Handgeschreven klachtbrief.
Origineel
Handgeschreven klachtbrief. 11 november 1942. J. de Groot, Gauke Boelensstraat 11, Zaandam. De Inspecteur (vermoedelijk van de Visserijinspectie). № 72/13/1 M. 1942 13/11 (345
Zaandam 11/11. 42
M.H. de Insp.
Hiermede. wenscht. ondergetekende
uw aandacht te vestigen op het
feit. dat. op de terreinen van de
Ford fabrieken. tusschen de tijden
12.30 – 13.30 en verder in de
IJ polder wordt gevischt door per-
sonen zonder vischvergunning.
Ondergetekende verzoekt hiermede
beleefd. of aan deze toestand
geen eind gemaakt kan worden
daar hij. zelf visser zijnde, zich
in zijn broodwinning benadeelt
ziet
Hoogachtend
J de Groot
Gauke Boelensstr 11
Zaandam
[Kanttekening linksonder:]
Controle
rapport
16-11-’42
de Haan
H. Reyinga 17/11 42 [gevolgd door het getal] 72 De brief is een formeel verzoek van een beroepsvisser, J. de Groot, om handhaving van de visserijwetgeving. De schrijver klaagt over illegale visserij (zonder vergunning) op de terreinen van de Ford-fabriek in de IJ-polder. Het feit dat hij specifieke tijden noemt (12.30 - 13.30 uur), wijst erop dat het waarschijnlijk gaat om fabrieksarbeiders die tijdens hun schafttijd vissen. De afzender benadrukt dat deze concurrentie zijn eigen broodwinning schaadt.
De ambtelijke aantekeningen in de marge tonen de efficiëntie van de bureaucratie in die tijd: binnen vijf dagen na dagtekening (op 16 november) is er al een controlerapport opgemaakt door een ambtenaar genaamd De Haan. Op 17 november is het stuk geparafeerd door H. Reyinga. Het document stamt uit november 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Ford-fabriek in de IJ-polder (Amsterdam-Noord) was een belangrijke industriële locatie die ook onder toezicht van de bezetter stond. In deze periode van toenemende schaarste werd vissen voor veel mensen een noodzakelijke manier om voedsel te vergaren, wat botste met de belangen van de officiële beroepsvisserij.
Het adres van de afzender, de Gauke Boelensstraat in Zaandam, was destijds een relatief nieuwe straat. De brief geeft een inkijkje in hoe burgers in oorlogstijd de officiële instanties bleven inschakelen om hun economische belangen en vergunningsrechten te beschermen tegen "wildvissers". H. Reyinga J. de Groot M.H. de Insp
Samenvatting
De brief is een formeel verzoek van een beroepsvisser, J. de Groot, om handhaving van de visserijwetgeving. De schrijver klaagt over illegale visserij (zonder vergunning) op de terreinen van de Ford-fabriek in de IJ-polder. Het feit dat hij specifieke tijden noemt (12.30 - 13.30 uur), wijst erop dat het waarschijnlijk gaat om fabrieksarbeiders die tijdens hun schafttijd vissen. De afzender benadrukt dat deze concurrentie zijn eigen broodwinning schaadt.
De ambtelijke aantekeningen in de marge tonen de efficiëntie van de bureaucratie in die tijd: binnen vijf dagen na dagtekening (op 16 november) is er al een controlerapport opgemaakt door een ambtenaar genaamd De Haan. Op 17 november is het stuk geparafeerd door H. Reyinga.
Historische Context
Het document stamt uit november 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Ford-fabriek in de IJ-polder (Amsterdam-Noord) was een belangrijke industriële locatie die ook onder toezicht van de bezetter stond. In deze periode van toenemende schaarste werd vissen voor veel mensen een noodzakelijke manier om voedsel te vergaren, wat botste met de belangen van de officiële beroepsvisserij.
Het adres van de afzender, de Gauke Boelensstraat in Zaandam, was destijds een relatief nieuwe straat. De brief geeft een inkijkje in hoe burgers in oorlogstijd de officiële instanties bleven inschakelen om hun economische belangen en vergunningsrechten te beschermen tegen "wildvissers".