Archiefdocument
Origineel
22 juli 1943 Onbekend (geparafeerd SZ / ug) Verdeeling garnalen
A'dam, 22/7 1943
N.V.C.
461/7/2
Naar aanleiding van uw bevel dd. 5 Januari jl. 16/B/M bericht ik U, dat het regelmatig is voorgekomen, dat Rooseman na afloop van de verdeeling zoo garnalen uit Zeeland aanvoerde; hij beweerde steeds, dat dit niet anders kon worden geregeld omdat hij afhankelijk was van de spoorwegen.
Bij onderzoek is gebleken, dat ook op 5 en 6 Nov. jl. [doorgehaald: bovengemelde feit zich heeft voorgedaan] zich heeft voorgedaan; de betr. garnalen waren slecht en konden niet tot den volgenden morgen blijven overstaan; ze zijn daarom met toestemming van mijn dienst door Rooseman aan Braam toegewezen. Hiervan is dezerzijds aanteekening gemaakt en de aanvoeren zijn in de aan U gezonden gegevens opgenomen.
Van de aanvoeren op 4 en 5 Nov. jl. is bij mijnen dienst niets bekend. Rooseman heeft deze niet aangegeven en er is geen toestemming verleend om deze garnalen [doorgehaald: buiten de verdeeling] [doorgehaald: toe te wijzen] om toe te wijzen. Braam deelde mede, dat hij deze garnalen ook niet heeft toegewezen gekregen. Vermoedelijk heeft Rooseman deze partijen aan anderen verkocht.
Ik verzoek U thans zoover belieft tegen Rooseman de noodige maatregelen te nemen.
SZ
ug Dit document is een ambtelijk rapport over een vermoedelijk geval van fraude en zwarte handel binnen het distributiesysteem tijdens de Duitse bezetting.
De kern van de klacht is dat de heer Rooseman garnalen uit Zeeland buiten de officiële verdeeltijden aanvoerde. Hij voerde de spoorwegen aan als excuus voor de vertraging.
Hoewel één incident (5-6 november) officieel werd goedgekeurd omdat de garnalen bijna bedorven waren en direct aan een zekere Braam moesten worden geleverd, bleken er op 4 en 5 november ook partijen te zijn binnengekomen waar de dienst niets van wist. Aangezien Braam verklaarde deze garnalen niet te hebben ontvangen, trekt de schrijver de conclusie dat Rooseman ze illegaal heeft doorverkocht. De brief eindigt met een verzoek aan de geadresseerde om strafmaatregelen tegen Rooseman te nemen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog stond de Nederlandse voedselvoorziening onder streng toezicht van de N.V.C. (Nederlandse Voedselvoorziening in Oorlogstijd). Vanwege de extreme schaarste werden bijna alle levensmiddelen, inclusief vis en garnalen, via distributiebonnen en strikte regelingen verdeeld.
Fraude met deze distributieketens, zoals het 'achteroverdrukken' van partijen voor de zwarte markt, was een veelvoorkomend maar riskant fenomeen. De spoorwegen waren inderdaad vaak ontregeld door de oorlogsomstandigheden (prioriteit voor militair transport en brandstoftekort), wat door fraudeurs dikwijls als geloofwaardig excuus werd gebruikt om oncontroleerbare leveringen te verklaren. Dergelijke meldingen konden in die tijd leiden tot ontslag, boetes of zelfs internering.