Intern dienstmemo / Ambtelijke mededeling.
Origineel
Intern dienstmemo / Ambtelijke mededeling. 14 juni 1943. [Linkerbovenhoek:]
K. M. no.
[Rechterbovenhoek:]
A’dam, 14/6 1943
[Midden:]
Aan het personeel dienstdoend op de dagmarkten
Hiermede breng ik te Uwer kennis, dat m.i.v. [met ingang van] Zondag de verkoop van visch slechts zal plaatsvinden op de navolgende vijf markten:
A. C. straat, Dapperstraat, Lindengracht, Ten Katestr. en Mosplein.
Wekelijks zal op Vrijdag worden bekend gemaakt, wie van de marktambtenaren op deze markten moet dienstdoen.
Hoewel ten behoeve van het publiek van het bovenstaande door middel van een pers-communiqué mededeeling zal worden gedaan, acht ik
[Verticale kantlijn links:]
De Vries: zorgen dat de 15 ambtenaren voor dezen dienst beschikbaar zijn; hiervoor moet dat eens in de 3 weken worden gedaan! Dit document is een instructie gericht aan het personeel van de Amsterdamse marktdienst (mogelijk de afkorting K.M., Korps Marktwezen). De kernboodschap is de centralisatie van de visverkoop. In plaats van een verspreide verkoop, wordt de handel in vis beperkt tot vijf strategische locaties in de stad: de Albert Cuypstraat (A.C. straat), de Dapperstraat, de Lindengracht, de Ten Katestraat en het Mosplein (Amsterdam-Noord).
De brief regelt niet alleen de logistiek van de handel, maar ook de personele bezetting. Er wordt een wekelijks rooster aangekondigd. De handgeschreven kantlijnnotitie gericht aan "De Vries" specificeert dat er 15 ambtenaren nodig zijn en dat deze dienst een rotatiesysteem van eens in de drie weken moet volgen. De mededeling eindigt met de opmerking dat het publiek via de pers geïnformeerd zal worden, wat duidt op een ingrijpende verandering in het dagelijks leven van de Amsterdammers. In juni 1943 bevond Nederland zich diep in de Tweede Wereldoorlog onder Duits gezag. De voedselsituatie was precair en de distributie van goederen werd streng gereguleerd via een bonnensysteem. Vis was een van de weinige eiwitbronnen die nog relatief beschikbaar was, maar de aanvoer was onregelmatig door de beperkingen op de visserij in de Noordzee (vanwege mijnen en militaire zones).
De concentratie van de visverkoop op slechts vijf markten diende waarschijnlijk meerdere doelen voor de bezetter en het collaborerende stadsbestuur:
1. Controle: Het was makkelijker om de naleving van prijsvoorschriften en de inname van distributiebonnen te controleren op een beperkt aantal locaties.
2. Efficiëntie: Gezien het tekort aan brandstof en transportmiddelen was het logistiek eenvoudiger om de beperkte aanvoer naar centrale punten te dirigeren.
3. Personeel: Zoals de kantlijnnotitie aangeeft, was de inzet van toezichthoudend personeel (marktambtenaren) schaars; door het aantal verkooppunten te beperken, kon men met een kleinere groep ambtenaren effectief toezicht houden.
De genoemde markten zijn ook vandaag de dag nog de bekendste dagmarkten van Amsterdam, wat de continuïteit van de stedelijke infrastructuur onderstreept, zelfs in tijden van crisis.