Brief (kopie/doorslag)
Origineel
Brief (kopie/doorslag) 28 januari 1943 De Directeur (van een niet nader genoemde dienst, waarschijnlijk een regionale visserijautoriteit) Den Directeur der Nederlandsche Visscherijcentrale, 2e Adelheidstraat 300, 's-Gravenhage (ZH) [Handgeschreven aantekening bovenaan:]
Verzonden 28/1 [onleesbaar, mogelijk paraaf]
[Getypte tekst:]
VD/SV
den Directeur der Nederlandsche
Visscherijcentrale
2e Adelheidstraat 300
's-GRAVENHAGE (ZH)
46a/7/2 M.
28 Januari 1943.
Naar aanleiding van Uw brief dd. 5 Januari jl. 16/B/M bericht ik U, dat het regelmatig is voorgekomen, dat Rooseman na afloop van de verdeeling garnalen uit Zeeland aanvoerde; hij beweerde steeds, dat dit niet anders kon worden geregeld omdat hij afhankelijk was van de spoorwegen.
Bij onderzoek is gebleken, dat ook op 5 en 6 November jl. bovenvermeld feit zich heeft voorgedaan; de betreffende garnalen waren slecht en konden niet tot den volgenden morgen blijven overstaan; ze zijn daarom met toestemming van mijn Dienst door Rooseman aan Braan toegewezen. Hiervan is dezerzijds aanteekening gemaakt en de aanvoeren zijn in de aan U gezonden gegevens opgenomen.
Van de aanvoeren op 4 en 5 November jl. is bij mijn Dienst niets bekend. Rooseman heeft deze niet aangegeven en er is geen toestemming verleend om deze garnalen buiten de verdeeling om toe te wijzen. Braan deelde mede, dat hij deze garnalen ook niet heeft gekregen. Vermoedelijk heeft Rooseman deze partijen aan anderen verkocht.
Ik verzoek U thans opnieuw beleefd tegen Rooseman de noodige maatregelen te nemen.
De Directeur, Deze brief betreft een officiële klacht en rapportage over onregelmatigheden in de distributieketen van garnalen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de zaak is dat een zekere Rooseman garnalen uit Zeeland aanvoerde buiten de reguliere tijden van de 'verdeeling' (de officiële veiling of distributieronde).
Rooseman gebruikte de spoorwegen als excuus voor de vertragingen. Hoewel er voor 5 en 6 november 1942 toestemming was gegeven om bederfelijke waar direct aan een afnemer (Braan) toe te wijzen, bleken er op 4 en 5 november partijen garnalen te zijn aangevoerd die volledig buiten de boeken zijn gebleven. De afzender concludeert dat Rooseman deze partijen illegaal ("aan anderen") heeft verkocht, wat neerkomt op handel in de zwarte markt. Er wordt expliciet gevraagd om maatregelen tegen deze persoon. Het document dateert uit januari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening was in deze periode strikt gereguleerd via een distributiestelsel om schaarste te beheersen en de Duitse bezetter te bevoorraden. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was het centrale orgaan dat toezicht hield op de visserijsector, prijzen vaststelde en de distributie controleerde.
Buiten het officiële circuit om handelen (zwarte handel) was streng verboden en werd door de autoriteiten actief opgespoord. Dit document illustreert de bureaucratische controle en de opsporing van economische delicten in de visserijsector. De genoemde locaties (Zeeland als bron van de garnalen en Den Haag als administratief centrum) en de afhankelijkheid van de spoorwegen schetsen een beeld van de logistieke uitdagingen en de strikte controle die in oorlogstijd heersten.