Archiefdocument
Origineel
14 juni 1943 [Linksboven in rood potlood:] 43/23/8
[Rechtsboven:] A'dam, 14/6 1943
W. h. U. [Weledel Geboren Heer?]
Hiermede hebben de onder-
getekenden de eer U het volgende
te berichten.
Zoals ons reeds telefo-
nisch door den Administrateur van Pers.
werd meegedeeld, hebt U ons voorstel
dd. 12/5 '43 no. 8a/30/4 i.z. con-
centratie van den vischverkoop op
Zondag op de vischmarkten goedgekeurd.
[Doorgehaald: Het gevolg van het ontbreken]
[Doorgehaald: resp. uitblijven van aanvoeren van aal en]
[Doorgehaald: paling,] komt er momenteel
op Zondag zeer weinig visch op
de Vischmarkt aan. De laatste 3
Zondagen is er [doorgehaald: op Zondag] resp.
1392 1/2 kg ; 1450 1/2 kg en
1713 1/2 kg aangevoerd.
Als gevolg
van deze geringe aanvoeren [doorgehaald: is er op deze dagen]
[doorgehaald: op de dagmarkt] gekomen ± zie / A
vrijwel geen visch. Aangezien
het publiek dit van te voren niet
weet, [doorgehaald: dat er slechts zeer weinig visch komt,]
[doorgehaald: worden zijn] vele
teleurstellingen het gevolg. Wij
stellen U daarom voor, goed te
keuren, dat de vischverkoop Dit document is een ambtelijk schrijven of een kladverslag van een overheidsinstantie (waarschijnlijk de marktmeester of een afdeling van de gemeente Amsterdam) gericht aan een hogergeplaatst persoon of orgaan.
De kern van de brief betreft de uitvoering van een besluit uit mei 1943 om de visverkoop op zondagen te concentreren. Uit de cijfers blijkt echter dat de aanvoer van vis (met name aal en paling worden specifiek genoemd in de doorhalingen) zeer laag is: tussen de 1392 en 1713 kg voor een wereldstad als Amsterdam.
De schrijver signaleert een praktisch probleem: het publiek verwacht vis op de markt, maar door de geringe aanvoer blijven de kramen leeg. Dit leidt tot onvrede en "teleurstellingen" bij de bevolking. De brief breekt af op het moment dat er een nieuw voorstel wordt gedaan om dit probleem op te lossen.
Opvallend is het grote aantal correcties en doorhalingen, wat suggereert dat dit een concept is of dat de schrijver worstelde met de juiste formulering van de problematische situatie. Het document dateert van juni 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd en was er sprake van toenemende schaarste.
Vis was een belangrijke eiwitbron, maar de visserij werd ernstig beperkt door de bezetter (vanwege oorlogsgevaar op zee en vorderingen van schepen). De genoemde lage gewichten en de administratieve rompslomp rondom "concentratie van verkoop" zijn typerend voor de distributieproblemen en de bureaucratische controle in oorlogstijd. De angst voor onvrede onder het publiek ("vele teleurstellingen") was voor de autoriteiten een serieus punt van zorg met het oog op de openbare orde.