Besluit (extract) van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Besluit (extract) van de Burgemeester van Amsterdam. 13 augustus 1943. [Bovenaan links, gestempeld/getypt]
No. 43/38/1 M. 1943^26 [omcirkeld]
No. 1299 Arb. 1943.
626 L. M. 1943.
[Bovenaan rechts, handgeschreven]
Nap herl. voorsch.
[Hoofdtekst]
Regeling kindertoeslag en ongehuwdenaftrek voor arbeidscontractanten, op wie het A.O.B. niet van toepassing is.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag, 13 Augustus 1943.
[Handgeschreven paraaf en datum in de kantlijn]
v.d. Markhi [?] op 15/8
Op voorstel van den Wethouder voor de Openbare Gezondheid en het Ziekenhuiswezen, voor den Wethouder voor de Arbeidszaken neemt de Burgemeester het volgende besluit:
De Burgemeester van Amsterdam;
Overwegende, dat er, na de totstandkoming van het Arbeidsovereenkomstenbesluit, aanleiding bestaat de regeling van kindertoeslag en ongehuwdenaftrek met betrekking tot arbeidscontractanten te herzien;
Gelet op de bepalingen van de Achtste Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied, betreffende bijzondere maatregelen op administratiefrechtelijk gebied (Verordening 152/1941);
B e s l u i t :
I. in te trekken het besluit van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam van 27 December 1940, No. 58/1 A.V.;
II. te bepalen, dat
a. op personen in dienst der gemeente op een schriftelijke arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, op wie het Arbeidsovereenkomstenbesluit niet van toepassing is, de regeling van den kindertoeslag, zooals deze geldt voor de ambtenaren en werklieden, van overeenkomstige toepassing zal zijn, wanneer de bezoldiging van deze personen is bepaald volgens de salaris- of loonregeling, zooals deze is vastgesteld voor de ambtenaren en werklieden, dan wel voor de groep van arbeidscontractanten, waarvan deze personen deel uitmaken;
C.S. Stadhuis
A'dam 8-'43
No. 55.
[Onderaan rechts]
Z.O.Z.
[Handgeschreven onderaan rechts]
43 arb. contr. * Juridische grondslag: Het besluit verwijst naar de "Achtste Verordening" van de Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandse gebied (Verordening 152/1941). Dit illustreert hoe het gemeentebestuur tijdens de bezetting direct ondergeschikt was aan de Duitse verordeningen.
* Bestuurlijke structuur: Het document is een besluit van "den Burgemeester" alleen, niet van "Burgemeester en Wethouders". Dit duidt op de invoering van het 'leidersbeginsel' in mei 1941, waarbij de gemeenteraad werd afgeschaft en de burgemeester (destijds de pro-Duitse Edward Voûte) de volledige beslissingsbevoegdheid kreeg.
* Inhoud: Het regelt de gelijkschakeling van arbeidsvoorwaarden (kindertoeslag) voor contractanten (losse werknemers) met die van vaste ambtenaren, mits zij volgens dezelfde salarisschalen worden betaald.
* Terminologie: "A.O.B." staat voor het Arbeidsovereenkomstenbesluit. "Z.O.Z." geeft aan dat de tekst op de achterzijde van het origineel doorloopt. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Hoewel het gaat over een ogenschijnlijk droge administratieve loonregeling, weerspiegelt het de bureaucratische continuïteit en de gelijkschakeling van het lokaal bestuur onder nationaalsocialistisch toezicht. De genoemde datum, augustus 1943, valt midden in een periode van toenemende schaarste en economische druk op de bevolking, waardoor aanpassingen in toeslagen zoals de kindertoeslag essentieel waren voor het levensonderhoud van gemeentepersoneel. De handgeschreven notitie "Nap herl. voorsch." (waarschijnlijk: Nabetaling herlegging voorschot) suggereert dat dit besluit direct gevolgen had voor de loonadministratie en uitbetalingen aan werknemers.