Administratief bijblad/notitieblad (Model No. 14).
Origineel
Administratief bijblad/notitieblad (Model No. 14). [Linksboven, gedrukt kader]
BIJBLAD VAN:
M. No. 53 / 51 / 1 1942
DOORGEZONDEN: 17/4 - '42.
[Midden boven, handgeschreven blauw/potlood]
m.i. susp.
daarna
ev. naar H. Broese
voor Toegangskaart
[Midden links, handgeschreven zwarte inkt]
Insp.
H. zal zich, indien hij
van R.W.K. wordt afgekeurd,
laten inschrijven.
Kan m.i. als afgedaan
worden beschouwd.
[Paraaf] 23/4 '42
[Midden rechts, handgeschreven zwarte inkt]
Insp.
m.i. moeten ze
inschrijven voor een
vaste plaats.
[Paraaf] 25/4 '42
[Onder midden, diverse handen]
opgeroepen : één dezer dagen
B 28/4 '42
moet eerst gekeurd
worden [Paraaf] 29/4 '42
[Linksonder, handgeschreven zwarte inkt]
Heeft zich heden, ~~zol~~ 1 Mei '42,
voor Waterlooplein laten
inschrijven. Toegangskaart
is uitgereikt. vnb.
[Paraaf] 1/5 '42
[Stempel/tekst in blauw, dwars over linkerzijde]
opbergen
24-4-'42
[Paraaf]
[Rechtsonder]
Bergen
1/5 - '42
[Onderaan, gedrukte voetnoot]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een administratief dossierblad waarop de voortgang van een aanvraag voor een marktplaats of toegangsbewijs wordt bijgehouden. De kern van de zaak betreft een persoon (aangeduid als 'H.') die een standplaats of toegang wenst voor de markt op het Waterlooplein in Amsterdam.
Uit de opeenvolgende aantekeningen blijkt een ambtelijk proces:
1. 23 april: Een inspecteur stelt voor de zaak als afgedaan te beschouwen als de betrokkene wordt afgekeurd door de R.W.K. (waarschijnlijk de Rijksdienst voor de Werkverruiming of een keuringsinstantie).
2. 25 april: Een andere instructie volgt dat men zich moet inschrijven voor een "vaste plaats".
3. 28 & 29 april: De persoon wordt opgeroepen, maar er wordt opgemerkt dat hij eerst "gekeurd" moet worden.
4. 1 mei: De procedure is voltooid; de persoon heeft zich ingeschreven voor het Waterlooplein en de toegangskaart is uitgereikt.
De blauwe aantekening "Opbergen" van 24-4-'42 lijkt voortijdig geplaatst te zijn, aangezien de administratieve handelingen doorliepen tot 1 mei. Het document dateert uit april/mei 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Deze periode is cruciaal voor de geschiedenis van Amsterdam en in het bijzonder het Waterlooplein.
Het Waterlooplein lag in het hart van de Jodenbuurt. In 1941 en 1942 voerden de nazi-bezetters steeds strengere beperkingen in voor Joodse markthandelaren. In de loop van 1941 werd de markt op het Waterlooplein een 'Joodse markt' waar niet-Joden officieel niet meer mochten handelen of kopen. De bureaucratische controle op standplaatsen, keuringen en "Toegangskaarten" was in deze tijd uiterst strikt en werd vaak gebruikt als instrument voor uitsluiting of deportatie-administratie. De term "R.W.K." en de noodzaak tot "keuring" wijzen op de sterke verwevenheid tussen arbeidsinzet, sociale controle en marktregulering onder het bezettingsregime. H. Broese M. No Gemeente Amsterdam
Samenvatting
Dit document is een administratief dossierblad waarop de voortgang van een aanvraag voor een marktplaats of toegangsbewijs wordt bijgehouden. De kern van de zaak betreft een persoon (aangeduid als 'H.') die een standplaats of toegang wenst voor de markt op het Waterlooplein in Amsterdam.
Uit de opeenvolgende aantekeningen blijkt een ambtelijk proces:
1. 23 april: Een inspecteur stelt voor de zaak als afgedaan te beschouwen als de betrokkene wordt afgekeurd door de R.W.K. (waarschijnlijk de Rijksdienst voor de Werkverruiming of een keuringsinstantie).
2. 25 april: Een andere instructie volgt dat men zich moet inschrijven voor een "vaste plaats".
3. 28 & 29 april: De persoon wordt opgeroepen, maar er wordt opgemerkt dat hij eerst "gekeurd" moet worden.
4. 1 mei: De procedure is voltooid; de persoon heeft zich ingeschreven voor het Waterlooplein en de toegangskaart is uitgereikt.
De blauwe aantekening "Opbergen" van 24-4-'42 lijkt voortijdig geplaatst te zijn, aangezien de administratieve handelingen doorliepen tot 1 mei.
Historische Context
Het document dateert uit april/mei 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Deze periode is cruciaal voor de geschiedenis van Amsterdam en in het bijzonder het Waterlooplein.
Het Waterlooplein lag in het hart van de Jodenbuurt. In 1941 en 1942 voerden de nazi-bezetters steeds strengere beperkingen in voor Joodse markthandelaren. In de loop van 1941 werd de markt op het Waterlooplein een 'Joodse markt' waar niet-Joden officieel niet meer mochten handelen of kopen. De bureaucratische controle op standplaatsen, keuringen en "Toegangskaarten" was in deze tijd uiterst strikt en werd vaak gebruikt als instrument voor uitsluiting of deportatie-administratie. De term "R.W.K." en de noodzaak tot "keuring" wijzen op de sterke verwevenheid tussen arbeidsinzet, sociale controle en marktregulering onder het bezettingsregime.