Handgeschreven proces-verbaal of controlerapport.
Origineel
Handgeschreven proces-verbaal of controlerapport. [Links boven in potlood:] No 55.
Rapport Controle C. Markt 10/7 '42
Tijdens deze controle werd een
jongen door mij op het terrein aan-
gehouden, die mij, desgevraagd op-
gaf genaamd te zijn de zoon van
H.W. Ojevaar. Zijn vader had zijn kaart in
zijn bezit reden waarom hij die niet
kon toonen. Bij onderzoek bleek echter
dat genoemde Ojevaar (kooper) echter
niets met deze jongen had uit te staan.
[Doorgehaald in rood:] Hij had meer last dan gemak van hem.
Deze jongen bleek te zijn een zoon van
Servaes. bloemen koopman, nl:
Johannes Servaes. geb. 28 Juli 29. wonende
A'dam Kuiperstraat 84. II
Deze jongen werd door mij van het
terrein verwijderd en naar het kaarten-
kantoor gebracht, waaruit bleek dat die
jongen ook geen kaart had voor de afd:
bloemen markt zoals hij opgaf.
A'dam 10 Juli 1942.
de Controleur C. Markt.
[Annotaties in rood potlood en inkt:]
[Links verticaal:] Kwal: opgeven? [onzeker]
[Rechts midden:] gezien [paraf]
[Onderzijde:] Kaarten / houden. / Provisionele kaart / aanleggen [onleesbaar] met oog op latere / aanvraag toegang.
[Rechts onder:] afgedaan / 14/7 - 42 / [paraf] JB
--- Het document is een zakelijk verslag van een incident op de Centrale Markt (C. Markt) in Amsterdam. Een dertienjarige jongen, Johannes Servaes, werd zonder geldig legitimatiebewijs (de "kaart") op het terrein aangetroffen. Uit het rapport blijkt dat de jongen in eerste instantie loog over zijn identiteit door zich voor te doen als de zoon van een bekende koper, H.W. Ojevaar, waarschijnlijk in de hoop zo sancties te ontlopen.
Na onderzoek door de controleur bleek de jongen de zoon te zijn van een bloemenkoopman genaamd Servaes, woonachtig in de Pijp (Kuiperstraat). De controleur stelde vast dat de jongen ook voor de bloemenafdeling geen geldige toegangsvergunning had. De toon van het rapport is strikt administratief, hoewel de (later doorgehaalde) opmerking over Ojevaar ("Hij had meer last dan gemak van hem") duidt op een informele verstandhouding tussen de controleur en de koper Ojevaar.
De rode annotaties onderaan het document wijzen op de administratieve afhandeling door de marktautoriteiten, waarbij besloten werd een dossier ("kaart") aan te leggen voor deze jongen met het oog op eventuele toekomstige aanvragen voor markttoegang.
--- Dit document stamt uit juli 1942, een cruciale periode tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de inhoud van het rapport op het eerste gezicht triviaal lijkt (een minderjarige zonder pas op een marktterrein), weerspiegelt het de extreme mate van regulering en controle die destijds heerste.
Toegang tot de Centrale Markthallen in Amsterdam was strikt voorbehouden aan vergunninghouders. In een tijd van schaarste en distributie was de controle op wie zich op de markt bevond essentieel om illegale handel en diefstal te voorkomen. De nadruk op het tonen van de juiste "kaart" was kenmerkend voor het bureaucratische apparaat van de bezettingstijd.
Interessant is ook de datering: juli 1942 was de maand waarin de grootschalige deportaties van Joodse Amsterdammers begonnen. Hoewel dit rapport daar niet direct aan relateert, toont het de dagelijkse gang van zaken en de handhaving van de orde in een stad onder hoogspanning. De Kuiperstraat, waar de jongen woonde, lag in de buurt van de Albert Cuypmarkt, een centrum van handel en bedrijvigheid waar veel families uit de arbeidersklasse en de middenstand woonden. C. Markt H.W. Ojevaar