Ambtelijk schrijven / Circulaire
Origineel
Ambtelijk schrijven / Circulaire 23 december 1943 De Burgemeester (destijds Edward Voûte) AM.
GEMEENTE AMSTERDAM.
No. 1980 a Arb.1943.
Onderwerp: Looptijdvergoeding
Amsterdam, 23 December 1943.
De Burgemeester overweegt de mogelijkheid, aan alle ambtenaren en werklieden (arbeidscontractanten inbegrepen), die in normale tijden bij het gaan van hun woning naar het werk of omgekeerd van tram of bus gebruik konden maken, doch dit thans, ten gevolge van de aangebrachte wijzigingen in de uren, waarop de tram rijdt, of door tijdelijke opheffing van voor hen ingestelde vervoersmogelijkheid, niet meer kunnen doen, een zelfde looptijdvergoeding toe te kunnen, als vastgesteld is bij zijn besluit van 10 December j.l., No. 1980 Arb.1943, in verband met het niet meer rijden van de tram op Zondag, met dien verstande, dat voor de niet op een Zondag vallende loopuren de betaling gelijk zal zijn aan die, welke voor het op een weekschen dag te verrichten werk wordt genoten.
In verband hiermede zal ik gaarne van U een opgave ontvangen van de aan invoering van dezen maatregel voor Uw diensttak verbonden kosten.
Aan Heeren Hoofden van Diensten,
Bedrijven en Administratiën.
[Linksonder handgeschreven namen/paraferen:]
Kalkman.
E.M.
Vibkas(?)
[Paarse stempel:]
No. 43/46/L M. 1943 27/12
[Rechtsonder handgeschreven notitie in potlood/pen:]
Wanneer
tel. mededeeling
van Hr. Kramer Hoofd[afkorting]
ook rekening houden met
die personen, die vrij-
willig gebruik kunnen
maken. Kunnen dan toe-
wezen worden, verplicht.
11/1 '44 B.
[Rechtsboven handgeschreven:]
Th. Beer[?] / opnieuw
[Daaronder een paarse paraaf met "acc" (akkoord) en "3+"] Het document is een officiële interne mededeling van het Amsterdamse gemeentebestuur tijdens de Duitse bezetting. De kern van het schrijven is het toekennen van een financiële compensatie ("looptijdvergoeding") aan gemeente-personeel.
Door de oorlogsomstandigheden was het openbaar vervoer (tram en bus) in Amsterdam drastisch ingeperkt. Eerder was al besloten dat er een vergoeding kwam voor de zondagen (wanneer de trams niet meer reden), maar dit document breidt die mogelijkheid uit naar doordeweekse dagen waarop de dienstregeling was aangepast of opgeheven.
De Burgemeester verzoekt de hoofden van de verschillende diensten om een kostenraming te maken voor deze maatregel. Opvallend is de handgeschreven kanttekening van januari 1944, waarin wordt gesuggereerd dat mensen die "vrijwillig" lopen (dus ook als er wel een tram gaat) mogelijk verplicht kunnen worden gesteld om bepaalde routes te lopen in plaats van de vergoeding te ontvangen, of dat er kritisch naar de toewijzing moet worden gekeken. Dit document stamt uit de winter van 1943, een periode waarin de bezetting in Nederland steeds grimmiger werd. Door brandstoftekorten, vorderingen van materieel door de bezetter en de algemene economische malaise, raakte het openbaar vervoer ontregeld. De stad Amsterdam kampte met stroomtekorten, waardoor de tramlijnen vaak vroeger stopten of op bepaalde dagen helemaal niet reden.
De "looptijdvergoeding" was een noodzakelijke arbeidsvoorwaarde om te zorgen dat de gemeentelijke diensten (zoals reiniging, gas, water en administratie) konden blijven functioneren, aangezien veel werknemers nu aanzienlijke afstanden te voet moesten afleggen naar hun werkplek. De burgemeester op dat moment, Edward Voûte, was door de bezetter aangesteld, wat de zakelijke maar strikte toon van het ambtelijk apparaat onder zijn bewind verklaart. De datum van de paarse stempel (27 december 1943) en de latere notitie (11 januari 1944) laten de administratieve verwerkingstijd zien binnen het stadhuis.