Getypt afschrift van een brief.
Origineel
Getypt afschrift van een brief. 11 augustus 1942. Namens de Plaatselijke Toewijzingscommissie (P.T.C.) voor Amsterdam, kantoor Veemarkt (ondertekend door H.W. Bille). No. 732 L.M. 1942. Afschrift. Marktw. (handgeschreven)
P.T.C. voor Amsterdam.
Kantoor Veemarkt. 11 Augustus 1942.
Aan den Burgemeester der
Gemeente Amsterdam.
Weledelachtbare Heer,
De bekendmaking van 5 Augustus j.l., waarin de houding van de bevolking werd aangegeven bij eventueele oorlogshandelingen heeft onze Commissie nader onder de oogen gezien, welke moeilijkheden hierdoor bij de uitvoering van haar taak zouden kunnen voortvloeien.
In de eerste plaats brengen wij UEd. onder de aandacht, dat wij hier ter stede niet over een reserve voorraad vleesch beschikken, zoodat bij een stagnatie van de aanvoer (spoor-boot), de vleeschvoorziening voor Amsterdam direct in gevaar dreigt te geraken.
Dat voorts de werkzaamheden bij de aanvoer, slachting en verzorging door een talrijk̶e̶ personeel geschieden en bij plotseling uitbreken van oorlogshandelingen het zou kunnen voorkomen, dat groote partijen vee onverzorgd in wagons of stallingen moeten blijven.
Onze Commissie heeft van het geheele personeel, werkzaam bij de aanvoer, slachtingen en vleeschtransporten namen en adressen verzameld, zoodat wanneer noodig deze menschen opgeroepen kunnen worden tot het verrichten van de benoodigde werkzaamheden.
Onze Commissie meent verder, dat wanneer de Gemeente Amsterdam niet de beschikking krijgt over een depot van vleesch, het wenschelijk zou kunnen zijn, dat een of meerdere harer leden de bevoegdheid krijgen om in overleg met UEd. of een daartoe nader aan te wijzen autoriteit, zoo noodig vee te kunnen vorderen in het gebied rond de hoofdstad, ten einde ook in moeilijke dagen de vleeschvoorziening niet te doen stagneeren.
Gaarne zijn wij bereid, UEd. nader over een en ander in te lichten.
Namens de Plaatselijke Toewijzingscommissie,
get. H.W.Bille. In deze brief uit de Plaatselijke Toewijzingscommissie (P.T.C.) haar grote zorgen over de kwetsbaarheid van de vleesvoorziening in Amsterdam. De directe aanleiding is een officiële bekendmaking van 5 augustus 1942 over hoe burgers zich moeten gedragen tijdens oorlogshandelingen (zoals luchtaanvallen of een invasie).
De belangrijkste punten uit de brief zijn:
1. Gebrek aan reserves: Amsterdam heeft geen strategische vleesvoorraad. Als het transport per trein of boot stilvalt, is er direct een tekort.
2. Continuïteit van arbeid: Er is een lijst opgesteld met namen en adressen van cruciaal personeel (slachters, transporteurs) om te voorkomen dat vee onverzorgd achterblijft of de keten stopt bij een noodsituatie.
3. Vorderingsbevoegdheid: De P.T.C. vraagt om de juridische macht om in noodsituaties zelfstandig vee te kunnen vorderen bij boeren in de omgeving van de stad. Dit wijst op een drastische maatregel om de voedselzekerheid te garanderen zonder afhankelijk te zijn van kwetsbare aanvoerlijnen van verder weg.
De toon is formeel en beleidsmatig, gericht op logistieke continuïteit en het voorkomen van honger of chaos in de stad. De brief dateert van augustus 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Amsterdam stond in deze periode onder het bestuur van de regeringscommissaris/burgemeester Edward Voûte. De voedseldistributie werd steeds strakker gereguleerd door de bezetter en lokale instanties zoals de P.T.C.
Het jaar 1942 was een kantelpunt in de oorlog waarbij de dreiging van geallieerde bombardementen en de angst voor een mogelijke invasie toenamen. Dit dwong de gemeentelijke diensten tot het opstellen van noodplannen. De "bekendmaking van 5 augustus" waarnaar verwezen wordt, hield waarschijnlijk verband met de bescherming van de burgerbevolking (Luchtbeschermingsdienst).
De brief illustreert de dagelijkse logistieke strijd om een miljoenenstad van voedsel te blijven voorzien onder de extreme druk van bezetting, schaarste en dreigend oorlogsgeweld. Het vorderen van goederen ("vorderen") was een ingrijpend instrument dat zowel door de Nederlandse autoriteiten als de bezetter werd gebruikt om de controle over de schaarse middelen te behouden.