Getypte ambtelijke brief.
Origineel
Getypte ambtelijke brief. 30 januari 1943. Onbekend (waarschijnlijk een gemeentelijke afdeling Visvoorziening of Marktwezen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, ALHIER. (Handgeschreven bovenaan:) Verzonden 30/1 [Paraaf: H. v. Munn?]
VD/SV
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A L H I E R .
46a/23/3 M 1 30 Januari 1943.
Vischverdeeling
Onder terugzending van het met Uw kantbrief dd. 13 dezer om advies ontvangen stuk No. 109 L.M. 1943 hebben ondergeteekenden de eer U het volgende te berichten.
Zooals U bekend is, is gedurende het aalseizoen, in opdracht van de Nederlandsche Visscherij Centrale een speciale regeling ontvangen voor de kleinhandelaren, die op afslagen in den lande een eigen, dus rechtstreeksche toewijzing ontvingen. Deze kleinhandelaren, waaronder Buter, waren verplicht om hun toewijzing op den afslag alhier aan te voeren; zij kregen dan een geleidebiljet en konden daarop hun visch naar hun verkoopplaats vervoeren en aldaar verkoopen.
Toen het sprot- en sardijnseizoen begon is aanvankelijk op dezelfde wijze met Buter doorgegaan, omdat deze mededeelde, dat hij ook voor deze vischsoorten een eigen toewijzing had; bij telefonische informatie dezerzijds bij de Nederlandsche Visscherij Centrale bleek evenwel, dat deze mededeeling van Buter niet juist was en dat hij voor deze vischsoorten geen directe toe-
(De rest van de pagina bevat enkel de doorslag in spiegelbeeld van een andere pagina en is niet leesbaar als onderdeel van deze brieftekst.) De brief is een ambtelijk advies aan de Wethouder voor de Levensmiddelen betreffende de distributie van vis. De kern van de zaak is een onregelmatigheid met een specifieke handelaar, genaamd Buter. In het aalseizoen was er een regeling waarbij bepaalde handelaren een rechtstreekse toewijzing kregen die ze via de lokale afslag moesten verwerken. Buter probeerde deze werkwijze voort te zetten tijdens het sprot- en sardijnseizoen door te beweren dat hij ook hiervoor een eigen toewijzing had. Na verificatie bij de overkoepelende instantie (de Nederlandsche Visscherij Centrale) bleek dit onjuist te zijn. De brief breekt af midden in de uitleg van deze geconstateerde onjuistheid. Dit document stamt uit januari 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via een distributiesysteem en centrale organen. De Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC) was het orgaan dat namens de bezetter en de Nederlandse overheid toezicht hield op de gehele visketen, van vangst tot consumptie, om de voedselvoorziening (en export naar Duitsland) te controleren. Fraude of het omzeilen van de officiële distributiekanalen, zoals hier gesuggereerd wordt bij de handelaar Buter, werd in deze schaarsteperiode hoog opgenomen door de autoriteiten. De term "ALHIER" duidt erop dat de brief binnen dezelfde gemeente is verzonden, waarschijnlijk Amsterdam gezien de structuur van dergelijke documenten in die periode.