Officieel rondschrijven (administratieve instructie)
Origineel
Officieel rondschrijven (administratieve instructie) 6 januari 1944 No. 43/46/3 M. 1943 8/1
G E M E E N T E A M S T E R D A M
No 44 Arb.1944
Onderwerp:
Vermelden op personeelskaarten van gratificatie, looptydvergoeding en verlenging werktijd boven de 48 uur.
AMSTERDAM, 6 Januari 1944.
In aansluiting op myn rondschryven van 25 November 1943, No 1885 Arb.1943, betreffende het bywerken der stamkaarten van het personeel met de gegevens over 1943, laat ik, met het oog op de door den Burgemeester genomen besluiten in zake: 1o de toekenning van een gratificatie aan het geheele gemeentepersoneel, 2o vergoeding looptyd op Zondag in verband met het stilleggen van het tramverkeer, 3o verlenging werktijd boven 48 uur tot maximaal 54 uur per week, eenige nadere voorschriften volgen.
GRATIFICATIE.
De aan het geheele gemeentepersoneel verleende gratificatie van 1/4 maand salaris aan de ambtenaren en één week loon aan de werklieden dient, onverschillig of zy nog in het jaar 1943 dan wel eerst in 1944 is uitbetaald, evenals de over die gratificatie ingehouden loonbelasting, geboekt te worden op het jaar 1943. Aangezien de loonbelasting niet op de stamkaarten van het personeel vermeld wordt, behoort dus het bruto-bedrag der gratificatie op de stamkaarten opgenomen te worden in de kolom gratificatie.
LOOPTYDVERGOEDING OP ZONDAG.
De, in verband met het stilleggen van het tramverkeer, aan ambtenaren en werklieden te verleenen looptydvergoeding voor het op Zondag gaan naar en van het werk, dient als volgt op de stamkaarten vermeld te worden:
A. In geval van normalen Zondagsdienst in aansluiting aan een rooster:
1o op de ambtenarenkaarten in de kolom "nominaal salaris";
2o op de werkliedenkaarten de uren als tydloonuren en tevens als Zondagsuren en het loon als tydloon;
B. In geval van overwerk:
1o op de ambtenarenkaarten als overwerkgeld;
2o op de werkliedenkaarten de uren als overuren en het loon als overwerkgeld.
VERLENGING WERKTYD BOVEN 48 UUR.
In geval na bekomen machtiging van den Burgemeester de werktijd van personeel bij een diensttak boven de 48 uur verlengd wordt tot maximaal 54 uur, dient de vergoeding, welke betaald wordt voor de uren boven de 48 uur, niet als overwerk beschouwd te worden, doch zal op de stamkaarten der ambtenaren opgenomen moeten worden onder "salaris" en op de kaarten der werklieden onder "tydloon" resp. de uren onder tydloonuren.
Aan Heeren Hoofden van
Diensten, Bedryven en
Administratiën. * Administratieve context: Het document dient als een technische handleiding voor afdelingshoofden om de personeelsadministratie (de zogenaamde "stamkaarten") uniform bij te werken. Het weerspiegelt de complexe boekhouding van loon, belasting en toeslagen.
* Terminologie: Er wordt een strikt onderscheid gemaakt tussen 'ambtenaren' (maandsalaris) en 'werklieden' (weekloon/tijdloon), wat typerend is voor de toenmalige arbeidsverhoudingen.
* Spelling: Het document hanteert de spelling van vóór de hervorming van 1947 (bijv. "geheele", "looptyd", "stilleggen van het tramverkeer").
* Bijzonderheden: De tekst vermeldt expliciet dat de gratificatie over 1943 boekhoudkundig in dat jaar moet vallen, ook als de feitelijke betaling in 1944 plaatsvond. Tevens is er een duidelijke instructie over het brutoloon versus de loonbelasting. Dit document is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de toon strikt zakelijk en administratief is, bevat het cruciale verwijzingen naar de oorlogsomstandigheden:
- De Burgemeester: In januari 1944 was Edward Voûte de door de bezetter aangestelde burgemeester van Amsterdam. De besluiten over loon en werktijden lagen direct bij hem.
- Brandstofschaarste: De passage over de "looptydvergoeding" vanwege het "stilleggen van het tramverkeer op zondag" is een direct gevolg van de schaarste aan elektriciteit en onderdelen tijdens de oorlogsjaren. Werknemers moesten te voet naar hun werk, waarvoor zij gecompenseerd werden.
- Werktijdverlenging: De verhoging van de werkweek naar maximaal 54 uur duidt op de toenemende druk op de publieke diensten en de algemene arbeidsinzet onder het bezettingsregime.
- Inflatie en motivatie: Het toekennen van een gratificatie (bonus) aan het gehele personeel was vaak een middel om de koopkracht enigszins op peil te houden in een tijd van toenemende schaarste en inflatie.