Brief (doorslag/kopie)
Origineel
Brief (doorslag/kopie) 5 april 1943 De Directeur (van een onbekende gemeentelijke dienst) [Handgeschreven in blauw potlood:] Verzonden 5/4
[Rechtsboven getypt:] SV
den Heer Burgemeester
van Amsterdam,
Raadhuis,
A l h i e r.
43/3/3 M. 1 5 April 1943.
verrichten neven-
werkzaamheden door over-
heidspersoneel.
Naar aanleiding van Uw circulaire d.d.
3 Februari jl. no. 494 i. Arb. 1942, heb ik de
eer U in bijlage dezes te doen toekomen afschrift
van een door een contrôleur van mijn dienst ge-
daan verzoek hem dispensatie te verleenen van
het verbod tot het verrichten van betaalde werk-
zaamheden door zijn echtgenoote.
Aangezien het dienstbelang in dit geval
in het geheel niet wordt geschaad, bestaat mijner-
zijds tegen inwilliging van het onderhavige ver-
zoek geen bezwaar.
[Paraaf in blauw potlood] De Directeur, * Formaat: Het document is een getypt afschrift op dun papier (waarschijnlijk een doorslag). Er zijn handgeschreven toevoegingen in blauw potlood, waaronder de verzenddatum bovenaan en een paraaf bij de ondertekening.
* Inhoud: Een directeur van een Amsterdamse dienst stuurt een verzoek van een ondergeschikte (een controleur) door naar de burgemeester. De controleur verzoekt om vrijstelling (dispensatie) van een verbod waardoor zijn echtgenote geen betaald werk mag verrichten. De directeur geeft hiervoor een positief advies.
* Administratieve kenmerken: De brief bevat een specifiek dossiernummer (43/3/3 M.) en verwijst naar een circulaire uit 1942, wat wijst op een strikte administratieve procedure rondom het arbeidsrecht voor ambtenaren. * Tijdsperiode: De brief is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog (1943).
* Arbeidsrecht voor ambtenaren: De verwijzing naar de circulaire uit 1942 betreffende "nevenwerkzaamheden" weerspiegelt de toenmalige regelgeving waarbij de overheid grip probeerde te houden op het inkomen en de bezigheden van ambtenaren en hun gezinsleden. Het verbod op betaald werk voor echtgenotes van ambtenaren was een maatregel die enerzijds te maken had met het bestrijden van dubbele inkomens in tijden van schaarste, maar ook paste binnen de ideologie van de bezetter en de conservatieve maatschappijvisie van die tijd.
* Bestuur Amsterdam: De burgemeester van Amsterdam in april 1943 was Edward Voûte, die door de Duitse bezetter was aangesteld. De brief toont aan dat de reguliere ambtelijke correspondentie over personeelszaken ondanks de oorlogssituatie gecontinueerd werd volgens formele lijnen.
Samenvatting
- Formaat: Het document is een getypt afschrift op dun papier (waarschijnlijk een doorslag). Er zijn handgeschreven toevoegingen in blauw potlood, waaronder de verzenddatum bovenaan en een paraaf bij de ondertekening.
- Inhoud: Een directeur van een Amsterdamse dienst stuurt een verzoek van een ondergeschikte (een controleur) door naar de burgemeester. De controleur verzoekt om vrijstelling (dispensatie) van een verbod waardoor zijn echtgenote geen betaald werk mag verrichten. De directeur geeft hiervoor een positief advies.
- Administratieve kenmerken: De brief bevat een specifiek dossiernummer (43/3/3 M.) en verwijst naar een circulaire uit 1942, wat wijst op een strikte administratieve procedure rondom het arbeidsrecht voor ambtenaren.
Historische Context
- Tijdsperiode: De brief is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog (1943).
- Arbeidsrecht voor ambtenaren: De verwijzing naar de circulaire uit 1942 betreffende "nevenwerkzaamheden" weerspiegelt de toenmalige regelgeving waarbij de overheid grip probeerde te houden op het inkomen en de bezigheden van ambtenaren en hun gezinsleden. Het verbod op betaald werk voor echtgenotes van ambtenaren was een maatregel die enerzijds te maken had met het bestrijden van dubbele inkomens in tijden van schaarste, maar ook paste binnen de ideologie van de bezetter en de conservatieve maatschappijvisie van die tijd.
- Bestuur Amsterdam: De burgemeester van Amsterdam in april 1943 was Edward Voûte, die door de Duitse bezetter was aangesteld. De brief toont aan dat de reguliere ambtelijke correspondentie over personeelszaken ondanks de oorlogssituatie gecontinueerd werd volgens formele lijnen.