Dienstbrief / Rapportage over administratieve onregelmatigheden
Origineel
Dienstbrief / Rapportage over administratieve onregelmatigheden 15 januari 1943 J. Stam (waarschijnlijk een ambtenaar of controleur bij het Marktwezen) Amsterdam 15 Jan '43.
Weledelheer
A. H. de Boer
Insp: Marktwezen
Amsterdam
Wij hebben de posten van
Rooseman nagegaan en drie
posten waar afckoord voor staat
zijn in orde, maar de 2 posten
waar het blauwe streepje voor staat
daar is niets van te vinden, dus
die heeft Rooseman niet van
de Vischmarkt opgegeven.
J. Braam heb ik gesproken
en gevraagd wat hij gehad heeft
en hij zeide: 619 KG. en van die
andere 2 posten 561 KG. 2446 KG.
daar weet hij niets van af, dus
die heeft Rooseman zeker aan
andere menschen uitgedeeld
en niet opgegeven. Bij de
Vischhal is er verder niets van
bekend.-
Hoogachtend
[handtekening: J.W. Stam]
Voor die 619 KG. heeft hij 600 KG.
opgegeven.- De brief betreft een intern onderzoek naar de administratie van een zekere Rooseman, vermoedelijk een handelaar of functionaris op de Amsterdamse vismarkt. De schrijver, Stam, rapporteert aan Inspecteur De Boer over discrepanties in de opgegeven hoeveelheden vis.
De kernpunten van de analyse zijn:
* Ontbrekende posten: Twee specifieke posten (gemarkeerd met een "blauw streepje") ontbreken volledig in de officiële opgave van de Vischmarkt door Rooseman.
* Getuigenverklaring: Een zekere J. Braam bevestigt 619 kg te hebben ontvangen, terwijl Rooseman slechts 600 kg heeft opgegeven (een verzwijging van 19 kg).
* Onbekende zendingen: Twee aanzienlijke posten van 561 kg en 2446 kg zijn volgens Braam nooit bij hem aangekomen. Stam concludeert hieruit dat Rooseman deze grote hoeveelheden vis buiten de officiële kanalen om aan anderen heeft "uitgedeeld" zonder dit te registreren.
* Administratieve controle: Het gebruik van "blauwe streepjes" en het controleren van "posten" wijst op een strakke, handmatige controle van de goederenstroom. Dit document is geschreven in januari 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en stond de distributie van voedsel onder streng toezicht van de bezetter en de Nederlandse crisisorganen (zoals de Dienst van het Marktwezen).
Het "niet opgeven" of "uitdelen aan andere menschen" van grote hoeveelheden vis (in totaal meer dan 3000 kg in dit rapport) was in die tijd een ernstig vergrijp. Het kan duiden op handel op de zwarte markt, maar het zou ook een vorm van illegale hulpverlening of eigen gewin kunnen zijn. Inspecteurs van het Marktwezen hadden de taak om dergelijke lekken in de voedselvoorziening op te sporen om de officiële rantsoenering te handhaven. De nauwkeurigheid van de gewichten (tot op de kilo) onderstreept het belang van elke gram voedsel in oorlogstijd. H. de Boer J. Braam J. Stam J.W. Stam Marktwezen
Samenvatting
De brief betreft een intern onderzoek naar de administratie van een zekere Rooseman, vermoedelijk een handelaar of functionaris op de Amsterdamse vismarkt. De schrijver, Stam, rapporteert aan Inspecteur De Boer over discrepanties in de opgegeven hoeveelheden vis.
De kernpunten van de analyse zijn:
* Ontbrekende posten: Twee specifieke posten (gemarkeerd met een "blauw streepje") ontbreken volledig in de officiële opgave van de Vischmarkt door Rooseman.
* Getuigenverklaring: Een zekere J. Braam bevestigt 619 kg te hebben ontvangen, terwijl Rooseman slechts 600 kg heeft opgegeven (een verzwijging van 19 kg).
* Onbekende zendingen: Twee aanzienlijke posten van 561 kg en 2446 kg zijn volgens Braam nooit bij hem aangekomen. Stam concludeert hieruit dat Rooseman deze grote hoeveelheden vis buiten de officiële kanalen om aan anderen heeft "uitgedeeld" zonder dit te registreren.
* Administratieve controle: Het gebruik van "blauwe streepjes" en het controleren van "posten" wijst op een strakke, handmatige controle van de goederenstroom.
Historische Context
Dit document is geschreven in januari 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en stond de distributie van voedsel onder streng toezicht van de bezetter en de Nederlandse crisisorganen (zoals de Dienst van het Marktwezen).
Het "niet opgeven" of "uitdelen aan andere menschen" van grote hoeveelheden vis (in totaal meer dan 3000 kg in dit rapport) was in die tijd een ernstig vergrijp. Het kan duiden op handel op de zwarte markt, maar het zou ook een vorm van illegale hulpverlening of eigen gewin kunnen zijn. Inspecteurs van het Marktwezen hadden de taak om dergelijke lekken in de voedselvoorziening op te sporen om de officiële rantsoenering te handhaven. De nauwkeurigheid van de gewichten (tot op de kilo) onderstreept het belang van elke gram voedsel in oorlogstijd.