brief is een weigering of onvermogen tot betaling: Ter Punt stelt dat hij over "geen gelden" beschikt van deze ondernemingen, waardoor de verschuldigde markthuur en staanplaatsgelden niet voldaan kunnen worden. De rode streep onder "geen" in de tekst benadrukt de financiële leegte van de beheerde accounts. Dit document is een direct overblijfsel van de economische uitsluiting van de Joodse bevolking tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De genoemde namen (Schelvis, Roosenburg, Koffie, Posener, De Rooij) zijn typisch Joodse ondernemers die op de Amsterdamse markten (zoals de Centrale Markthal) werkten.
Treuhänder-systeem: Vanaf 1941 werden Joodse bedrijven door de bezetter onder dwangbeheer gesteld. De Omnia-Treuhandgesellschaft stelde "Treuhänders" (vaak NSB'ers of collaborateurs) aan om deze bedrijven te beheren, te liquideren of te "aryaniseren" (overdragen aan niet-Joden). In de praktijk betekende dit de diefstal van Joods bezit.
Tijdsbeeld: Augustus 1942 was een kritieke fase. De massale deportaties naar de vernietigingskampen waren in juli 1942 begonnen. Veel Joodse marktkooplieden waren op dit moment al van de markt verbannen, opgepakt of ondergedoken. Dat Ter Punt meldt dat er "geen gelden" meer zijn, wijst erop dat de bedrijven ofwel stilgelegd waren, ofwel dat de middelen reeds door de bezetter waren geconfisqueerd, waardoor zelfs de lopende kosten aan de gemeente (Marktwezen) niet meer betaald konden worden. A. de Rooij B. Koffie J. Posener J.A. de Rooij J.H. Ter S. Schelvis Marktwezen NSB Omnia