Archiefdocument
Origineel
11 juni 1943. No.44/6/1 M. 1943 $ \frac{22}{6} $
No.933a Arb.1943.
456 L.M 1943 [handgeschreven]
Verhooging van de kosten, verbonden aan het leveren van losse wakers door de Arbeidersreserve.
[Handgeschreven aantekeningen rechtsboven: "copie Marktwez" (onduidelijk), "Dri...", en handtekening "M. Rülfer"]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag, 11 Juni 1943.
Op voorstel van den Wethouder voor de Arbeidszaken wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam;
Gezien het schrijven van den Wethouder, belast met het beheer der Gemeentelijke Personeelsvoorziening, dd. 2 Juni 1943, No.479 G.P.V.(G.A.R.) 1943;
Gelet op de bepalingen van de Achtste Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied betreffende bijzondere maatregelen op administratiefrechtelijk gebied (Verordeningenblad 1941, Stuk 33, No.152);
B e s l u i t :
gerekend te zijn ingegaan met de eerste loonweek van Mei 1943 in het bepaalde onder 3 van het besluit van Burgemeester en Wethouders van 29 December 1922, No.9492, zoo-als dit laatstelijk werd gewijzigd bij zijn besluit van 20 Maart 1942, No.40c Arb. 1942, betreffende het bedrag, hetwelk de Gemeentelijke Arbeidersreserve den dienst-takken in rekening kan brengen voor het leveren van losse wakers, in plaats van "f.0.48 per uur" te lezen: "f.0.54 per uur".
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Arbeidszaken (10 stuks) en Publieke Werken (5 stuks) en voorts aan alle overige afdeelingen der Gemeentesecretarie, alsmede aan den Gemeenteontvanger, het Bureau Gemeentesecretaris en het Pensioenbureau.
C.S.Stadhuis
A'dam 6-'43
No.41
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN [stempel/getypt] Het document betreft een formeel administratief besluit van de burgemeester van Amsterdam om het uurtarief voor "losse wakers" (tijdelijke bewakers) te verhogen van 48 naar 54 cent per uur. Deze wakers werden geleverd door de Gemeentelijke Arbeidersreserve aan verschillende gemeentelijke diensten. De verhoging gaat met terugwerkende kracht in vanaf de eerste loonweek van mei 1943.
Het besluit is opvallend door de juridische onderbouwing: het verwijst niet alleen naar lokale verordeningen uit 1922 en 1942, maar expliciet naar de "Achtste Verordening van den Rijkscommissaris", wat de directe controle van de Duitse bezetter op het Nederlandse overheidsapparaat illustreert. De verdeling van de afschriften toont aan dat dit besluit impact had op diverse stadsdelen, met name Arbeidszaken en Publieke Werken. Dit uittreksel stamt uit juni 1943, een periode waarin Nederland ruim drie jaar bezet was door nazi-Duitsland. In Amsterdam was op dat moment Edward Voûte de door de Duitsers aangestelde burgemeester. De inflatie en de schaarste tijdens de oorlogsjaren maakten aanpassingen in lonen en tarieven noodzakelijk.
De "Gemeentelijke Arbeidersreserve" was een instantie die personeel inzette voor diverse stadstaken. De inzet van "losse wakers" kan verband houden met de toegenomen behoefte aan bewaking van objecten, opslagplaatsen of schuilkelders als gevolg van de oorlogsomstandigheden en mogelijke sabotageacties. De bureaucratische taal maskeert de grimmige realiteit van een stad onder bezetting, waarbij zelfs kleine financiële wijzigingen getoetst moesten worden aan de verordeningen van de Rijkscommissaris (Seyss-Inquart).