Dienstmededeling (stencil/getypt document).
Origineel
Dienstmededeling (stencil/getypt document). 26 maart 1943. No. 37/51/1 M. 1943 24/3
MARKTWEZEN-AMSTERDAM.
Amsterdam, 26 Maart 1943.
M e d e d e e l i n g
aan de grossiers der
Centrale Markt.
Ik dring er met klem op aan, dat U er zorg voor draagt, dat vóór 11.00 uur v.m. de groenten aan de Joodsche Commissie worden afgeleverd. Nu de versche groenten, vooral de afwijkende kwaliteit, denzelfden dag aan den consument moeten worden afgeleverd, is het ten zeerste gewenscht, dat aanbieding vóór 11.00 uur v.m. plaats vindt.
Vanaf Zaterdag 27 Maart 1943 moet van Uw aanvoeren 5 % aan de Joodsche Commissie worden afgeleverd, terwijl 2½ % van de zuurkool moet worden beschikbaar gesteld.
De Directeur,
C.F. SIXMA.
Marktw. C.M.
26/3/'43. HB.
No. 31. Dit document is een directieve van het Amsterdamse Marktwezen aan de groothandelaren (grossiers) op de Centrale Markt. De kern van de mededeling is tweeledig:
- Tijdsdruk: Er wordt strikt bevolen dat leveringen aan de "Joodsche Commissie" vóór 11:00 uur 's ochtends moeten plaatsvinden. De reden die wordt opgegeven is de bederfelijkheid van de waar, met name de "afwijkende kwaliteit". In de context van die tijd betekende dit vaak dat producten van mindere kwaliteit (B-keuze of overschotten) voor de Joodse bevolking bestemd waren.
- Quota: Er wordt een verplicht quotum ingesteld. Grossiers moeten 5% van hun totale aanvoer van groenten en 2,5% van hun zuurkool afstaan voor distributie via de Joodse kanalen.
De toon is zakelijk maar dwingend ("met klem op aan", "moet worden afgeleverd"). De ondertekenaar, C.F. Sixma, was de directeur van het Marktwezen die gedurende de gehele bezettingsperiode in functie bleef en toezag op de uitvoering van de distributieregels. Dit document stamt uit het voorjaar van 1943, een periode waarin de Jodenvervolging in Nederland in een vergevorderd stadium was. De "Joodsche Commissie" waarover gesproken wordt, was een orgaan gelieerd aan de Joodsche Raad voor Amsterdam.
Tijdens de bezetting werd de voedselvoorziening voor de Joodse bevolking steeds strenger gescheiden van de rest van de bevolking. Joden kregen aparte rantsoenen die vaak lager waren en van mindere kwaliteit. De Centrale Markt in Amsterdam speelde een cruciale rol in de voedseldistributie van de stad. Door 5% van de aanvoer te vorderen, trachtte men een minimale (doch vaak ontoereikende) stroom groenten naar de Joodse gemeenschap en de ziekenhuizen/instellingen die onder de Joodsche Raad vielen, te garanderen.
De opmerking over "afwijkende kwaliteit" is veelzeggend voor de discriminatoire aard van de distributie: de beste producten gingen naar de bezetter of de algemene markt, terwijl de minder goede producten specifiek voor de Joodse kanalen werden gereserveerd. Kort na de datum van dit document zouden de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam naar de vernietigingskampen in Polen hun piek bereiken. C.F. Sixma Marktwezen