Getypte rapportage of interne memo op een dubbele pagina ruitjespapier.
Origineel
Getypte rapportage of interne memo op een dubbele pagina ruitjespapier. Opmerkingen:
Niet bezet in de drukste markturen pl.m. 8 - 11 uur Pier A.
idem B.
idem D.
idem aardappelmarkt
Onvolledige bezetting: 1. Aardappelmarkt
2. buiten drukke markturen van de pieren.
Geen reserve voor ziekte; aantal ziektedagen 1940 336 dagen
1941 411 ,,
1942 136 ,,
---------
883 dagen
Gemiddeld 883 : 3 is 294 dagen, te rekenen
1 man.
Geen man voor invallen verlofdagen: 23 maal 15 is 345 verlofdagen;
te rekenen 1 man. Het document is een kwantitatieve onderbouwing voor een tekort aan personeel binnen een specifieke dienst. De tekst is verdeeld in drie hoofdberekeningen/constateringen:
- Operationele gaten: Er is geen bezetting tijdens de drukste uren (08:00 - 11:00) op cruciale locaties zoals de pieren en de aardappelmarkt.
- Ziekteverzuim-capaciteit: Er wordt een historisch gemiddelde genomen van het aantal ziektedagen over de jaren 1940-1942. De optelsom (883 dagen) gedeeld door drie jaar resulteert in 294 dagen per jaar, wat exact overeenkomt met de volledige jaarcapaciteit van één werknemer.
- Verlof-capaciteit: Er wordt berekend dat bij 23 medewerkers met elk 15 verlofdagen, er in totaal 345 dagen aan vervanging nodig is, wat eveneens de inzet van één extra man rechtvaardigt.
De conclusie van de opsteller is indirect: om de huidige werkdruk en afwezigheid op te vangen, zijn er minimaal twee extra formatieplaatsen nodig. De genoemde jaartallen (1940-1942) plaatsen dit document midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De terminologie ("Pier A, B, D" en "aardappelmarkt") duidt op een havenbedrijf of een gemeentelijke marktdienst, zeer waarschijnlijk in een grote havenstad zoals Amsterdam of Rotterdam.
In deze periode was de controle op de voedselvoorziening (aardappelen) van essentieel belang vanwege de distributie en schaarste. Het feit dat de administratie dergelijke gedetailleerde berekeningen bleef uitvoeren, getuigt van de voortzetting van de Nederlandse bureaucratische traditie en de noodzaak om onderbezetting in een kritieke sector aan te kaarten bij de autoriteiten. De daling van het aantal ziektedagen in 1942 ten opzichte van de voorgaande jaren is opvallend, maar zonder verdere gegevens niet direct te verklaren.