Getypte brief (pagina 2).
Origineel
Getypte brief (pagina 2). Niet vermeld op deze pagina (vermoedelijk 1943-1944 op basis van context). -2-
verdeeling van zeer groote waarde zijn, waarom zij dan ook bezwaarlijk zouden kunnen worden gemist.
Ik moge U dan ook met klem verzoeken te willen bevorderen, dat voor hen alsnog een vrijstelling wordt verstrekt (voor zoover dit in verband met hun leeftijd noodig is).
De gegevens van ieder van hen doe ik U onderstaand volledigheidshalve nog eens toekomen.
Omtrent het bovenstaande is dezerzijds ook overleg gepleegd met den heer Bender van de Nederlandsche Visscherij Centrale, die zijn medewerking heeft toegezegd en die bereid is hierover nog nader telefonisch met U te overleggen.
Voor Uwe bemoeiingen ten deze betuig ik U hierbij mijn dank.
De Directeur,
| Naam: | Geb.datum: | Adres: | No.persoonsbewijs: |
|---|---|---|---|
| K. Lammers | 22-3-1905 | Kl. Kattenburgerstraat 79, Amsterdam-O. | A.35 – 307294 |
| M. Gootjes | 8-10-1893 | Ferd. Bolstraat 34 II, Amsterdam-Z. | A.35 – 630538 |
| C. van Zanten | 22-2-1896 | Van Hogendorpstraat 223 I, Amsterdam-W. | A.35 – 576251 |
| Th. Sliphorst | 19-7-1900 | Kattenburgerkade 26B I, Amsterdam-C. | A.35 – 461123 |
| M.H. Bohne | 18-10-1909 | Maasstraat 96, Amsterdam-Zuid. | A.35 – 063043 |
De kernpunten zijn:
* Onmisbaarheid: Er wordt gesteld dat de mannen van "zeer groote waarde" zijn voor de "verdeeling" (distributie), een cruciale sector tijdens de voedselschaarste in de bezettingsjaren.
* Vrijstelling: De term "vrijstelling" verwijst hier naar de uitzondering op de Arbeitseinsatz (verplichte tewerkstelling in Duitsland).
* Interventie: Er wordt verwezen naar een "heer Bender" van de Nederlandsche Visscherij Centrale, wat de urgentie en het officiële karakter van het verzoek onderstreept.
* Identificatie: Van de werknemers worden de volledige namen, geboortedata, adressen en nummers van hun persoonsbewijs (PB) vermeld, wat standaard was voor administratieve processen onder het nationaalsocialistische bewind. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) werden vanaf 1942 steeds meer Nederlandse mannen opgeroepen om in de Duitse oorlogsindustrie te werken. Bedrijven die essentieel waren voor de voedselvoorziening of andere vitale sectoren konden proberen zogenaamde 'Sperren' (vrijstellingen) voor hun personeel te krijgen.
De Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC) was een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat toezicht hield op de visserijsector. Dat de directeur naar deze instantie verwijst, suggereert dat het bedrijf deel uitmaakte van de door de Duitsers gereguleerde voedselketen. Het document is een treffend voorbeeld van de voortdurende strijd tussen de bezetter (die arbeidskrachten nodig had) en de Nederlandse economie (die probeerde deskundig personeel te behouden om de lokale voedselvoorziening draaiende te houden). De genoemde adressen bevinden zich verspreid over diverse Amsterdamse wijken (Oost, Zuid, West, Centrum).