Dienstbrief van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Dienstbrief van de Gemeente Amsterdam. 31 mei 1943. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen van de Gemeente Amsterdam. De heer Directeur van den Dienst van het Marktwezen. [Stempel linksboven in paars:] No. 43/23/6 M. 1943 6/
Gemeente Amsterdam
Raadhuis, O.Z. Voorburgwal
Telefoon 43130, 43321
Men wordt verzocht, bij het antwoord nauwkeurig den datum, het nummer en de afdeeling van dezen brief te vermelden
Aan den heer Directeur van den Dienst van het Marktwezen.
[Handgeschreven aantekening over de adressering:] mr. Nix
Afd. L.M. No. 385 -1943- Bijlagen Uw brief: Datum: 31 Mei 1943.
Onderwerp: personeel dagmarkten.
In antwoord op Uw schrijven van 21 Mei j.l., mede onderteekend door den Gemeentelijken Adviseur voor de Voedings- en Distributie-aangelegenheden, bericht ik U dat ik mij met den inhoud daarvan kan vereenigen, met dien verstande, dat ik niet kan goedkeuren, dat het personeel op de markt, indien het dat zou willen, onderling van markt zou kunnen ruilen.
VM
*
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen,
[Handtekening]
Model G.A. 5
Stadsdrukkerij Amsterdam
20826 10-42-5000 Deze brief betreft een besluit over het personeelsbeleid van de Amsterdamse dagmarkten tijdens de Tweede Wereldoorlog. De betreffende wethouder reageert op een voorstel van de Directeur van het Marktwezen en de Gemeentelijke Adviseur voor Voedings- en Distributieaangelegenheden. Hoewel hij instemt met de algemene inhoud van hun eerdere schrijven, maakt hij één expliciet voorbehoud: hij verbiedt het marktpersoneel om onderling van standplaats of markt te ruilen.
Het document is typerend voor de strikte, bureaucratische controle op het openbare leven en de distributieketen in bezet gebied. Flexibiliteit voor het personeel werd hierbij ondergeschikt gemaakt aan toezicht en orde. De brief dateert uit mei 1943, een periode waarin Nederland bezet was door nazi-Duitsland. De gemeenteraad was ontbonden en wethouders werden niet langer democratisch gekozen, maar aangesteld door de (vaak pro-Duitse) burgemeester of de bezettingsautoriteiten. De 'Wethouder voor de Levensmiddelen' was in deze tijd een cruciale functie vanwege de toenemende voedselschaarste en het complexe systeem van rantsoenering en distributie.
De markten waren essentieel voor de voedselvoorziening van de Amsterdamse bevolking. Het verbod op het onderling ruilen van markten door personeel kan geduid worden vanuit de behoefte aan maximale controle: de bezetter en het collaborerende stadsbestuur wilden precies weten wie zich op welk moment op welke plek in de stad bevond, zeker op strategische plaatsen zoals markten waar distributie plaatsvond. De handtekening is vermoedelijk van Jan Smit, die tijdens de bezetting als wethouder diende.