Brief op zakelijk briefpapier.
Origineel
Brief op zakelijk briefpapier. 19 mei 1942. J.J. Griffioen, Grossier in Fruit & Groenten, Amsterdam. Directie Centrale Markt, Amsterdam. [Briefhoofd]
J. J. GRIFFIOEN
GROSSIER IN FRUIT & Groenten
AMSTERDAM-W. 19 Mei 1942.
BILDERDIJKKADE 31
TELEFOON 81917
POSTGIRO 139488
[Adres]
Directie Centrale markt.
Amsterdam.
[Inhoud]
Mijne Heeren.
In verband met mijn benoeming tot Treuhänder liquidateur v.d. Wirtschaftsprüfstelle voor de navolgende firma’s
fa. L. Meents
fa. H. Meents
fa. Gebr. Meents.
fa. S. Pront
fa. S. Blitz, verzoek ik U mij ontheffing te verleenen van de betalingen uit hoofde van de voor deze firma’s aangegane huurverbintenissen en wel per 1 Juni 1942.
Gaarne Uw bericht tegemoetziende
Hoogachtend
Uw. dw. di.
[Handtekening: J. Griffioen] Deze brief is een zakelijk verzoek van J.J. Griffioen aan de directie van de Centrale Markt in Amsterdam. Griffioen meldt dat hij door de Wirtschaftsprüfstelle (een instantie van de Duitse bezetter) is aangesteld als 'Treuhänder-liquidateur' voor vijf specifieke firma's: L. Meents, H. Meents, Gebroeders Meents, S. Pront en S. Blitz.
Het doel van de brief is om de huurbetalingen voor deze ondernemingen stop te zetten per 1 juni 1942. Dit suggereert dat de fysieke activiteiten van deze bedrijven op de markt werden beëindigd als onderdeel van het liquidatieproces. De namen van de firma's (Meents, Pront, Blitz) wijzen erop dat dit van oorsprong Joodse ondernemingen waren. Dit document is een direct bewijs van de 'arisering' van de Nederlandse economie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na de inval van de Duitsers werden stapsgewijs verordeningen ingevoerd om Joodse ondernemers uit het economische leven te bannen.
- De Wirtschaftsprüfstelle: Dit was een bureau dat toezag op de registratie en liquidatie van Joodse vermogens en bedrijven.
- Treuhänder: Een 'Treuhänder' (bewindvoerder) werd door de bezetter aangesteld om de controle over een Joods bedrijf over te nemen. In veel gevallen, zoals hier bij Griffioen, was het doel 'liquidatie': het verkopen van de voorraad en het opheffen van het bedrijf, waarbij de opbrengst meestal naar de Duitse kas vloeide.
- De Centrale Markt: De markthallen in Amsterdam-West waren het logistieke hart van de voedselvoorziening. Joodse handelaren die hier decennialang hun plek hadden gehad, werden in 1941 en 1942 systematisch verdreven en hun vergunningen en huurcontracten werden ingetrokken.
Deze brief illustreert hoe de bureaucratische afwikkeling van deze onteigening in de praktijk verliep, waarbij Nederlandse zakenlieden soms optraden als uitvoerders (liquidateurs) van de Duitse maatregelen. H. Meents J. Griffioen J.J. Griffioen L. Meents S. Blitz S. Pront
Samenvatting
Deze brief is een zakelijk verzoek van J.J. Griffioen aan de directie van de Centrale Markt in Amsterdam. Griffioen meldt dat hij door de Wirtschaftsprüfstelle (een instantie van de Duitse bezetter) is aangesteld als 'Treuhänder-liquidateur' voor vijf specifieke firma's: L. Meents, H. Meents, Gebroeders Meents, S. Pront en S. Blitz.
Het doel van de brief is om de huurbetalingen voor deze ondernemingen stop te zetten per 1 juni 1942. Dit suggereert dat de fysieke activiteiten van deze bedrijven op de markt werden beëindigd als onderdeel van het liquidatieproces. De namen van de firma's (Meents, Pront, Blitz) wijzen erop dat dit van oorsprong Joodse ondernemingen waren.
Historische Context
Dit document is een direct bewijs van de 'arisering' van de Nederlandse economie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na de inval van de Duitsers werden stapsgewijs verordeningen ingevoerd om Joodse ondernemers uit het economische leven te bannen.
- De Wirtschaftsprüfstelle: Dit was een bureau dat toezag op de registratie en liquidatie van Joodse vermogens en bedrijven.
- Treuhänder: Een 'Treuhänder' (bewindvoerder) werd door de bezetter aangesteld om de controle over een Joods bedrijf over te nemen. In veel gevallen, zoals hier bij Griffioen, was het doel 'liquidatie': het verkopen van de voorraad en het opheffen van het bedrijf, waarbij de opbrengst meestal naar de Duitse kas vloeide.
- De Centrale Markt: De markthallen in Amsterdam-West waren het logistieke hart van de voedselvoorziening. Joodse handelaren die hier decennialang hun plek hadden gehad, werden in 1941 en 1942 systematisch verdreven en hun vergunningen en huurcontracten werden ingetrokken.
Deze brief illustreert hoe de bureaucratische afwikkeling van deze onteigening in de praktijk verliep, waarbij Nederlandse zakenlieden soms optraden als uitvoerders (liquidateurs) van de Duitse maatregelen.