Archiefdocument
Origineel
[Stempel rechtsboven, in roodpaars:]
N.V. NEDERLANDSCHE VEILING
VAN LAND- & TUINBOUW-
PRODUCTEN „AMSTERDAM”
Centrale Markthallen
AMSTERDAM-W.
[Koptekst midden:]
Berekening Omzetbelasting Koelhuis
Centrale Markt ,exploitatie
N.V.Ned Veiling Amsterdam West
De Exploitante is verschuldigd:aan den ontvanger
1942
KOELLOON
April f. 725.48 (z)
Mei 2937.02 (z)
Juni 10064.61 (z) F 13727.11 (M)
ASSURANTIE EN ADMINISTRATIEKOSTEN
April f. 165.84 (M)
Mei 435.15 (z)
Juni 94.04 (w) 695.03 (M)
ANDERE DIENSTEN
vast personeel salarissen
April f. 670.50 (z)
Mei 825.00 (z)
Juni 660.00 (z)
f.2155.50
Af Ziekte Uitkering 71.60 (G) 2083.90 (M)
SOCIALE VERZEKERING
April f. 230.57 (M)
Mei 68.63 (z)
Juni 51.90 (z) 351.10 (M)
PROVISIE
April f. 108.82 (G)
Mei 440.55 (z)
Juni 1509.69 (z) 2059.06 (M)
f.18916.20
===========
à 2% f. 378.32 (M)
[Rechtsonder, handgeschreven in potlood:]
660
4.5
3300
26400
29.700
[Hiernaast:]
33 0 0
26 4 0 0
29.7 0 0
(Noot: De kleine blauwe symbolen tussen haakjes bij de bedragen zijn handgezette controleparaafjes, waarschijnlijk door een accountant of belastingcontroleur.) Dit document betreft de berekening van de omzetbelasting over het tweede kwartaal van 1942 voor het Koelhuis van de Centrale Markt in Amsterdam. De berekening is opgebouwd uit verschillende inkomsten- en kostenposten:
* Koelloon: De vergoeding voor het gebruik van de koelfaciliteiten, verreweg de grootste post (ruim f. 13.000).
* Assurantie en Administratie: Doorberekende kosten voor verzekering en beheer.
* Salarissen en Sociale Lasten: De loonkosten van het personeel, gecorrigeerd voor ziekte-uitkeringen, vallen onder de belastbare 'diensten'.
* Provisie: Inkomsten uit bemiddeling.
De totale grondslag waarover belasting betaald moet worden is vastgesteld op f. 18.916,20. Over dit bedrag wordt het toenmalige tarief van 2% berekend, wat leidt tot een afdracht van f. 378,32. De handgeschreven som onderaan lijkt een afzonderlijke berekening te zijn (mogelijk 4,5% van 660, wat 29,7 oplevert), maar de exacte context hiervan binnen dit document is onduidelijk. Het document weerspiegelt de economische realiteit in bezet Nederland (1942). Ondanks de oorlogssituatie bleven de bureaucratische processen en belastinginningen van de Nederlandse staat (onder toezicht van de bezetter) nauwgezet doorgaan. De "N.V. Nederlandse Veiling" was een spil in de voedselvoorziening van Amsterdam. De Centrale Markthallen in Amsterdam-West fungeerden als de belangrijkste overslagplaats voor landbouwproducten. Het tarief van 2% voor de omzetbelasting was door de bezetter in 1940 verhoogd ten opzichte van het vooroorlogse tarief om de bezettingskosten en overheidsuitgaven te financieren. N.V. Nederlandse
Samenvatting
Dit document betreft de berekening van de omzetbelasting over het tweede kwartaal van 1942 voor het Koelhuis van de Centrale Markt in Amsterdam. De berekening is opgebouwd uit verschillende inkomsten- en kostenposten:
* Koelloon: De vergoeding voor het gebruik van de koelfaciliteiten, verreweg de grootste post (ruim f. 13.000).
* Assurantie en Administratie: Doorberekende kosten voor verzekering en beheer.
* Salarissen en Sociale Lasten: De loonkosten van het personeel, gecorrigeerd voor ziekte-uitkeringen, vallen onder de belastbare 'diensten'.
* Provisie: Inkomsten uit bemiddeling.
De totale grondslag waarover belasting betaald moet worden is vastgesteld op f. 18.916,20. Over dit bedrag wordt het toenmalige tarief van 2% berekend, wat leidt tot een afdracht van f. 378,32. De handgeschreven som onderaan lijkt een afzonderlijke berekening te zijn (mogelijk 4,5% van 660, wat 29,7 oplevert), maar de exacte context hiervan binnen dit document is onduidelijk.
Historische Context
Het document weerspiegelt de economische realiteit in bezet Nederland (1942). Ondanks de oorlogssituatie bleven de bureaucratische processen en belastinginningen van de Nederlandse staat (onder toezicht van de bezetter) nauwgezet doorgaan. De "N.V. Nederlandse Veiling" was een spil in de voedselvoorziening van Amsterdam. De Centrale Markthallen in Amsterdam-West fungeerden als de belangrijkste overslagplaats voor landbouwproducten. Het tarief van 2% voor de omzetbelasting was door de bezetter in 1940 verhoogd ten opzichte van het vooroorlogse tarief om de bezettingskosten en overheidsuitgaven te financieren.