Handgeschreven notitie op de achterzijde van een voorbedrukt formulier of kasblad (gezien de doorschijnende lijnen en cijfers).
Origineel
Handgeschreven notitie op de achterzijde van een voorbedrukt formulier of kasblad (gezien de doorschijnende lijnen en cijfers). 8 oktober 1941 en 30 oktober 1941. [Linksboven]
Koggestr - Mauritsstr - Berkenstr.
Mermelstein
Hooge Nieuwstr. - Lekstraat
Einde Vilansstr.
Engelandweg.
[Rechtsmidden]
Zie
Besproken bij de
Hr Mens op 8/10 '41
Nagaan of op evacuat. pl.
maakt, gekund worden
gevestigd. Niet meer dan
2 in totaal.
Ik zal even ter plaatse
bezien.
—
30/X '41 Het document is een interne ambtelijke notitie, geschreven in een gehaast curasief handschrift. De inhoud betreft een lijst met adressen of straten in Amsterdam, gekoppeld aan de naam "Mermelstein".
De aantekeningen aan de rechterzijde duiden op een procesgang:
1. Bespreking: Op 8 oktober 1941 is de kwestie besproken met een zeker "Heer Mens".
2. Onderzoeksvraag: Er moet nagegaan worden of er op de "evacuat. pl." (evacuatieplaats) zaken gevestigd kunnen worden. Er geldt een limiet: "Niet meer dan 2 in totaal."
3. Inspectie: De schrijver van de notitie noteert op 30 oktober ('30/X '41') dat hij de situatie zelf ter plaatse gaat bekijken.
De terminologie ("evacuat. pl.") en de datum (oktober 1941) zijn zeer typerend voor de bureaucratische voorbereidingen van de Jodenvervolging in Amsterdam. In deze periode werden Joodse Amsterdammers steeds meer beperkt in hun bewegingsvrijheid en werden voorbereidingen getroffen voor gedwongen verhuizingen (evacuatie) naar specifieke wijken, voordat de deportaties in 1942 op grote schaal begonnen. Dit document bevindt zich in de historische context van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. In oktober 1941 was de onteigening van Joodse woningen en bedrijven in volle gang onder toezicht van instanties zoals de Lippmann, Rosenthal & Co. bank (LiRo) of de Niederländische Grundstücksverwaltung (NGV).
De genoemde straten (zoals de Lekstraat in de Rivierenbuurt) hadden destijds een significante Joodse populatie. De naam "Mermelstein" komt veelvuldig voor in de archieven van Joodse slachtoffers uit Amsterdam. Het feit dat er gesproken wordt over "niet meer dan 2 in totaal" zou kunnen verwijzen naar het aantal gezinnen of bedrijven dat op een specifiek adres of in een specifieke ruimte ("evacuatieplaats") mocht worden ondergebracht. Het document is een treffend voorbeeld van de 'banaliteit van het kwaad': het proces van uitsluiting en onteigening vastgelegd in alledaagse, droge administratieve krabbels. Liro
Samenvatting
Het document is een interne ambtelijke notitie, geschreven in een gehaast curasief handschrift. De inhoud betreft een lijst met adressen of straten in Amsterdam, gekoppeld aan de naam "Mermelstein".
De aantekeningen aan de rechterzijde duiden op een procesgang:
1. Bespreking: Op 8 oktober 1941 is de kwestie besproken met een zeker "Heer Mens".
2. Onderzoeksvraag: Er moet nagegaan worden of er op de "evacuat. pl." (evacuatieplaats) zaken gevestigd kunnen worden. Er geldt een limiet: "Niet meer dan 2 in totaal."
3. Inspectie: De schrijver van de notitie noteert op 30 oktober ('30/X '41') dat hij de situatie zelf ter plaatse gaat bekijken.
De terminologie ("evacuat. pl.") en de datum (oktober 1941) zijn zeer typerend voor de bureaucratische voorbereidingen van de Jodenvervolging in Amsterdam. In deze periode werden Joodse Amsterdammers steeds meer beperkt in hun bewegingsvrijheid en werden voorbereidingen getroffen voor gedwongen verhuizingen (evacuatie) naar specifieke wijken, voordat de deportaties in 1942 op grote schaal begonnen.
Historische Context
Dit document bevindt zich in de historische context van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. In oktober 1941 was de onteigening van Joodse woningen en bedrijven in volle gang onder toezicht van instanties zoals de Lippmann, Rosenthal & Co. bank (LiRo) of de Niederländische Grundstücksverwaltung (NGV).
De genoemde straten (zoals de Lekstraat in de Rivierenbuurt) hadden destijds een significante Joodse populatie. De naam "Mermelstein" komt veelvuldig voor in de archieven van Joodse slachtoffers uit Amsterdam. Het feit dat er gesproken wordt over "niet meer dan 2 in totaal" zou kunnen verwijzen naar het aantal gezinnen of bedrijven dat op een specifiek adres of in een specifieke ruimte ("evacuatieplaats") mocht worden ondergebracht. Het document is een treffend voorbeeld van de 'banaliteit van het kwaad': het proces van uitsluiting en onteigening vastgelegd in alledaagse, droge administratieve krabbels.