Doorslag van een officiële brief (typewerk).
Origineel
Doorslag van een officiële brief (typewerk). 28 januari 1943. Een niet nader genoemde Directeur (waarschijnlijk van een overheidsinstelling of distributiedienst). Den Heer Directeur der Nederlandsche Visscherijcentrale, 's-Gravenhage. Verzonden 20/1 [paraaf]
vD/SV
den Heer Directeur der Nederlandsche
Visscherijcentrale
2e Adelheidstraat 300
's-GRAVENHAGE (ZH)
46a/30/2 M 1 28 Januari 1943.
In bijlage dezes heb ik de eer U een
afschrift te doen toekomen van een bij mijn
Dienst ingekomen brief van W. Kwakkelstein
d.d. 21 Januari jl., met beleefd verzoek
zou mogelijk te willen bevorderen, dat de
firma Kwakkelstein in de gelegenheid wordt
gesteld, bliek naar Amsterdam te zenden.
De Directeur, Deze brief is een formeel administratief schrijven uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De afzender stuurt een verzoek door van de firma W. Kwakkelstein naar de Nederlandsche Visscherijcentrale. Het doel van het verzoek is om toestemming of medewerking te krijgen voor het verzenden van 'bliek' (een kleine witvis) naar Amsterdam.
Het taalgebruik is uiterst beleefd en afstandelijk ("heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen", "met beleefd verzoek"). De aanwezigheid van kenmerken en referentie-initialen wijst op een goed georganiseerde bureaucratische procedure. Opvallend is de handgeschreven datum "20/1" die lijkt te conflicteren met de getypte datum van 28 januari, wat kan duiden op een fout in de administratie of een eerdere verzending van een concept. De brief moet gezien worden in het licht van de schaarste en de strakke regulering van de voedselvoorziening tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) werd door de bezetter en de Nederlandse overheid ingesteld om de visserijsector en de distributie van visproducten centraal te controleren.
Firma W. Kwakkelstein was (en is) een bekende vishandel uit Vlaardingen. Tijdens de oorlog was het transport van goederen tussen steden aan strenge regels gebonden om zwarte handel te voorkomen en de officiële distributie (op de bon) te waarborgen. De aanvraag om bliek naar Amsterdam te sturen, was essentieel voor de voedselvoorziening in de grote stad, waar de tekorten vaak het grootst waren. Het feit dat dit via officiële kanalen en zelfs tussen directeuren van centrale diensten werd besproken, onderstreept hoe precair de situatie rondom voedseltransporten in 1943 was. W. Kwakkelstein
Samenvatting
Deze brief is een formeel administratief schrijven uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De afzender stuurt een verzoek door van de firma W. Kwakkelstein naar de Nederlandsche Visscherijcentrale. Het doel van het verzoek is om toestemming of medewerking te krijgen voor het verzenden van 'bliek' (een kleine witvis) naar Amsterdam.
Het taalgebruik is uiterst beleefd en afstandelijk ("heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen", "met beleefd verzoek"). De aanwezigheid van kenmerken en referentie-initialen wijst op een goed georganiseerde bureaucratische procedure. Opvallend is de handgeschreven datum "20/1" die lijkt te conflicteren met de getypte datum van 28 januari, wat kan duiden op een fout in de administratie of een eerdere verzending van een concept.
Historische Context
De brief moet gezien worden in het licht van de schaarste en de strakke regulering van de voedselvoorziening tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) werd door de bezetter en de Nederlandse overheid ingesteld om de visserijsector en de distributie van visproducten centraal te controleren.
Firma W. Kwakkelstein was (en is) een bekende vishandel uit Vlaardingen. Tijdens de oorlog was het transport van goederen tussen steden aan strenge regels gebonden om zwarte handel te voorkomen en de officiële distributie (op de bon) te waarborgen. De aanvraag om bliek naar Amsterdam te sturen, was essentieel voor de voedselvoorziening in de grote stad, waar de tekorten vaak het grootst waren. Het feit dat dit via officiële kanalen en zelfs tussen directeuren van centrale diensten werd besproken, onderstreept hoe precair de situatie rondom voedseltransporten in 1943 was.