Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 27 februari 1942. J. Wilsenhausen, J. Braatstraat 5-II, Amsterdam. De Heer Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat, Amsterdam. [Stempel linksboven:] No 53/23/1
[Stempel midden boven:] M. 1942 27/2
[Rechtsboven:] Amsterdam 27 Febr. '42
Den Heer Directeur v/h. Marktwezen
J. v. Galenstraat
[Aantekening in potlood:] afd. m.v. H. Broese
L.S.
Ondergetekende vraagt beleefd een onderhoud
ten uwen kantoren naar aanleiding markt
en toegangskaart, betreffende Centrale markt.
Hoogachtend
J. Wilsenhausen
J. Braatstraat 5-II
[Aantekening onderaan:] afd. C Het document is een zakelijk verzoek van J. Wilsenhausen aan de directeur van het Amsterdamse Marktwezen. De brief is geschreven in een duidelijk, verzorgd handschrift (latijns cursief). De afzender verzoekt om een persoonlijk gesprek ("onderhoud") op het kantoor van de directeur naar aanleiding van een kwestie rondom een "toegangskaart" voor de Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat.
De administratieve stempels en potloodaantekeningen (zoals "afd. C" en de verwijzing naar een ambtenaar, mogelijk "H. Broese") wijzen erop dat de brief formeel is binnengekomen en doorgeleid binnen de gemeentelijke bureaucratie van Amsterdam. De toon is uiterst beleefd en formeel, zoals gebruikelijk in die tijd voor correspondentie met overheidsinstanties. De datum van de brief, 27 februari 1942, is historisch zeer beladen. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. De Centrale Markt in Amsterdam was het logistieke hart van de voedselvoorziening in de stad.
In deze periode werden de beperkende maatregelen tegen de Joodse bevolking steeds strenger. Vanaf 1941 werden Joodse marktkooplieden en handelaren stelselmatig geweerd van de markten en werd hun de toegang ontzegd via het intrekken of weigeren van vergunningen en toegangsbewijzen. De achternaam "Wilsenhausen" duidt mogelijk op een Joodse achtergrond. In de archieven van het Joods Monument komt de naam Jacob Wilsenhausen voor, die in Amsterdam woonde.
Het verzoek om een "onderhoud" over een "toegangskaart" kan daarom worden gezien als een poging van een burger om zijn recht op handel of toegang tot de markt te behouden of terug te krijgen in een tijd waarin deze rechten door de bezetter en meewerkende instanties zwaar onder druk werden gezet. Slechts enkele maanden na deze brief, in de zomer van 1942, begonnen de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam. H. Broese J. Braatstraat J. Wilsenhausen L.S. Marktwezen
Samenvatting
Het document is een zakelijk verzoek van J. Wilsenhausen aan de directeur van het Amsterdamse Marktwezen. De brief is geschreven in een duidelijk, verzorgd handschrift (latijns cursief). De afzender verzoekt om een persoonlijk gesprek ("onderhoud") op het kantoor van de directeur naar aanleiding van een kwestie rondom een "toegangskaart" voor de Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat.
De administratieve stempels en potloodaantekeningen (zoals "afd. C" en de verwijzing naar een ambtenaar, mogelijk "H. Broese") wijzen erop dat de brief formeel is binnengekomen en doorgeleid binnen de gemeentelijke bureaucratie van Amsterdam. De toon is uiterst beleefd en formeel, zoals gebruikelijk in die tijd voor correspondentie met overheidsinstanties.
Historische Context
De datum van de brief, 27 februari 1942, is historisch zeer beladen. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. De Centrale Markt in Amsterdam was het logistieke hart van de voedselvoorziening in de stad.
In deze periode werden de beperkende maatregelen tegen de Joodse bevolking steeds strenger. Vanaf 1941 werden Joodse marktkooplieden en handelaren stelselmatig geweerd van de markten en werd hun de toegang ontzegd via het intrekken of weigeren van vergunningen en toegangsbewijzen. De achternaam "Wilsenhausen" duidt mogelijk op een Joodse achtergrond. In de archieven van het Joods Monument komt de naam Jacob Wilsenhausen voor, die in Amsterdam woonde.
Het verzoek om een "onderhoud" over een "toegangskaart" kan daarom worden gezien als een poging van een burger om zijn recht op handel of toegang tot de markt te behouden of terug te krijgen in een tijd waarin deze rechten door de bezetter en meewerkende instanties zwaar onder druk werden gezet. Slechts enkele maanden na deze brief, in de zomer van 1942, begonnen de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam.