Gerechtelijke uitspraak / Tuchtbeschikking.
Origineel
Gerechtelijke uitspraak / Tuchtbeschikking. 21 oktober 1942. HEEFT GOEDGEVONDEN:
den verdachte te veroordeelen tot betaling van een geldboete van:
VIJFHONDERD GULDEN (f. 500.-);
~~verbeurd te verklaren de bij proces-verbaal van den 194.. inbeslaggenomen goederen;~~
~~te bepalen, dat~~
verbeurd te verklaren eenige bedrijfsmiddelen van verdachte, te weten één handkar en twee bascules;
te bevelen de sluiting van verdachte's bedrijf en stillegging van zijn bedrijfsmiddelen voor den tijd van zes maanden, ingaande 19 October 1942, en het Hoofd der politie te Amsterdam op te dragen om de sluiting voor ieder kenbaar te maken door aanplakking van deze maatregel op een in het oog vallende plaats bij den toegang van het perceel, waarin verdachte zijn bedrijf uitoefent, alsmede om nauwgezet te waken tegen en de opsporing te bevorderen van de overtredingen, genoemd in artikel 10 van het Prijsbeheerschingsbesluit;
verdachte te verbieden zijn beroep van grossier uit te oefenen gedurende den tijd van zes maanden, welke straf gelijktijdig met die, in de voorgaande alinea bedoeld, zal beginnen te werken;
den verdachte te veroordeelen in de kosten ten belope van f. 100.-, berekend overeenkomstig de bepalingen van het "Tarief voor tuchtstrafproceskosten" van 23 Januari 1942.
AMSTERDAM, den 21en October 1942.
De Inspecteur voornoemd,
[Signatuur: Routhoff]
Mr. H. L. Routhoff.
[Stempel: de Inspectie voor de Prijsbeheersching te Amsterdam.]
BETALING van de opgelegde boete moet geschieden binnen acht dagen na de uitreiking der tuchtbeschikking door storting of overschrijving op postrekening No. 408.874 van voormelden Inspecteur. Bij gebreke hiervan volgt tenuitvoerlegging der tuchtbeschikking.
BEROEP tegen tuchtbeschikkingen is mogelijk:
a. indien is opgelegd een geldboete van meer dan f 500.—, al of niet met een bijkomende straf;
b. indien is opgelegd een geldboete van f 500.— of minder, mits daarbij een bijkomende straf is opgelegd, uitgezonderd de bijkomende straf van openbaarmaking.
Beroep moet binnen veertien dagen na de uitreiking der tuchtbeschikking worden ingesteld bij een door den veroordeelde onderteekend beroepschrift, hetwelk moet worden ingediend bij den Gemachtigde voor de Prijzen te 's-Gravenhage of bij den Inspecteur voor de Prijsbeheersching, door wien de beschikking in eersten aanleg genomen werd.
K 1278 3139-12-41 Het document is een officiële veroordeling door de 'Inspectie voor de Prijsbeheersching'. De verdachte, een grossier (groothandelaar), krijgt een zware straf opgelegd wegens overtreding van het Prijsbeheerschingsbesluit. De strafmaatregelen bestaan uit:
1. Een geldboete van 500 gulden (een aanzienlijk bedrag in 1942).
2. Verbeurdverklaring van bedrijfsmiddelen (een handkar en twee weegschalen/bascules).
3. Gedwongen sluiting van het bedrijf voor de duur van zes maanden.
4. Een beroepsverbod voor de duur van zes maanden.
5. Betaling van 100 gulden proceskosten.
Opvallend is de publieke vernedering: de politie krijgt de opdracht om de sluiting kenbaar te maken middels aanplakking op het pand. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) werden de prijzen en de distributie van goederen streng gereguleerd om inflatie en zwarte handel tegen te gaan. De Inspectie voor de Prijsbeheersching hield toezicht op deze regels. Overtredingen, zoals het verkopen van goederen boven de vastgestelde maximumprijzen, werden zwaar bestraft via het tuchtrecht.
In 1942 was de schaarste in Nederland al groot, waardoor de verleiding tot zwarte handel (verkoop buiten de bonnen om of tegen woekerprijzen) toenam. Dergelijke uitspraken waren bedoeld om handelaren af te schrikken. De genoemde datum (oktober 1942) valt in de periode dat de economische controle door de bezetter steeds draconischer werd. De ondertekenaar, Mr. H.L. Routhoff, was een bekend ambtenaar binnen dit apparaat in Amsterdam. H.L. Routhoff L. Routhoff Politie