Getypte brief (doorslag of officieel archiefstuk).
Origineel
Getypte brief (doorslag of officieel archiefstuk). 4 maart 1942. "De Directeur" (waarschijnlijk van een gemeentelijke instantie of distributiedienst in Amsterdam). Den Heer N. Portengen, Jan Bernardusstraat 25 hs., Amsterdam-Oost (Wijk 11). [Handgeschreven bovenin:] verzonden 4/3
[Rechtsboven:] HG.
den Heer N. Portengen,
Jan Bernardusstraat 25 hs,
Amsterdam-Oost.
Wijk 11.
53/16/2 M. [links]
4 Maart 1942. [rechts]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 2 Februari jl. bericht ik U, dat momenteel geen expediteurskaarten worden uitgereikt.
Uw naam is op de sollicitantenlijst geplaatst; te zijner tijd zullen wij U nader berichten.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een zakelijke afwijzing van een aanvraag. De heer Portengen had op 2 februari 1942 verzocht om een "expediteurskaart". De directeur laat weten dat deze op dit moment niet worden uitgegeven, maar dat de aanvrager op een wachtlijst ("sollicitantenlijst") is geplaatst.
* Toon: Formeel-ambtelijk taalgebruik, kenmerkend voor de vroege jaren 40 ("jl.", "bericht ik U", "te zijner tijd").
* Administratieve context: Het document bevat diverse bureaucratische kenmerken zoals een wijknummer (Wijk 11) en een specifiek dossiernummer, wat wijst op een strak georganiseerde administratie tijdens de bezettingsjaren. * Tijdsperk: De brief is gedateerd tijdens de Tweede Wereldoorlog, in de periode dat Nederland bezet was door nazi-Duitsland.
* Expediteurskaarten: Tijdens de oorlog was de economie en het transportwezen onderhevig aan strikte regulering. Expediteurskaarten waren vergunningen voor vervoerders of tussenpersonen in het goederenvervoer. Het feit dat ze niet werden uitgereikt, kan wijzen op schaarste aan brandstof, materieel of de wens van de bezetter om de logistieke sector strak te controleren.
* Locatie: De Jan Bernardusstraat ligt in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost. In de oorlogsjaren was dit een buurt waar veel joodse Amsterdammers woonden, al is uit deze specifieke brief niet direct op te maken of de heer Portengen joods was. De buurt viel echter onder het toezicht van de bezetter als onderdeel van de maatregelen tegen de bevolking.
* Betekenis: Dit document is een voorbeeld van het dagelijks leven en de bureaucratie tijdens de bezetting, waarbij burgers probeerden hun beroep uit te oefenen of een onderneming voort te zetten ondanks de beperkende maatregelen van de autoriteiten. N. Portengen Portengen had (De heer)
Samenvatting
- Inhoud: De brief is een zakelijke afwijzing van een aanvraag. De heer Portengen had op 2 februari 1942 verzocht om een "expediteurskaart". De directeur laat weten dat deze op dit moment niet worden uitgegeven, maar dat de aanvrager op een wachtlijst ("sollicitantenlijst") is geplaatst.
- Toon: Formeel-ambtelijk taalgebruik, kenmerkend voor de vroege jaren 40 ("jl.", "bericht ik U", "te zijner tijd").
- Administratieve context: Het document bevat diverse bureaucratische kenmerken zoals een wijknummer (Wijk 11) en een specifiek dossiernummer, wat wijst op een strak georganiseerde administratie tijdens de bezettingsjaren.
Historische Context
- Tijdsperk: De brief is gedateerd tijdens de Tweede Wereldoorlog, in de periode dat Nederland bezet was door nazi-Duitsland.
- Expediteurskaarten: Tijdens de oorlog was de economie en het transportwezen onderhevig aan strikte regulering. Expediteurskaarten waren vergunningen voor vervoerders of tussenpersonen in het goederenvervoer. Het feit dat ze niet werden uitgereikt, kan wijzen op schaarste aan brandstof, materieel of de wens van de bezetter om de logistieke sector strak te controleren.
- Locatie: De Jan Bernardusstraat ligt in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost. In de oorlogsjaren was dit een buurt waar veel joodse Amsterdammers woonden, al is uit deze specifieke brief niet direct op te maken of de heer Portengen joods was. De buurt viel echter onder het toezicht van de bezetter als onderdeel van de maatregelen tegen de bevolking.
- Betekenis: Dit document is een voorbeeld van het dagelijks leven en de bureaucratie tijdens de bezetting, waarbij burgers probeerden hun beroep uit te oefenen of een onderneming voort te zetten ondanks de beperkende maatregelen van de autoriteiten.