Ambtelijke brief/memorandum (doorslag of kopie).
Origineel
Ambtelijke brief/memorandum (doorslag of kopie). 5 juli 1943. De Directeur (van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst). [Handgeschreven in blauw:] extra
43/34/3 M. 5 Juli 1943. SV.
Uitkeeringen aan in
Duitsland tewerkgesteld Den Heer Wethouder
Gemeente-personeel. voor de Arbeidszaken,
A l h i e r.
===========
Naar aanleiding van Uw circulaire d.d.
26 Februari jl. no.1610 ei.Arb. 1942 bericht
ik U, dat van mijn dienst geen ambtenaren of
werklieden in Duitsland zijn tewerkgesteld.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een formele ontkenning. In antwoord op een eerdere circulaire vraagt de Wethouder blijkbaar om een overzicht van personeel dat in Duitsland werkt, waarschijnlijk om de financiële afhandeling (uitkeringen) te regelen. De directeur van deze specifieke dienst rapporteert dat er uit zijn team geen enkele ambtenaar of werkman naar Duitsland is gestuurd.
* Tijdlijn: Opvallend is dat de brief van juli 1943 reageert op een circulaire van februari 1942. Dit suggereert ofwel een zeer trage administratieve afwikkeling, ofwel dat er periodiek herinnerd werd aan deze rapportageplicht.
* Terminologie: Het woord "tewerkgesteld" is hier een eufemisme voor de gedwongen arbeid (Arbeidseinsatz) onder de Duitse bezetter. Dit document stamt uit de kern van de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Vanaf 1942 werd de druk op de Nederlandse bevolking om in de Duitse oorlogsindustrie te werken (de Arbeitseinsatz) steeds groter. Ook gemeentepersoneel ontkwam hier vaak niet aan.
De administratie rondom deze arbeiders was complex: de gemeente bleef in veel gevallen (deels) verantwoordelijk voor uitkeringen aan de achtergebleven gezinnen of voor de administratieve status van de werknemers. Deze brief toont de bureaucratische kant van de bezetting, waarbij de Nederlandse overheidsapparaten bleven functioneren en nauwgezet bijhielden wie waarheen werd gestuurd. Het feit dat deze specifieke dienst in juli 1943 nog geen personeel had hoeven afstaan, kan betekenen dat het om een vitale dienst ging die vrijgesteld was, of dat de betreffende werknemers tot dan toe de dans waren ontsprongen.
Samenvatting
- Inhoud: De brief is een formele ontkenning. In antwoord op een eerdere circulaire vraagt de Wethouder blijkbaar om een overzicht van personeel dat in Duitsland werkt, waarschijnlijk om de financiële afhandeling (uitkeringen) te regelen. De directeur van deze specifieke dienst rapporteert dat er uit zijn team geen enkele ambtenaar of werkman naar Duitsland is gestuurd.
- Tijdlijn: Opvallend is dat de brief van juli 1943 reageert op een circulaire van februari 1942. Dit suggereert ofwel een zeer trage administratieve afwikkeling, ofwel dat er periodiek herinnerd werd aan deze rapportageplicht.
- Terminologie: Het woord "tewerkgesteld" is hier een eufemisme voor de gedwongen arbeid (Arbeidseinsatz) onder de Duitse bezetter.
Historische Context
Dit document stamt uit de kern van de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Vanaf 1942 werd de druk op de Nederlandse bevolking om in de Duitse oorlogsindustrie te werken (de Arbeitseinsatz) steeds groter. Ook gemeentepersoneel ontkwam hier vaak niet aan.
De administratie rondom deze arbeiders was complex: de gemeente bleef in veel gevallen (deels) verantwoordelijk voor uitkeringen aan de achtergebleven gezinnen of voor de administratieve status van de werknemers. Deze brief toont de bureaucratische kant van de bezetting, waarbij de Nederlandse overheidsapparaten bleven functioneren en nauwgezet bijhielden wie waarheen werd gestuurd. Het feit dat deze specifieke dienst in juli 1943 nog geen personeel had hoeven afstaan, kan betekenen dat het om een vitale dienst ging die vrijgesteld was, of dat de betreffende werknemers tot dan toe de dans waren ontsprongen.