Handgeschreven verzoekschrift/brief.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift/brief. A. G. Meester, wonende aan de 1e Jan van der Heijdenstraat 30-IIIa, Amsterdam (Zuid). [Stempel/Kenmerk linksboven:]
№ 53/29/1 M. 1942 5/3
A. dam.
[Rechtsboven:]
3 Maart '42
[In potlood/andere hand:] north Brown
Mijnheer,
Ondergetekende A. G. Meester
1e Jan v/d Heijdenstr 30 III a heeft ver-
schillende groentenzaken waar hij
aardappelen voor kan kruien, maar
ik heb geen kruierskaart.
Zoud u mij daarin tegemoet willen
komen, en mij een kruiers-kaart
willen doen toekomen.
Ik wil niet werkloos rondlopen,
en kan mij wanneer ik door u
een kruiers-kaart kan krijgen,
in mijn levens onderhoud voorzien.
Ik ben gehuwd.
Bij voorbaat mij vriendelijke dank.
Hopende een gunstig antwoord
tegemoet ziende.
Hoogachtend
A. G. Meester
1e Jan v/d Heijdenstr 30 III a
A. dam (Zuid) * Inhoud: De schrijver, de heer A. G. Meester, verzoekt om een 'kruierskaart'. Hij heeft werk gevonden bij verschillende groentenzaken waarvoor hij aardappelen moet vervoeren (kruien), maar hij beschikt niet over de benodigde vergunning.
* Argumentatie: Meester voert aan dat hij niet werkloos wil zijn en door middel van dit werk in zijn eigen levensonderhoud en dat van zijn echtgenote kan voorzien. De toon is beleefd en dringend.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is formeel ("Ondergetekende", "tegemoet willen komen"), maar bevat kleine archaïsche spellingen of foutjes zoals "Zoud" (met een 'd') en "levens onderhoud" (in twee woorden). * Historische periode: Maart 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
* Sociaal-economisch: Tijdens de bezetting was de distributie van voedsel en het uitvoeren van beroepen streng gereguleerd. Een 'kruierskaart' was een officiële vergunning om goederen met een handkar (kruiwagen/bakfiets) door de stad te mogen vervoeren. Zonder zo'n bewijs liep men het risico op inbeslagname of beschuldiging van zwarte handel.
* Werkgelegenheid: De nadruk op het "niet werkloos willen rondlopen" kan duiden op de vrees voor de Arbeitseinsatz (verplichte tewerkstelling in Duitsland), die in 1942 steeds dwingender werd voor werkloze mannen. Het hebben van legaal werk was een manier om hieraan te proberen te ontsnappen.
* Locatie: De 1e Jan van der Heijdenstraat ligt in de Amsterdamse wijk De Pijp, een buurt die destijds veel kleine middenstanders en arbeiders huisvestte. G. Meester
Samenvatting
- Inhoud: De schrijver, de heer A. G. Meester, verzoekt om een 'kruierskaart'. Hij heeft werk gevonden bij verschillende groentenzaken waarvoor hij aardappelen moet vervoeren (kruien), maar hij beschikt niet over de benodigde vergunning.
- Argumentatie: Meester voert aan dat hij niet werkloos wil zijn en door middel van dit werk in zijn eigen levensonderhoud en dat van zijn echtgenote kan voorzien. De toon is beleefd en dringend.
- Taalgebruik: Het taalgebruik is formeel ("Ondergetekende", "tegemoet willen komen"), maar bevat kleine archaïsche spellingen of foutjes zoals "Zoud" (met een 'd') en "levens onderhoud" (in twee woorden).
Historische Context
- Historische periode: Maart 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
- Sociaal-economisch: Tijdens de bezetting was de distributie van voedsel en het uitvoeren van beroepen streng gereguleerd. Een 'kruierskaart' was een officiële vergunning om goederen met een handkar (kruiwagen/bakfiets) door de stad te mogen vervoeren. Zonder zo'n bewijs liep men het risico op inbeslagname of beschuldiging van zwarte handel.
- Werkgelegenheid: De nadruk op het "niet werkloos willen rondlopen" kan duiden op de vrees voor de Arbeitseinsatz (verplichte tewerkstelling in Duitsland), die in 1942 steeds dwingender werd voor werkloze mannen. Het hebben van legaal werk was een manier om hieraan te proberen te ontsnappen.
- Locatie: De 1e Jan van der Heijdenstraat ligt in de Amsterdamse wijk De Pijp, een buurt die destijds veel kleine middenstanders en arbeiders huisvestte.