Officieel rapport (Rapport)
Origineel
Officieel rapport (Rapport) 14 juli 1943 No. 37/82/1 M. 1943 14/7
R A P P O R T
Door kooper S.Donker, wonende Prinsenstraat alhier, werd mij op 12 Juli 1943 aangifte gedaan, dat zijn handkar, welke hij op het bewaakte parkeerterrein van de Centrale Markt had gestald, verdwenen was. Deze handkar had hij ongeveer 14 dagen geleden daar neergezet en in bewaking gegeven aan Koevoets, die op genoemd terrein, tegen betaling van 30 cent, de bewaking van de karren op zich neemt. Ook van Donker heeft Koevoets het geld voor het bewaken van zijn kar ontvangen. Donker verlangt nu van Koevoets dat hij hem voor het verlies van zijn kar schadeloos stelt. Koevoets neemt echter een zoover strekkende verantwoordelijkheid niet en voelt er ook niets voor om Donker de schade te vergoeden. In verband hiermede wijs ik U er op, dat zich wel eerder van dergelijke gevallen hebben voorgedaan, welke eveneens door Koevoets werden afgewezen. Eenige behoorlijke controle, vooral bij het weghalen der karren als de markt een aanvang neemt heeft Koevoets niet.
Amsterdam 14 Juli 1943
Controleur,
[Handtekening: S. Ulthuis (?)]
Den Heer Bedrijfschef
van de Centrale Markt.
[Handgeschreven aantekeningen/paraaf in rood en zwart] Dit document is een ambtelijk rapport van een controleur aan de bedrijfschef van de Centrale Markt in Amsterdam. Het betreft een klacht van een koopman, S. Donker, wiens handkar is verdwenen terwijl deze in bewaking was gegeven aan een zekere Koevoets. De essentie van het conflict is dat Donker schadevergoeding eist omdat hij 30 cent betaalde voor de bewaking, terwijl Koevoets elke aansprakelijkheid afwijst.
De controleur neemt een kritische houding aan tegenover de bewaker (Koevoets). Hij merkt op dat dit niet het eerste incident is en dat de bewaker geen effectieve controle uitoefent op wie karren meeneemt wanneer de marktactiviteiten beginnen. Het rapport dient als bewijslast of onderbouwing voor mogelijke maatregelen vanuit het marktbeheer tegen de gebrekkige bewakingsdienst. Het rapport dateert uit juli 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam was een cruciaal knooppunt voor de voedselvoorziening van de stad. In een tijd van schaarste en distributie waren transportmiddelen zoals handkarren van onschatbare waarde voor kleine handelaren.
Diefstal was in deze oorlogsjaren een groeiend probleem door de toenemende armoede en de zwarte handel. Dit document geeft een inkijkje in de dagelijkse beslommeringen en de bureaucratische afhandeling van kleine criminaliteit en geschillen op de werkvloer van de markt, waarbij de formele procedures van voor de oorlog (zoals het typen van rapporten op officieel briefpapier) nog steeds werden gehandhaafd. De "30 cent" bewakingsgeld lijkt een klein bedrag, maar het principe van verantwoordelijkheid was voor de gedupeerde handelaar essentieel voor zijn broodwinning. S. Donker S. Ulthuis