Getypte ambtelijke brief/begeleidend schrijven.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/begeleidend schrijven. 2 februari 1943. "De Directeur" (vermoedelijk van een gemeentelijke vismarkt of lokale visserij-autoriteit). De Directeur der Nederlandsche Visscherijcentrale te 's-Gravenhage. [Handgeschreven in rood potlood]:
Afd.
Visscherij
den Heer Directeur der Nederlandsche
Visscherijcentrale,
2e Adelheidstraat 300,
's-GRAVENHAGE (ZH)
46a/31/2 M 1 2 Februari 1943.
Voor de goede orde zend ik U in bijlage
dezer afschrift van een rapport van den halopzichter-
afslagen van de Vischmarkt betreffende fa. G.Reurs &
Zoon te Monnikendam.
De Directeur, Dit document is een typisch voorbeeld van ambtelijke correspondentie tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De toon is zakelijk en formeel. De brief dient als geleideformulier voor een rapport dat is opgesteld door een "halopzichter-afslagen". Dit was een functionaris die toezicht hield op de visveilingen (afslagen).
De firma die in het rapport genoemd wordt, G. Reurs & Zoon te Monnikendam, was een bekende onderneming in de visrokerij en -handel. Dat er in 1943 een specifiek rapport over dit bedrijf naar de centrale autoriteit wordt gestuurd, suggereert dat er mogelijk sprake was van een controle op de naleving van de distributieregels, prijsvoorschriften of verplichte leveranties aan de bezetter. Het gebruik van grijsachtig, kwalitatief minder papier is kenmerkend voor de papierschaarste in de oorlogsjaren. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) werd in 1941 door de bezetter in het leven geroepen om de volledige controle over de Nederlandse visserijsector te verkrijgen. Elke visser, handelaar en verwerker was verplicht hierbij aangesloten te zijn. De NVC hield toezicht op de vangst, de prijzen en vooral de distributie, waarbij een aanzienlijk deel van de visproductie naar Duitsland werd gedirigeerd.
Monnikendam was in deze periode een essentieel knooppunt voor de visverwerking, met name voor het roken van vis. Bedrijven zoals Fa. G. Reurs & Zoon stonden onder voortdurende surveillance van controleurs om "zwarte handel" te voorkomen en te garanderen dat de voedselvoorziening (en de export naar het Duitse Rijk) volgens de vigerende verordeningen verliep. Het genoemde rapport van de halopzichter is een direct resultaat van dit fijnmazige controlesysteem.
Samenvatting
Dit document is een typisch voorbeeld van ambtelijke correspondentie tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De toon is zakelijk en formeel. De brief dient als geleideformulier voor een rapport dat is opgesteld door een "halopzichter-afslagen". Dit was een functionaris die toezicht hield op de visveilingen (afslagen).
De firma die in het rapport genoemd wordt, G. Reurs & Zoon te Monnikendam, was een bekende onderneming in de visrokerij en -handel. Dat er in 1943 een specifiek rapport over dit bedrijf naar de centrale autoriteit wordt gestuurd, suggereert dat er mogelijk sprake was van een controle op de naleving van de distributieregels, prijsvoorschriften of verplichte leveranties aan de bezetter. Het gebruik van grijsachtig, kwalitatief minder papier is kenmerkend voor de papierschaarste in de oorlogsjaren.
Historische Context
De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) werd in 1941 door de bezetter in het leven geroepen om de volledige controle over de Nederlandse visserijsector te verkrijgen. Elke visser, handelaar en verwerker was verplicht hierbij aangesloten te zijn. De NVC hield toezicht op de vangst, de prijzen en vooral de distributie, waarbij een aanzienlijk deel van de visproductie naar Duitsland werd gedirigeerd.
Monnikendam was in deze periode een essentieel knooppunt voor de visverwerking, met name voor het roken van vis. Bedrijven zoals Fa. G. Reurs & Zoon stonden onder voortdurende surveillance van controleurs om "zwarte handel" te voorkomen en te garanderen dat de voedselvoorziening (en de export naar het Duitse Rijk) volgens de vigerende verordeningen verliep. Het genoemde rapport van de halopzichter is een direct resultaat van dit fijnmazige controlesysteem.