Getypte rapportpagina (pagina 10).
Origineel
Getypte rapportpagina (pagina 10). - 10 -
behandeling géén voordeel heeft. Zélfs indien, zooals in het onderha-
vige geval, met opzet een kuil wordt opgezet met een partij aardappe-
len, waaruit de phytophthora knollen niet werden verwijderd, biedt
Karsan géén voordeel.
Het blijft niettemin niet geheel onmogelijk, dat Karsan een
eventueele "broei" in den kuil zou kunnen tegengaan. Wij hebben geen
broei in den kuil gehad, dus konden wij dit ook niet constateeren.
Gezien de uitkomsten van het doorzetten van het rot, lijkt ons het
tegengaan van broei door Karsan niettemin zeer problematisch!
Het Kiemen.
Ongekiemde aardappelen kwamen in den contrôle-kuil in 't geheel
niet voor; bij den met Karsan behandelden kuil waren 0.8% der knollen
ongekiemd, dus practisch géén verschil met den contrôle-kuil. Verschil
in % aardappelen met kiemen tot 1/2 cm kwam in de twee partijen vrij-
wel niet voor (27.3 t.o. 26.9%). Wel is opvallend, dat in beide kui-
len onderin de meeste knollen voorkwamen met slechts zéér kleine kiem.
Men kan hier aan een remmenden invloed van het koolzuur denken!
In het percentage knollen met kiem 1/2-5 cm en van 5-10 cm is
slechts een gering verschil, doch uit deze cijfers blijkt niettemin
reeds hetgeen bij eersten oogopslag zichtbaar was, n.l., dat in den
met Karsan behandelden kuil de knollen eer langer dan korter kiemen
hadden dan die, welke in den contrôle-kuil verbleven; dit komt in de
kolom voor kiem van 10-15 cm nog duidelijker tot uiting!!
De iet of wat hoogere temperatuur in den Karsan-kuil zou hier-
aan debet kunnen zijn; aan een stimuleerende werking van het Karsan
behoeft nog niet direct gedacht te worden. Overigens wijzen wij erop,
dat het geringe temperatuursverschil, blijkens onze ervaringen bij het
bewaren van aardappelen in koelcellen, overigens van slechts zeer ge-
ringen invloed kan zijn geweest op het percentage gekiemde knollen.
De knollen met dunne spruiten hebben wij in deze beschouwing
niet mede betrokken, aangezien deze van nature een afwijkende kieming
te zien geven. Deze pagina bevat de resultaten en conclusies van een vergelijkend onderzoek tussen aardappelen behandeld met "Karsan" en een onbehandelde controlegroep in een bewaarkuil. De belangrijkste bevindingen op deze pagina zijn:
* Phytophthora (aardappelziekte): Karsan biedt geen bescherming tegen de verspreiding van rot, zelfs niet wanneer zieke knollen opzettelijk worden toegevoegd.
* Broei: Hoewel er geen broei (zelfverhitting) optrad, acht de onderzoeker het onwaarschijnlijk dat Karsan dit zou kunnen voorkomen.
* Kieming: Er is nauwelijks verschil in het aantal ongekiemde knollen tussen beide groepen. Opvallend genoeg hadden de met Karsan behandelde aardappelen vaak langere kiemen, wat mogelijk te wijten was aan een iets hogere temperatuur in die specifieke kuil.
* Koolzuurinvloed: De onderzoekers suggereren dat een verhoogd koolzuurgehalte onderin de kuilen de kieming remt.
* Uitsluiting: Knollen met 'dunne spruiten' (een symptoom van bepaalde ziekten of fysiologische gebreken) werden buiten de analyse gehouden om de resultaten niet te vertekenen. Dit document stamt waarschijnlijk uit het midden van de 20e eeuw (gezien de spelling "zooals", "den" en het gebruik van een schrijfmachine). Het illustreert de wetenschappelijke benadering van de Nederlandse landbouw in die periode, waarbij nieuwe chemische middelen systematisch werden getest in de praktijk (kuilbewaring) versus controlegroepen. Het middel "Karsan" werd onderzocht op eigenschappen die essentieel waren voor de export en langdurige bewaring: het voorkomen van bederf en het remmen van voortijdige kieming. De tekst getuigt van een kritische, empirische houding van de onderzoekers ten opzichte van commerciële landbouwproducten.