Doorslag van een officiële brief (mogelijk van een gemeentelijke instantie of arbeidsbureau).
Origineel
Doorslag van een officiële brief (mogelijk van een gemeentelijke instantie of arbeidsbureau). 31 maart 1942. De Directeur (ondertekening zonder naam). [Bovenaan handgeschreven:] Verzonden 1/4
[Rechtsboven:] HG.
[Adresblok:]
den Heer A.C.M. Deurloo,
Rijnstraat 123,
Amsterdam-Zuid.
[Rechtsonder adresblok:] Wijk 22A.
[Referentienummer links:] 53/30/2 M.
[Datum rechts:] 31 Maart 1942.
Naar aanleiding van Uw brief ingekomen op 13 Maart jl. bericht ik U, dat op het oogenblik geen kruierskaarten worden uitgereikt.
De door U genoemde persoon is op de sollicitantenlijst geplaatst.
De Directeur, De brief is een zakelijke mededeling waarin een verzoek om een "kruierskaart" wordt afgewezen. Een kruierskaart was een officiële vergunning of legitimatiebewijs voor het beroep van kruier (bagagedrager), meestal werkzaam op treinstations.
De directeur deelt mee dat er momenteel geen nieuwe kaarten worden uitgegeven, maar dat de persoon voor wie de aanvraag werd gedaan (die in de brief niet bij naam wordt genoemd) op een sollicitantenlijst is geplaatst. De handgeschreven aantekening "Verzonden 1/4" duidt op de administratieve verwerking op 1 april 1942. Het document dateert uit maart 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Het adres, de Rijnstraat in de Rivierenbuurt in Amsterdam, is historisch relevant omdat deze wijk destijds een grote Joodse bevolkingsgroep kende.
In deze periode van de bezetting was de arbeidsmarkt strikt gereguleerd en werden vergunningen voor beroepen (zoals die van kruier) vaak beperkt of gecontroleerd door de autoriteiten. Mensen probeerden in deze tijd vaak via officiële weg aan werk of bewijzen van werk te komen, soms in een poging om vrijgesteld te worden van de Arbeitseinsatz (dwangarbeid in Duitsland), hoewel dit uit de brief zelf niet direct blijkt. De brief is een voorbeeld van de voortdurende bureaucratie in bezet Amsterdam, kort voordat de grootschalige deportaties in de zomer van 1942 begonnen. A.C.M. Deurloo
Samenvatting
De brief is een zakelijke mededeling waarin een verzoek om een "kruierskaart" wordt afgewezen. Een kruierskaart was een officiële vergunning of legitimatiebewijs voor het beroep van kruier (bagagedrager), meestal werkzaam op treinstations.
De directeur deelt mee dat er momenteel geen nieuwe kaarten worden uitgegeven, maar dat de persoon voor wie de aanvraag werd gedaan (die in de brief niet bij naam wordt genoemd) op een sollicitantenlijst is geplaatst. De handgeschreven aantekening "Verzonden 1/4" duidt op de administratieve verwerking op 1 april 1942.
Historische Context
Het document dateert uit maart 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Het adres, de Rijnstraat in de Rivierenbuurt in Amsterdam, is historisch relevant omdat deze wijk destijds een grote Joodse bevolkingsgroep kende.
In deze periode van de bezetting was de arbeidsmarkt strikt gereguleerd en werden vergunningen voor beroepen (zoals die van kruier) vaak beperkt of gecontroleerd door de autoriteiten. Mensen probeerden in deze tijd vaak via officiële weg aan werk of bewijzen van werk te komen, soms in een poging om vrijgesteld te worden van de Arbeitseinsatz (dwangarbeid in Duitsland), hoewel dit uit de brief zelf niet direct blijkt. De brief is een voorbeeld van de voortdurende bureaucratie in bezet Amsterdam, kort voordat de grootschalige deportaties in de zomer van 1942 begonnen.