Verzoekschrift / Rekest.
Origineel
Verzoekschrift / Rekest. 15 april 1942. S. Flatteman, Vitanusstraat 24 III, Amsterdam. Onbekende ambtenaar (geadresseerd als "Wel. Edele Heer"). S. Flatteman 15 April '42.
Vitanusstraat 24 III
Adam.
[Stempel: № 53 / 5 / 1 / M. 1942 1/4]
Wel. Edele Heer, [Handgeschreven: no. Dui]
Sinds eenige weken is mijn vent en
markt vergunning ingehouden.
Hoewel ik de laatste jaren, geen ge-
bruik meer van mijn ventvergunning heb
gemaakt, daar ik al jaren een vaste wijk
heb in groenten en aardappelen.
Deze wijk is, Centrum van de stad,
Waterlooplein en omstreken.
Ik ben 58 jaar en reeds 40 jaren in dit
bedrijf werkzaam, en boven de leeftijd voor
het werkkamp.
Zoo verzoek ik U beleefd, naar ik een
vaste staanplaats op de markt Waterlooplein
kan krijgen, teruggave van mijn toegangs-
kaart der Centrale Markt Hallen.
Ik heb mij reeds gewend tot: Joodsche Raad,
Galerij en de Inspecteur van Marktwezen, deze
heer heeft mij tenslotte naar U verwezen.
Hopende dat U mijn verzoek zult willen inwilligen
Verblijf ik met de meeste
Hoogachting.
S. Flatteman * Inhoud: S. Flatteman verzoekt om de teruggave van zijn toegangskaart voor de Centrale Markthallen en vraagt om een vaste staanplaats op de markt bij het Waterlooplein. Hij voert aan dat hij al 40 jaar in het vak (groenten en aardappelen) zit en dat zijn vent- en marktvergunning onlangs is ingetrokken.
* Persoonlijke situatie: De afzender benadrukt dat hij 58 jaar oud is en daarmee boven de leeftijdgrens valt voor tewerkstelling in een werkkamp. Dit wijst op een poging om via economische weg zijn positie te consolideren en deportatie of dwangarbeid te voorkomen.
* Administratieve weg: De brief laat zien welke instanties destijds betrokken waren bij de regulering van Joodse ondernemers. Flatteman heeft zich achtereenvolgens gewend tot de Joodsche Raad, de 'Galerij' (waarschijnlijk een afdeling van het marktwezen) en de Inspecteur van het Marktwezen, alvorens dit schrijven te richten aan de huidige instantie. Dit document stamt uit april 1942, een cruciale fase in de bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode werden Joodse burgers stelselmatig uit het economische leven geweerd door middel van discriminerende verordeningen.
* Uitsluiting: Het intrekken van de markt- en ventvergunning was een direct gevolg van de maatregelen van de Duitse bezetter om Joden hun middelen van bestaan te ontnemen.
* Joodsche Raad: De vermelding van de Joodsche Raad (opgericht in februari 1941) illustreert de rol van dit orgaan als tussenpersoon tussen de Joodse bevolking en de bezettingsautoriteiten/gemeentelijke diensten.
* Werkkampen: De verwijzing naar het "werkkamp" is veelzeggend. Vanaf begin 1942 werden Joodse mannen opgeroepen voor Nederlandse werkkampen van de Rijksdienst voor de Werkverruiming, wat vaak een voorbode was voor deportatie naar de vernietigingskampen. Flatteman probeert aan te tonen dat hij door zijn leeftijd en beroepsuitoefening nog recht heeft op werk binnen de stad.
* Locatie: Het Waterlooplein was van oudsher het hart van de Joodse buurt in Amsterdam en een belangrijke marktplaats. De strijd om daar te mogen blijven werken was voor velen een kwestie van overleven. S. Flatteman Marktwezen